"Een lijk doet me dus niks'; Op Bureau veertien in Den Haag is het soms urenlang rustig

"We moeten nu ingrijpen', zegt Van der Plas zachtjes tegen zijn vrouwelijke collega, "anders loopt dit helemaal uit de klauwen'. Het mooiste is een "heterdaad van auto of woning'. De mannen en vrouwen van "Bureau veertien' in Den Haag enige tijd op de voet gevolgd. Het vervelende van misdaad is dat het bijna altijd loont: "In het begin vond ik dat uiterst frustrerend, maar in dit vak leer je relativeren.'

HET BUREAU

Wie het politiebureau aan de Haagse Archimedesstraat binnentreedt, wordt overvallen door een déjà écouté. In de kale burelen overheerst nog altijd het geluid van dreunende vingertoppen op stalen toetsen. In bureau veertien staan dertien ouderwetse schrijfmachines, tegenover vier elektrische exemplaren. De communicatie-apparatuur is moderner: een telexapparaat, een terminal en twintig portofoons, waarvan er echter al geruime tijd vier zoek zijn.

""Daar in dat smerige hok staat het scherm waarop je precies kan zien wat de wagens doen'', zegt wachtcommandant Frans van Aalst, doelend op het ultramoderne Flexibele Meldkamer Systeem (FMS) waarover het bureau sinds kort beschikt. Het is de bedoeling van het systeem dat de wachtcommandanten korte beschrijvingen intikken van de "incidenten' waar de patrouillewagens op af zijn gegaan.

Op bureau veertien staat het FMS-scherm niet in de centrale werkruimte en dat zint Van Aalst niet. Hij houdt liever een permanent zicht op zijn manschappen. Een demonstratie van het systeem lukt evenmin. ""Ze hebben het toetsenbord veranderd'', zegt hij ""Zo kan ik er geen wijs uit. Bovendien duurt het mij allemaal veel te lang. Ik werk liever met mijn portofoon. Automatisering is mooi, maar zo'n scherm moet mij ten dienste staan en niet andersom.''

Het gebouw waarin bureau Archimedesstraat is gehuisvest, dateert uit 1904 en sindsdien is er niet al te veel verbouwd. Pas vorig jaar is centrale verwarming aangelegd. De inventaris is hopeloos verouderd. Een kantine is er niet, maar het personeel spreekt over "achterin'. Daar staan de televisie, de lange eettafel en het keukenblok. Daar zit ook infoman Frans Hoole, een oudere hoofdagent die als permanent aanspreekpunt fungeert en tevens frisdrank en snoep verkoopt.

Hoole houdt zijn uitgebreide archief nog steeds met de hand bij. Op de planken staan ordners met titels als "inbraak woning', "shoarmazaken', "project tasjesroof' "drugspanden' en "diefstal algemeen' waaronder "onbeheerd goed', "babbel', "kleedkamers' en "zakkenrol'. De map "exclusieve fietsendiefstal' gebruikt hij slechts ten bate van zijn statistisch overzicht. ""Bij die zaken doen we niet aan actieve opsporing.''

Wie een bakkie wil doen neemt plaats in een van de versleten fauteuils of aan tafel. Sommigen eten brood uit boterhamtrommeltjes; anderen geven er de voorkeur aan een blik soep op te warmen. Het favoriete leesvoer is het Algemeen Dagblad.

Aan de muur hangt "de lange lap', een chaotisch dienstrooster vol doorhalingen en wijzigingen. Bureau veertien heeft in principe 109 formatieplaatsen: een bureauchef, vijf stafleden, twaalf ploegchefs, zeventig surveillanten, twaalf rechercheurs, zeven wijkagenten en twee rayonagenten. Ongeveer een kwart van hen is vrouw; er werken twee allochtonen.

Bij de surveillanten bedraagt de structurele onderbezetting 25 procent, hetgeen neerkomt op zestien vacatures. ""We beschikken permanent over twee groepen van acht stagiaires waarmee we onze tekorten kunnen verhullen'', zegt bureauchef Rob Brons. ""Zo kunnen we toch nog aardig wat blauw op straat vertonen.'' Rechercheur Barry Beumer schat ""dat we slechts twintig procent van alle zaken oplossen'', waarvan de officier uiteindelijk nog eens de helft seponeert. ""Misdaad loont dus bijna altijd. In het begin vond ik dat uiterst frustrerend, maar in dit vak leer je relativeren.''

De werkzaamheden van Bureau Archimedesstraat strekken zich uit over acht wijken, die samen ongeveer eenzevende deel van Den Haag beslaan. Het totale aantal inwoners van het verzorgingsgebied bedraagt ruim zestigduizend, van wie achttien procent allochtoon. Uit onderzoek blijkt dat van alle door de bewoners van het district genoemde problemen dat van de hondepoep (52 procent) het hoogst scoort, gevolgd door vervuiling op straat, onvoldoende parkeerruimte en vernielingen. Iets meer dan de helft van de bevolking in het district heeft kritiek op het functioneren van de politie, met als meest genoemde klacht: "Je ziet ze nooit'.

