EUROPA 1492

Reisboek Europa 1492 door Lorenzo Camusso 288 blz., geïll., SDU 1991, vert. Frans Hille (Guida ai Viaggi nell'Europa del 1492, 1990), f 79,90 ISBN 90 12 06552 6

Het is geen vruchtbare bezigheid, te treuren om een boek dat niet geschreven werd. Maar sommige boeken wekken die emotie nu eenmaal op.

Volgens zijn voorwoord heeft Lorenzo Camusso zijn Reisboek Europa 1492 bedoeld ""als gids voor een reis omstreeks dat jaar 1492''. Het boek bevat dan ook algemene informatie over die tijd en routesuggesties. Deze informatie, ""die de reiziger uit die tijd ook graag zou hebben gehad - en voor een deel ook had kunnen krijgen'', betreft het politieke bestel van de Oude Wereld, de vervoermiddelen, de overnachtingsmogelijkheden, en niet te vergeten de mogelijkheden tot verstrooiing. Een prachtig idee dus.

Hier nodigt een schrijver de moderne lezer uit voor een reis in de herfsttij der middeleeuwen, door de landschappen van Albrecht Dürer, naar de paleizen van Rafael, bevolkt door de heersende klasse van Jan van Eyck. Hij belooft hem te gidsen door de kosmopolitische steden van Vlaanderen en Italië. Hem te overstelpen met het Bourgondische landschap. Hem te bedelven onder de ongerepte sneeuw van de Sint-Bernhardpas. Hem te lokken voor vermaak naar Trondheim en Novgorod.

Wat zou een moderne reiziger niet over hebben voor een tocht door de werkelijkheid van het verleden aan de hand van een Baedeker-avant-la-lettre. Elke toerist kent toch de hulpeloze teleurstelling op historische plaatsen. Natuurlijk is de Akropolis van Athene mooi, maar hoeveel mooier was hij niet de vierde eeuw voor Christus toen je er Plato of Socrates tegen het lijf had kunnen lopen. Zelfs de replica van de Santa Maria van Columbus die in de haven van Barcelona ligt, kan de toerist niet verplaatsen naar 1492. Zij stinkt niet naar teer, bedorven water en zieke zeelui. Maar hier is dan de belofte van Camusso: een reisje in de tijdmachine, een beschrijving van een voorbije wereld in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Maar hoe gaat dat met reisbureaus, ze beloven van alles en het valt altijd tegen.

Aan de opzet van het Reisboek Europa 1492 ligt het niet. Zo reist de lezer met een bankier de Medici's van Florence naar Brugge, met pelgrims van Trondheim naar Rome en van Vézelay naar Santiago de Compostela, met Albrecht Dürer van Neurenberg naar Venetië. Het boek kent vele passages over verdwenen landschappen en veel cultuur-historische beschrijvingen. Als Camusso zich die opdracht had gesteld, zou zijn boek heel geslaagd te noemen zijn: hij vertelt veel van de geschiedenis rond 1500, geeft geestige anekdotes over de botsingen der culturen. Tekst en plaatjes sluiten mooi bij elkaar aan.

Maar Camusso is iets essentieels vergeten: het dagelijkse middeleeuwse leven. Zo reizen we met Dürer naar Venetië, maar wordt met geen woord gerept over hoe hij in Bamberg logeerde in herberg "De wilde man', terwijl de schilder dat in zijn eigen reisboek wel vermeldt, inclusief de maaltijden die hij gebruikte, inclusief de tolgelden die hij elke dag moest betalen.

De essentie van een reisgids wordt daarmee achterwege gelaten: waaraan moet een reiziger in vijftiende-eeuws Europa denken als hij van Milaan naar Mont Saint-Michel wil? Waar moet hij van zijn paard of ezel (twee keer zo goedkoop in energieverbruik) afstappen om per boot verder te reizen? Hoeveel geld moet hij meenemen voor onderweg. Welke wegen kan hij beter mijden als hij geen rovers of beren wil tegenkomen? Welke wegen kan hij beter mijden als hij niet in Frans-Habsburgse schermutselingen verzeild wil raken? In welke herberg in Lyon kan hij het best overnachten, en waar eet je goed in Orléans?

De discrepantie tussen wat Camusso belooft (een reisgids die de middeleeuwer graag zelf zou hebben gebruikt) en wat hij waarmaakt (een rijk gellustreerd cultuurhistorisch pronkboek), weerspiegelt de verschillen tussen reizen toen en nu. Het overgrote deel van de middeleeuwers ging nooit op reis. (Een uitzondering vormen de kruistochten, die je zou kunnen beschouwen als de voorloper van het massatoerisme: hordes geborneerde lomperikken op weg naar de zon zonder enige interesse voor de lokale cultuur.) En de middeleeuwer reisde niet voor zijn plezier, en zeker niet om "de blik te verruimen'. De Nederlandse monnik Thomas à Kempis schreef al wantrouwend: ""Zij die veel pelgrimeren, worden slechts zelden geheiligd.''

Een reizende middeleeuwer zou meer behoefte hebben gehad aan een Travel Survival Kit, om het snelst en veiligst te reizen voor zo min mogelijk geld. Voor een beschrijving die attendeert op de schoonheid van het landschap zouden zijn middeleeuwse hersens niet zijn toegerust. Natuur en mens waren doodsvijanden onderweg.