De moeizame alleengang van een heel gewone schaatser

GRONINGEN, 11 JAN. Bij het afscheid merkt Alexander Baranov op dat hij een verhaal ter grootte van een luciferdoosje wel lang genoeg vindt.

Veel meer dan dat hij als in Nederland verblijvend marathonschaatser waarschijnlijk voor Rusland (of het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, dat is nog onbekend en ook onbelangrijk, want de naam doet er niet toe: hij heeft zich altijd Rus gevoeld en daar gaat het om) zal deelnemen aan de Europese kampioenschappen voor allrounders, volgend weekeinde in Heerenveen, valt er volgens de Rus niet te melden. Waarom de krant overigens hem en niet zijn veel beroemder en mediagevoelige landgenoot Oleg Bozjev voor een interview heeft benaderd, begrijpt hij niet. Leuk vindt Baranov het wel, daar niet van, hij wordt er alleen een beetje verlegen van. “Ik ben toch maar een heel gewone schaatser?”

Goed, een "heel gewone schaatser' dan, die overigens wel acht jaar deel uitmaakte van de nationale selectie van de Sovjet-Unie en uitkwam op Europese- en wereldkampioenschappen, met als beste klassering een derde plaats op het WK in 1982. In die periode reed hij ook een wereldrecord op de 5000 meter (6.54,66). Maar dat was vooral het gevolg van kei- en keihard trainen, want dat hij misschien wel is gezegend met een aardige portie talent wijst bij blozend, de ogen neerslaand, van de hand.

Als Baranov start op het EK, zal dat niet zijn omdat hij nog steeds tot de verbeelding sprekende resultaten bij de allrounders boekt. Integendeel: in 1989, na al een aantal jaren mindere prestaties te hebben geleverd, stapte hij uit de Sovjet-selectie. Sindsdien heeft hij zelfs geen sprint of 1500 meter meer gereden. Maar Baranov verblijft momenteel in Nederland en dat scheelt het krap bij kas zittende Russiche sportcomité (dat wegens de verrichtingen van de Sovjet-rijders bij het vorige EK vier schaatsers naar Heerenveen mag afvaardigen) in de reiskosten. Om die reden zal waarschijnlijk ook oud-wereldkampioen (1984) Oleg Bozjev, die in 1988 voor het laatst aan een groot internationaal toernooi deelnam, in Thialf zijn comeback als allrounder maken.

Zowel Baranov als Bozjev neemt in Nederland, net als vorig seizoen, deel aan het marathoncircuit, maar met die constatering houdt iedere vergelijking tussen de twee op. De extraverte en graag in de belangstelling staande Bozjev wordt gesponsord en heeft een bovenmodaal inkomen. Baranov, timide en zichzelf het liefst wegcijferend, heeft geen sponsor en moet samen met zijn studerende vriendin Alletta, die hij anderhalf jaar geleden bij skeelerwedstrijden in Nederland leerde kennen, rond zien te komen van haar basisbeurs (zo'n 600 gulden, red.) en "wat extra's' dat Alletta's vader hen maandelijks toestopt. Wat er per maand, na aftrek van vaste lasten, voor het samenwonend stel overblijft is zo'n 200 gulden. Ruim onder het bestaansminimum, maar Alletta en Baranov zeggen dat ze er van kunnen leven. Al zijn "gekke dingen' als de aanschaf van een nieuwe broek of trui al ruim een jaar taboe. Het samenstellen van een goede maaltijd wil ook nog wel eens problemen opleveren, “want we moeten goedkoop eten”, zegt Alletta.

Had hij maar een sponsor, dan zouden de financiële problemen voor een groot deel de wereld uit zijn, weet Baranov. Dan kon er ook eens een goede biefstuk op tafel komen en had hij niet, zoals vorige week, het kromgeraakte ijzer van een van zijn schaatsen (het enige paar dat hij heeft) zelf provisorisch bij hoeven te stellen. Maar de sponsors hebben geen interesse in de Rus, want zijn prestaties in de marathons zijn niet om over naar huis te schrijven. Alletta vindt dat het gebrek aan belangstelling van sponsors voor een deel ook aan haar vriend zelf ligt. Ze vertelt hem regelmatig (tot zijn grote ongenoegen!) dat hij zelf de telefoon moet pakken om mogelijke geldschieters te benaderen. Baranov piekert daar niet over. “Wat moet ik die mensen dan vertellen. Dat ik wereldrecordhouder ben geweest en ooit derde op het WK? Echt, zo met mezelf te lopen leuren, dat kan ik niet.”

Baranov denkt dat het niet alleen zijn matige resultaten zijn die sponsors afzijdig houden. Hij verblijft al anderhalf jaar in Nederland op een toeristenvisum. Als hij vanuit Den Haag geen verlenging krijgt, wat meestal het geval is, moet hij om de drie maanden naar zijn land terugkeren om daar, bij de Nederlandse ambassade, een nieuw visum aan te vragen. Daardoor heeft hij het begin van het marathonseizoen gemist en moet hij, als het verzoek tot verlenging van zijn huidige op 15 januari aflopende visum niet wordt ingewilligd, volgende week weer voor een paar weken naar huis. “En zeg nou zelf: sponsors zijn toch niet geïnteresseerd in een schaatser die een deel van het seizoen niet eens kan rijden omdat hij Nederland steeds moet verlaten?”

Krijgt Baranov geen verlenging voor zijn visum, dan zou hij officieel niet eens in Nederland mogen zijn als de Europese kampioenschappen (op 18 en 19 januari) plaatsvinden. “Als hij de verlenging niet krijgt”, zegt Alletta, “hoop ik dat justitie oogluikend toestaat dat hij vier dagen langer blijft”. Baranov knikt instemmend. Hij zou graag nog een keer op de EK uitkomen. Niet dat hij grootse daden van zichzelf verwacht (“daarvoor heb ik al te lang geen allroundwedstrijden meer gereden”), maar hij zou graag zien dat zijn land volgend jaar weer vier startbewijzen heeft en hoopt daaraan bij te kunnen dragen.

Vanmiddag wordt het Nederlandse kampioenschap marathonschaatsen verreden. Baranov mag daar uiteraard niet aan meedoen. Dat komt hem best goed uit, want nu kan hij meteen beginnen met de voorbereiding op de EK. En mocht hij Nederland toch op de vijftiende januari moeten verlaten, wat doet hij dan? “Dan zeg ik doeiii en vertrek gewoon. Zonder wrok. Ik ben er nu eenmaal de persoon niet naar om ophef te maken”, zegt de "heel gewone' schaatser. En het klinkt bijna als een verontschuldiging.