DE RECHERCHEUR

Rob Zonneveld (38) wordt regelmatig als undercover junk ingezet bij invallen in drugspanden. Hij is een proces-verbaal aan het uittikken; op zijn bureau ligt een roestig kapmes van ongeveer een halve meter lengte.

""Dat mes hield de verdachte tussen zijn tanden terwijl hij bezig was een gevel te beklimmen om op de eerste verdieping iemands kop eraf te snijden. Vrienden en een taxichauffeur wisten dat te voorkomen. Ik heb hem op straat aangehouden. Oorzaak: drank. En daar heb ik een bloedhekel aan. Ik doe liever een tasjesroof of inbraak dan een dronkemansruzie. Dat is gewoon zonde van mijn tijd. Zit ik met een vervelende verdachte die slap lult en nog uit zijn bek stinkt ook.

""Sommigen zeggen dat we racisten zijn. Persoonlijk heb ik niets tegen buitenlanders. Of het nou een Hollander is of een Turk die een oud vrouwtje berooft, dat maakt mij niets uit. Wat bij de meeste collega's zo is, geldt ook voor mij: ik kan absoluut niet tegen autonomen. Dat zijn beroepsdemonstranten die ons uitschelden voor fascist en seksist en die het Sieg-Heilteken maken om ons te provoceren.

""Vorige week drong ik als eerste naar binnen bij een inval in een drugspand. Zulke acties vind ik mooi, al wordt er wel eens een diender met een mes bekogeld. Maar dit was een goed voorbereide actie, dus het risico was niet zo groot. Afgelopen woensdag kregen we een melding over een schietpartij. Storm je met zijn allen naar binnen, met getrokken pistool natuurlijk. Een collega trapt een deur in, zit er mooi wel zo'n jongen met een geladen riot-gun op je te wachten. Maar het gevaar kan ook van je collega's komen, bij onvoorbereide invallen loop je elkaar soms maar voor de voeten.

""De burgerij is mondiger geworden, dat geldt ook voor het korps zelf. De samenleving verhardt zich, dat is duidelijk. Overvallen, diefstallen met geweld en uit de hand lopende verkeersruzies nemen toe. De mensen worden steeds losser van zeden en normen. De onverschilligheid groeit, zo ook de angst.

""Zelf voel ik me niet zo bang, ik ben meegegroeid met de samenleving. Ik ben diverse keren met een mes bedreigd. Een jaar geleden ben ik aan de dood ontsnapt. Op 30 december kregen we een spoedmelding wegens oudejaarsrellen. We reden erheen en werden onmiddellijk belaagd door jongeren met stenen en brandblussers. Door keihard achteruit te rijden konden we nog ontsnappen.

""Met twee collega's wilden we daarna ieder van één kant de straat inrijden om die relschoppers op te pakken. Maar die andere wagen kwam nooit ter plaatse. We stonden dus alleen in die straat, klem. Alle straatverlichting was inmiddels vernield. Die gasten sloegen onze ruiten in en gooiden brandbommen naar binnen. Mijn collega raakte door een steen aan het gezicht gewond. Op het moment dat onze auto in brand vloog, gooide iemand een fles benzine over me heen. Ik kon nog net op tijd wegrennen. Na zo'n gebeurtenis verander je toch, ga je agressiever reageren. Sindsdien is het bij mij zo: òf direct optreden òf weggaan. En niet iets daar tussen in.

""Thuis bespreek ik vrijwel niets. Maar omdat hier nu meer vrouwen werken, kan ik mijn gevoelens beter uiten dan voorheen. Van mensen die zich voor de trein gooien, heb ik geen last. Ook niet van zwaargewonden bij aanrijdingen. Laatst was ik nog ter plekke bij zo'n ongeluk, een jong meisje was nog bij kennis terwijl haar botten eruit lagen. Dat beeld blijft je bij, maar je moet het zelf verwerken.''

DE WIJKAGENT

Vandaag is er een schoonmaakactie in de K-straat. Wijkagent Fred Taal (35) gaat er te voet heen. Onderweg passeert hij een stagiaire van zijn bureau. ""Heeft nog maar één streep'', mompelt hij. ""Die let nog op van die kleine dingetjes, zoals foutparkeerders. Nou, daar begin ik dus niet aan want anders kom ik de straat hier nooit meer uit.''

Ook in voorgaande jaren organiseerde Taal schoonmaakacties. ""Toen deden wij het zelf; zaten de bewoners achter de ramen te kijken.'' Nu is dat anders. Samen met de reinigingsinspecteur van de Dienst Stadsbeheer deelt Taal bezems uit. Oudere dames met regenkapjes en een handvol mannen beginnen terstond te vegen. Taal is zich ervan bewust dat het resultaat van zijn inspanningen slechts tijdelijk zal zijn. ""Zeker, over een maand ligt alles weer vol. Maar zo'n actie activeert de mensen, het houdt ze betrokken bij de straat. Sommigen hebben elkaar misschien in twintig jaar nog nooit gegroet en nu staan ze samen te vegen. Dat is goed voor de sociale controle.''

Volgens reinigingsinspecteur Marcel Groosman onstaat ""de helft van al het zwerfvuil omdat de mensen hun vuilniszakken te pas en te onpas naar buiten gooien''. Om het publiek voor te lichten heeft zijn dienst dia-series op scholen opgezet en excursies naar de vuilverbranding. ""We hebben onlangs laten uitrekenen dat de mensen hier in de loop der jaren precies honderd centimeter aan folders over huisvuil in de bus hebben gekregen'', zegt Groosman. ""Wat ons betreft is het in de preventieve sfeer over en uit. Dus houden we nu alleen nog maar harde huisvuilacties. Zak openscheuren en kijken wie de eigenaar is. Geen waarschuwing meer, maar meteen een verbaal. En de volgende keer opnieuw.''

Tijdens het vegen komen verscheidene mensen op de wijkagent af. Iemand beklaagt zich over de paardedrollen in het park; een ander meldt wanbetalende onderhuurders te hebben. Taal blijft staan bij een parkeergarage waarvan de deuren niet werken. Binnen liggen hopen afval; stof en oude kranten dwarrelen in het rond. ""Die kapotte deuren heb ik allang doorverwezen naar de afdeling Parkeerbeheer'', reageert Taal. ""Maar die lui hebben alle parkeergarages van Den Haag onder hun hoede en dat kunnen ze gewoon niet aan.''

Voor velen is de aanwezigheid van Taal een unicum. ""Meestal hoor ik: de wijkagent, daar hebben we nog nooit van gehoord, we wisten niet dat we die hadden. Maar ik kan toch moeilijk overal gaan aanbellen.''

De wijkagent spreekt ook de buurt-criminelen vriendelijk aan. ""Belangrijk, zulke contacten. Maar je moet je goed realiseren dat ze je altijd voor hun karretje willen spannen.'' Hij fietst of loopt altijd alleen. Hij draagt een portofoon waar naar zijn zin niet altijd snel genoeg op wordt gereageerd. ""Ik heb wel eens iets dat uit de verkeerde hand dreigt te lopen, moeten ze wel naar me luisteren.'' Hij slaat de hoek om. Een kleine, autovrije straat die geheel is volgestort met grof vuil. Wijzend op een paar verlepte planten temidden van rondslingerend afval: ""Hier hebben we vorig jaar nog een bloembakkenactie gehouden.''

DE SURVEILLANCE

Naast de veertien nul één stopt een andere politiewagen. Hoofdagent Ab van der Plas (29) opent het portier. ""Heeft die tasjesrover nog bekend?'' vraagt hij aan zijn collega. ""Zestien zaken. Letsel wil die goser niet toegeven, want dat zou hem een jaartje extra kosten.'' Van der Plas: ""Goed dat hij meerderjarig is, want we hadden hier laatst een jochie van een jaar of zestien die twintig zaken op zijn naam had staan. Die loopt nu al weer rond.''

Verderop ziet Van der Plas een hem bekende auto met Noors kenteken rijden. ""Dat is Brian, even checken.'' Tevergeefs probeert de bestuurder het tweetal agenten van zich af te schudden. ""Bon dia'', zegt Van der Plas in het Papiamento. Brian grijnst. De eigenaar van de auto blijkt vast te zitten wegens de invoer van drie kilo cocaïne en probeert nu vanuit de gevangenis de illegaal ingevoerde auto te verkopen. ""Hé Brian, voor deze auto moet een kentekenbewijs worden aangevraagd'', zegt Van der Plas. ""Ik heb je nu al een paar keer in dat ding zien rijden. Je laat hem hier staan en als ik je nog één keer betrap, schakel ik de douane in en dan ben je hem kwijt.''

Van der Plas heeft ""een leuk koffieshoppie'' op het oog waar hij een inval zou willen doen. ""Er worden harddrugs verhandeld en er zit aardig wat loop in.'' Maar voorlopig zal hij geen actie ondernemen. ""Ik heb net aan een grote drugszaak meegewerkt. Ga ik nu meteen hiermee door, dan denken ze dat ik me alleen nog maar op drugs wil storten. Zo iets ligt een beetje gevoelig bij ons. Vandaar dat ik eerst maar even gewoon wat bekeuringen ga uitdelen.'' Een bezigheid die duidelijk niet zijn voorliefde heeft. ""Vorig jaar heb ik op mijn kop gehad; in een heel jaar had ik er maar vier uitgeschreven. Maar ja, we zitten nu eenmaal wel eens op de stoel van de rechter. Soms kan je een zaak het beste oplossen door gewoon iemand een schop onder zijn kont te geven.''

In een auto in de Bloemenbuurt zit een hond opgesloten, meldt de mobilofoon. Zodra de veertien nul één ter plekke is, komt een man zijn huis uitgelopen. ""Het is een ploert, die vent'', zegt hij. ""Die hond zit al de hele dag vast.'' Van der Plas neemt poolshoogte. Op de autorruit zit een sticker: "Geen kostbaarheden aanwezig'. De hond is vastgeketend, maar het raam staat op een kiertje. Ze besluiten geen verdere actie te ondernemen. ""Kijk, het gaat niet slecht met die hond. Die mensen hebben nooit eerder geklaagd, dus het zal wel tijdelijk zijn.''

Met zijn asblonde haar en de kraag van zijn zwarte leren jack hoog opgetrokken heeft de 34-jarige Frank van der Lugt iets van een cowboy uit de Midwest. Acht jaar doet hij nu surveillance-diensten. Graag zou hij overstappen ""naar de bereden of de honden'', maar daarvoor is een wachtlijst. Met de toekomstige reorganisatie zal die overstap nog moeilijker zijn, want door de regionalisering neemt de concurrentie toe.

Als het mooiste in zijn werk beschouwt hij ""een heterdaad van auto of woning''. Helaas gaat veel tijd verloren met aanrijdingen. ""Dat is echt een sleur'', zegt hij. ""Je staat toch maar voor de verzekering te werken.'' Sommige collega's denken er net zo over en proberen zich te drukken. ""Dan rijden ze op de leuke klussen af, waar ze extra lang ter plaatse blijven om zo de aanrijdingen in hun eigen district te kunnen laten schieten.''

Plotseling heeft hij hem in het oog. Een man in een hardrijdende Taunus die zich van de verkeersregels niet al te veel lijkt aan te trekken. Van der Lugt geeft een ruk aan het stuur en zet de achtervolging in. De Taunus rijdt met een snelheid van minstens tachtig kilometer per uur door een smal straatje. Drie straten verder rijdt Van der Lugt hem klem.

Een kleine, brutaal kijkende jongen stapt uit. De twee agenten geven zijn naam door aan het bureau. ""Een duizend, over'', kraakt de mobilofoon. De jongen mag doorrijden. ""Ik zou natuurlijk artikel 25 kunnen toepassen, want hij rijdt als een halve Mongool'', zegt Van der Plas. ""Maar ja, die jongen is nu eenmaal een klein opdondertje. In zijn Taunus voelt hij zich een koning en dat wil hij graag laten zien.''

Ook bij achtervolgingen rijdt de veertien nul één zonder sirenes. ""Doen we alleen bij brand in woning, aanrijding mèt, onwelwording of assistentie collega'', dreunt Van der Plas op. Wanneer het laatste het geval is, slaan alle stoppen door. ""Daar gaat iedereen onmiddellijk op af. Het is de rugdekking hè, heel belangrijk voor ons.''

Over twintig minuten vliegt het huis van Janmaat de lucht in, luidt de volgende melding. In de straat waar het Kamerlid woont, heerst absolute rust. Een voor een waarschuwen de agenten de omwonenden. Janmaat zelf doet zijn rolluiken naar beneden en loopt laconiek naar buiten. Zijn Egyptische, eenbenige bovenbuurman strompelt moeizaam naar beneden. ""Leuk, zo'n buurman als Janmaat'', zegt een oudere vrouw. ""Dit is al de zoveelste bommelding.'' Om twee minuten voor vijf staat Van der Plas nog vlakbij de twee vuilniszakken die voor Janmaats huis zijn geplaatst. Zit daar de bom in? ""Zou kunnen, maar ik geloof er niet zo in.''

Om vijf uur wachten een vijftiental mensen op wat komen gaat. Janmaat heeft zijn fiets in de hand, zijn buren, vrijwel allen Hindoestaans of anderszins allochtoon, staan vlak naast hem. Om kwart over vijf geeft Van der Plas het sein veilig. ""Kom op, afhangen maar.''

DE AANGIFTE

Ze is een jaar of zestig en haar lip trilt. ""Gaat u eerst even rustig zitten'', zegt Van der Plas. Ze is beroofd van haar tasje, vertelt ze. Een paar weken geleden al, en nu had de politie haar opgebeld om te vragen of ze de dader zou herkennen. Dat kon ze niet, maar ze had de agent afwerend te woord gestaan want haar man had naast haar gezeten. ""Die is ernstig ziek weet u en daarom mag hij er niets van weten.''

Van der Plas vertelt dat bureau veertien een speciaal "tasjesroofproject' heeft opgezet en dat als resultaat daarvan vorige week een tasjesrover is opgepakt die aan het bekennen is geslagen. ""Durft u nog wel over straat?'' vraagt hij. ""In het begin niet. Nu wel, maar ik heb nooit meer een tas bij me. Ook kijk ik voortdurend om me heen en weet u wat ik zie? Allemaal oude dames die hun tas zo open en bloot bij zich dragen.''

Tasjesroof is het minderwaardigste waar iemand zich toe kan verlagen, stelt Van der Plas. ""Dat is onder dieven zelf ook zo. Wij doen er alles aan om dit soort criminaliteit te bestrijden.'' De vrouw is niet gerustgesteld. ""Maar er staat steeds iets over in de krant. Het is de angst, weet u.'' Van der Plas: ""Dat is nog erger dan het geld dat u kwijt bent, nietwaar?'' De vrouw knikt en onderdrukt een snik. ""Het blijft altijd bij je, hè'', zegt ze. ""Nee, slachtofferhulp hoef ik niet. Ik ben opgevangen door mijn kinderen. Maar mijn man mag het absoluut niet weten, hoor.''

HET LIJK

Hij ligt op zijn rug, vlak voor een winkel met tropische artikelen. Van zijn gezicht is weinig meer over. Zijn baard en zijn witte tulband zijn rood besmeurd. Elders uit zijn lichaam sijpelt nog bloed dat zich via de straattegels langzaam een weg zoekt naar de goot.

Den Haag slaapt. Alleen de buren van het hoekhuis kijken tussen de gordijnen door naar buiten. De plaats van het delict is afgezet met linten. Volgens getuigenverklaringen is de man eerst met een houten plank vol spijkers in het gezicht geslagen en daarna met zeven kogels doodgeschoten. ""Vermoedelijk een punt 22'', zegt brigadier Hans Smiers. ""Toen hij al dood was heeft iemand voor de zekerheid nog met een honkbalknuppel zijn gebit eruit geslagen.''

Ab van der Plas was het eerst ter plekke. Hij reed twee straten verderop toen er een melding binnen kwam over een massale vechtpartij. ""Het was een totale chaos hier. Tientallen Sikhs en Hindoestanen renden gillend in het rond. Toen ik het slachtoffer zag liggen, ademde hij al niet meer. Ja, er kwam nog één belletje bloed uit zijn mond blurpen. Ik voelde zijn pols, maar hij was al dood. Anders had ik hem nog mond-op-mond-beademing moeten geven ook.''

Twee leden van de technische recherche tekenen met krijt de plek af waar het slachtoffer is overleden. Daarna kruipt één van hen tussen de hondendrollen door, op zoek naar sporen. Hij vindt wat houtsplinters en een paar stukjes kleding die hij in een plastic zakje stopt.

Inmiddels staat er een vijftiental politiemannen op de plaats des onheils. ""Hé, werk jij tegenwoordig bij BZC?'' vraagt iemand. Na tien minuten arriveert de "lijkauto'. Een agent legt een deken over het verminkte hoofd van het slachtoffer. ""Heb ik je uit je mandje gehaald, jongen?'' vraagt een agent aan de slaperig kijkende begrafenisondernemer. ""Nou man, ik làg toch te meuren.'' Ondertussen trekt hij witte handschoenen aan en tilt het lijk samen met zijn collega op een brancard, waarover ze eerst een stuk plastic hebben gedrapeerd. ""Daar gaat-ie hoor, hupsakee.''

Op het bureau is de reconstructie van de schietpartij inmiddels in volle gang. Brigadier Smiers heeft samen met een inspecteur voorlopig de leiding. Het Bureau Zware Criminaliteit (BZC) zal daarna de zaak overnemen. Vooralsnog zijn er onduidelijkheden te over. Uit de zakken van het slachtoffer zijn drie identiteitspapieren te voorschijn gekomen: een treinabonnement, een paspoort en een postlegitimatiebewijs.

Op twee van de documenten komt dezelfde naam voor, maar de pasfoto verschilt. In het paspoort zit wel een foto van de verdachte, maar de naam stemt weer niet overeen met die op de twee andere documenten. Van deze naam blijken zich bovendien drie personen te bedienen. Vergelijking van de pasfoto's met die van in het buitenland voortvluchtige Sikhs zorgt voor nog meer verwarring. ""Al die kerels lijken op elkaar, met hun baarden en tulbanden'', zegt een agent.

Frank van der Lugt deelt mee dat een haaronderzoek zal worden uitgevoerd ""want die jongens van de technische dienst hebben een stuk hout gevonden waarop nog een pluk baard tussen de spijkers vast zat''. Intussen zijn de eerste verhoren al begonnen. Diverse getuigen zijn opgepakt evenals de bestuurder van een auto die met hoge snelheid van de plaats van het delict was weggereden. Ab van der Plas begint moeizaam te tikken: ""Wij, Johannes Antonius Smiers en Albert van der Plas, respectievelijk brigadier en hoofdagent van gemeentepolitie te 's Gravenhage verklaren: omstreeks 01.05 uur bevonden wij ons in uniform gekleed en met autosurveillance belast op de openbare weg...''

Hij pauzeert even. Dan: ""Zo'n lijk doet me dus niets. Maar ik heb een keer een meisje van anderhalf jaar oud gezien dat door kortsluiting in een schemerlamp onder stroom was komen te staan. Ik heb nog geprobeerd haar te redden en ze kwam inderdaad weer bij bewustzijn. Later overleed ze alsnog in het ziekenhuis. Kijk, zoiets grijpt je aan.''

"MOEILIJKHEDEN BINNEN'

Een lange, broodmagere man opent de deur. Hij is gekleed in onderbroek. Ab van der Plas en Frank van der Lugt lopen naar binnen, twee agentes van een ander bureau achter zich latend. Een van hen waarschuwt Van der Plas dat hij een op de grond liggend kunstgebit dreigt te verpulveren. In de benedenwoning heerst een onbeschrijfelijke chaos. De tussendeur is verbrijzeld, de ruiten aan de voorzijde liggen in scherven.

De bewoonster huilt. Samen met haar man heeft ze bij de politie aangifte gedaan wegens mishandeling en vernieling, zo veel is duidelijk. De rest van hun relaas blijft onduidelijk. Ze wijzen herhaaldelijk naar boven, daar heerst het kwaad.

Van der Lugt en Van der Plas gaan ieder aan een kant van de voordeur op de eerste verdieping staan en bellen aan. Een agressief kijkende man doet open. Met tegenzin laat hij de agenten binnen. In de woonkamer zijn drie vrouwen aanwezig en één man. Een kind van een jaar of vijf ligt op de bank te slapen. Twee samenwonende vrouwen blijken de woning te huren. Een van hen neemt het woord, rustig en behoedzaam formulerend. ""Wij zijn keurige, hardwerkende vrouwen'', zegt ze. ""Zeker, we hebben hier vanavond een feestje gehad. Van te voren hebben we alle buren gewaarschuwd, ook die vrouw beneden.''

Ze geeft toe dat er is geklaagd over geluidsoverlast. ""Maar dat doen die mensen voortdurend en die lafaard van een vent komt nooit zelf, hij stuurt altijd zijn wijf'', zegt de andere bewoonster. ""Voordat we hier kwamen wonen waren we al gewaarschuwd voor deze vrouw'', vervolgt haar vriendin. ""Zelf heeft ze steeds ruzie met haar man, midden in de nacht staat ze te zingen en toch klagen wij nooit. Ik betaal hier 850 gulden huur en ik vertik het om naar hun normen te leven.''

Van der Plas loopt intussen naar buiten waar een andere buurvrouw hem aanschiet. ""Die mensen van daarboven hebben de boel kort en klein geslagen hoor'', zegt ze, schichtig om zich heen kijkend. ""Nee, ik wil absoluut anoniem blijven.'' IJlings verdwijnt ze achter haar voordeur. Van der Plas voegt zich weer bij zijn collega.

Van mishandeling en vernieling zeggen de betrokkenen niets te weten. ""Het was zelfverdediging'', zegt een van de mannen in plat Haags. ""Die kerel kwam met een groot mes op ons af. Daarna heeft dat mens een stoel door de ruiten gegooid om ons zwart te maken.''

Van der Plas krijgt er genoeg van. ""De mensen beneden hebben een aanklacht tegen u ingediend en dus neem ik u nu mee'', zegt hij tegen een van de mannen. Groot tumult ontstaat, alle aanwezigen schreeuwen door elkaar heen en de vriendin van de man die Van der Plas wil arresteren, dreigt hem aan te vliegen. De twee andere vrouwen houden haar met moeite in bedwang. Een van de agentes komt boven en verklaart dat de onderbuurvrouw ook de andere man van mishandeling beschuldigt.

""We moeten nu ingrijpen'', zegt Van der Plas zachtjes tegen zijn vrouwelijke collega, ""anders loopt dit helemaal uit de klauwen''. Ze besluiten beide mannen te arresteren. In de auto houdt een van de verdachten een lange monoloog. ""Je kan me één nachtje vasthouden, misschien twee'', zegt hij, ""maar dan is het wel prijs, hè. Dan blijft er van die twee mensen daar dus niets meer over. Dat ken ik je zweren.'' Van der Lugt en Van der Plas negeren hem volledig.

Het is nacht en bureau veertien is gesloten. Op het bureau aan de Nieuwe Parklaan is het druk. Een dronken Pool maakt trammelant. Uit de recreatieruimte klinkt gekreun en gehijg; RTL+ zendt een soft-pornofilm uit, maar niemand heeft tijd om te kijken. De dienstdoende wachtcommandant fouilleert de twee verdachten. Hun bezittingen stopt hij in een plastic krat. ""In beslag genomen: één gouden ketting met één gouden kruis'', typt hij. ""U weet waarvoor u hier bent?'' vraagt hij aan de brutaal kijkende man. ""Moet u niet aan mij vragen, maar aan hem'', antwoordt deze, met een boosaardige blik in de richting van Van der Plas. ""Ik zal uw geheugen even opfrissen'', vervolgt de wachtcommandant. ""U bent aangehouden omdat u heeft geslagen en de boel overhoop getrokken.'' De man haalt zijn schouders op en zegt: ""Ik ben nooit in die woning geweest. U was er bovendien niet bij toen het gebeurde, dus u weet er niets van.''

Van der Plas en Van der Lugt sluiten het duo op. ""U weet hoe het in zo'n cel toegaat?'' vraagt Van der Plas. ""Ja, het is lang geleden, maar ik kan het me nog goed herinneren.''

Van der Lugt begint het proces-verbaal te typen, Van der Plas trekt de antecedenten van de arrestanten na. Verdachte Van K. is drie maal eerder aangehouden, respectievelijk wegens heling, vernieling en inbraak. Verdachte B. heeft het halve Wetboek van Strafrecht achter zijn naam staan: inbraak, brandstichting "met gevaar voor goederen en mensen', verzet tegen een ambtenaar in functie, bezit van vuurwapens, openlijke geweldpleging en vernieling. ""Geen grote crimineel'', meent Van der Plas. ""Gewoon een lastig ventje.''

De twee agentes komen binnen. Een van hen zegt zich ""wel gepasseerd'' te voelen omdat Van der Plas en Van der Lugt hen opzij hadden geduwd, terwijl zij nota bene het eerst ter plekke waren. ""Dat jullie vrouwen zijn, heeft daar absoluut niets mee te maken'', verdedigt Van der Plas zich. ""We zijn als eersten naar binnen gegaan omdat ons was gemeld dat er geschoten zou zijn, iets wat jullie op dat moment niet wisten.''

Nog een vijfde agent meldt zich. Met behulp van getuigenverklaringen is hij in staat de ware toedracht te achterhalen. ""Die vrouw is gaan klagen over het lawaai. Daarna is ze eerst van het portiek getrapt en vervolgens haar eigen woning in geslagen. Daar hebben de twee arrestanten met een fiets gegooid, de tussendeur verbrijzeld en de vrouw haar kunstgebit uit de mond geschopt. De arrestanten zijn zwagers van elkaar. De vriendin van een van hen heeft met een stok de voorruiten eruit geslagen.''

Frank van der Lugt geeft toe aanvankelijk de verklaring van de bovenburen te hebben geloofd. Van der Plas was meteen al een andere mening toegedaan. ""Dat echtpaar beneden was technisch niet tot geweldpleging in staat'', zegt hij. ""Die man blaas je zo om en zijn vrouw maakte een gestoorde indruk. Bovendien lagen de scherven van de voorruiten vooral in de woning en niet op de stoep, dus die zijn vanaf de buitenkant ingeslagen.'' Een dergelijke gewelddadige burenruzie staat volgens hem niet op zichzelf. ""De mensen reageren vaak heel agressief op de aanwezigheid van een pychiatrische patiënt in hun buurt. Terwijl ik denk: wat kan mij het nou schelen als iemand die zelf geschift is, zegt dat ik gek ben?''

DE NACHTDIENST

Voor de veertien nul tien uit rijdt een witte limousine met Duits kenteken en autotelefoon. De passagiers zijn omvangrijke heren in keurige pakken, op de bestuurder na allen met zonnebril. ""Dat is een Mercedes 500 SE, die kost iets van twee ton'', zegt brigadier Hans Smiers. ""Duitse pooiers nemen de scene hier steeds meer over.''

De georganiseerde misdaad rukt op en het kost de politie volgens Smiers moeite de nieuwste ontwikkelingen bij te benen. Zo is het gewone politiecommunicatiekanaal makkelijk af te luisteren. Steeds meer criminelen schaffen een decodeerder aan, waarmee ze ook het tweede kanaal kunnen ontvangen. ""Er zijn bendes die over uiterst professionele afluisterapparatuur beschikken en over gepantserde voertuigen. Zij volgen òns in onopvallende auto's in plaats van andersom en ze hebben tot de tanden bewapende bodyguards. Wij lopen vaak achter de feiten aan, in ieder geval qua apparatuur.''

Den Haag houdt zich rustig, urenlang gebeurt er niets. Om drie uur komt er een melding van een aanrijding. Een kaderlid van de afdeling bescherming en bewaking heeft met zijn gepantserde politiejeep een lantarenpaal half omver gereden. ""Foutje met het achteruitrijden.'' Smiers maakt een officieel proces-verbaal.

Om half vijf verzamelen zich negen agenten en één hond op het bureau aan de Nieuwe Parklaan. Op stapel staat de aanhouding van P.J., verdacht van diefstal van een gouden ketting ter waarde van vijfduizend gulden, in zijn bezit gekomen door de drager van het sieraad de keel dicht te knijpen. P.J. heeft ""een waslijst aan antecedenten'', waaronder vuurwapenbezit, overvallen, geweldpleging en mishandeling. De broer van de verdachte, in hetzelfde huis woonachtig, heeft een soortgelijke conduitestaat. De ouders van het tweetal zijn veroordeeld wegens het oplichten van de Sociale Dienst.

P.J. is vluchtgevaarlijk, vandaar dat zijn aanhouding de nodige voorbereiding vergt. De inspecteur van dienst tekent een stratenplan en bepaalt waar iedereen zich moet ophouden. ""Omdat we toch gaan aanbellen waardoor de zaak wel rustig zal blijven'' acht hij het dragen van een kogelvrij vest niet opportuun. ""Stel dat het een makkelijk deurtje is, dan kunnen we toch ook flipperen?'' oppert Frank van der Lugt, maar de inspecteur van dienst blijft bij zijn plan.

Na te hebben aangebeld, stormen vier agenten naar binnen; de anderen houden de straathoeken in de gaten. Overal in het huis liggen mensen te slapen, de agenten rennen zonder te kloppen naar binnen. Maar de verdachte is niet thuis. ""Weet ik waar hij is?'' zegt de broer. ""Misschien is hij wel aan de coke.'' Hij wijst op het balkon. ""Hier is hij de vorige keer naar beneden gesprongen, met balustrade en al. Maar hij heeft het overleefd, hoor.''

Even later treffen zeven agenten elkaar bij de Allerheiligste Sacramentskerk, die zou zijn opengebroken. Van der Lugt denkt dat de dader mogelijk de zwerver Krekel is, ""een boomlange vent, die gehuld gaat in een schapenjas uit de jaren zeventig''. Onder grote hilariteit rent de groep de kerk door, het schijnsel van de zaklantaarns zorgt voor een spookachtig effect. Na een kwartier geven ze het op.

GESPREK VAN DE WEEK

Een tiental agenten van bureau veertien zit aan de lange eettafel. Rechercheur Barry Beumer sart de videoband. De opname is gemaakt met een verborgen infrarood-camera die aan de overkant van het drugspand stond opgesteld en 24 uur per dag alle in- en uitgaande verslaafden en dealers filmde. De actie begint als rechercheur Rob Zonneveld in zijn hoedanigheid als undercover junk twee keer aanbelt. Hij is gekleed in een sjofel leren jack en kijkt, ""zoals alle junken doen'', diverse malen om zich heen of niemand hem volgt.

Zodra de deur opengaat rent hij naar binnen. Twee dozijn anderen, zowel in uniform als in burger, komen uit alle richtingen te voorschijn en volgen hem. ""Kijk, daar heb je Timmer'', roept een agent enthousiast. Een voor een voeren de manschappen geboeide verdachten af, veertien in totaal. Het bejaarde echtpaar van het huis ernaast kijkt ontzet toe. ""Goed werk, jongens'', roept een andere buurman lachend.

Van de veertien arrestanten zijn er vier in verzekering gesteld. Een van hen woont in de L-straat nummer 28. Bureau veertien besloot daar een inval te doen. Per vergissing forceerden ze echter het slot van het pand ernaast waar ze 11,5 kilo heroïne aantroffen. Goed voor minstens twaalf jaar gevangenisstraf en de grootste vangst die bureau veertien ooit gedaan heeft. ""Normaal ben je een jaar met zoiets bezig, compleet met het aftappen van Turkse telefoonlijnen en het infiltreren in het circuit'', zegt bureauchef Brons. ""Het is onvoorstelbaar dat wij er bij toeval tegenaan liepen.''

Het huiszoekingsbevel was afgegeven voor perceel 28. ""We zitten dus fout met onze bevoegdheden'', stelt brigadier Smiers, ""maar we hebben wel een fantastische vangst gedaan. Ik beschouw het dus als een goede vergissing.'' Hij verwacht dat de heroïne in ieder geval vernietigd zal worden. ""Teruggeven gaat wat ver.'' Soms kan de politie in dergelijke gevallen de vormfout achteraf nog herstellen. In dit geval was dat onmogelijk. ""Daarom hebben wij alles eerlijk op papier gezet'', zegt Smiers.

Even later mag een van de vier nog vastgehouden verdachten naar huis. Hij heeft een dochtertje van acht, zijn vrouw is niet verslaafd. ""Ga je nu afkicken?'' vraagt Smiers. ""Het is toch vreselijk voor dat kind om een verslaafde en stelende vader te hebben.'' De verdachte ontkent in alle toonaarden dat hij steelt. Smiers: ""Ach man, je hoeft mij echt niets wijs te maken. Ik ken het klappen van de zweep.''

WOORDENLIJSTJE

Aanrijding mèt: aanrijding met letsel.

Afhangen: zich omkleden in burger.

Artikel 25: wegpiraterij.

Autonomen: verzamelwoord voor linkse demonstranten, jongeren met leren jacks of hanekammen, actievoerders.

Bakkie doen: pauzeren en even bijpraten.

Flipperen: met een stukje plastic een slot forceren.

VD is een duizend: de verdachte staat niet gesignaleerd in het opsporingsregister.