De justitiële strategie tegen delinquenten uit de DDR; Eerst de kleintjes, dan de groten; De vraag is of het recht van de voormalige DDR achteraf met beroep op mensenrechtsnormen voor ongeldig kan worden verklaard

Terwijl de officier van justitie te Berlijn gereed staat om een aanklacht wegens aanleiding tot moord in vier gevallen tegen Erich Honecker in te dienen, worden de eerste processen gevoerd tegen de soldaten die tijdens de grensbewaking van de DDR vluchtelingen hebben doodgeschoten. Het gaat in het bevel tot inhechtenisneming van Honecker om dezelfde evenementen aan de grens waarvoor nu de eerste vonnissen te verwachten zijn. Tegen twee voormalige soldaten zijn twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf geëist, tegen een van de betrokken officieren twintig maanden.

Hoe het vonnis ook gaat uitvallen, van tevoren staat vast dat ertegen in hoger beroep zal worden gegaan. Ook heeft de verdediging al aangekondigd dat zij het constitutionele hof zal inschakelen over de volkenrechtelijke vraag of het recht van de voormalige DDR achteraf met beroep op mensenrechtsnormen als ongeldig kan worden verklaard, zoals de Westduitse rechters trachten te doen.

Dit vonnis moet de spits afbijten van een reeks uitspraken. Een tweede proces is voor de jeugdstrafkamer te Moabit gaande tegen twee grensbewakers, die tijdens hun daad nog geen achttien jaar oud waren, in circa honderd andere gevallen zijn de opsporingen nog niet afgesloten. In de publieke opinie maakt men zich ongerust over het feit dat tot nu toe alleen "de kleinen' voor de rechter staan. Dat is ook de reden waarom de Duitse minister Kinkel van justitie niet nalaat de uitlevering van Honecker naar de Bondsrepubliek te eisen. De procesen tegen de jonge ex-soldaten dienen als voorbereiding van een proces tegen het voormalige staatshoofd. Zelfs als deze zich aan justitie zal onttrekken, blijven er voldoende officieren, generaals en politici over die in ruime zin verantwoordelijk te stellen zijn voor het regime van de grensbewaking in de voormalige DDR.

De processen tegen enkele soldaten die het "schietbevel' hebben uitgevoerd, zijn dus de voorbereiding van de aanklacht tegen de lange rij van degenen die het bevel hebben gegeven. De volgorde van de processen kan als een strategie worden gezien van het Openbaar Ministerie om het DDR-regime voor de rechter te dagen. De juridische vragen die de processen oproepen, maar meer nog de morele reactie op het justitiële toneelstuk laten twijfels rijzen of deze strategie verstandig is gekozen.

Ongetwijfeld staat de justitie in het verenigde Duitsland onder enorme druk. Aan de ene kant spiegelen politici en media een altegenwoordige behoefte om de communistische bewindslieden voor hun collectieve wandaden ter verantwoording te roepen. De vertaling van politieke verwijten in individuele, strafrechtelijk vatbare schuld, stelt tot nu toe echter teleur: de eerste aanklacht tegen de voormalige vakbondsleider Harry Tisch eindigde met een veroordeling voor een petieterige corruptiedaad; over de grote corruptie van Schalck-Golodkowski en zijn valutahandel heeft zich een parlementaire commissie gebogen, echter zonder tot nu toe tot voldoende strafrechtelijke bewijzen te kunnen komen. Evenals de geruchtmakende spion Markus Wolf treedt hij regelmatig voor de televisie op, wat de dreiging impliceert dat zij in hun val enkele Westduitse politici zouden kunnen meesleuren; de grootste boosdoener van allen, de voormalige chef van de veiligheidsdienst Erich Mielke, zit in voorlopige hechtenis en poogt met ziekte aan zijn tribunaal te ontkomen. Alleen de voormalige burgemeester van Dresden, Wolfgang Berghofer, die wegens verkiezingsfraude is aangeklaagd, werkt mee met justitie: na zijn veroordeling zouden er zeker talloze functionarissen van de communistische partij voor de stelselmatige manipulatie van de DDR-verkiezingen voor de rechter gedaagd moeten worden. Zijn verdediging berust dan ook op het argument dat er nooit sprake was van vrije verkiezingen in de DDR, een argument dat beoogt de individuele verantwoordelijkheid voor het regime te ontkennen.

De strategie van het Openbaar Ministerie om voor het raderwerk van de communistische staat strafrechtelijke verantwoordelijkheden te formuleren, begint bij enkele radertjes. Graag zouden de aanklagers een uitspraak van de hoogste rechter willen hebben of het "schietbevel' in laatste instantie strafrechtelijk verwijtbaar wordt geacht, voordat zij de bevelhebbers voor de rechter dagen. Indien het volkenrecht het hun onmogelijk maakt de leider van een staat voor zijn schrikbewind te veroordelen, zouden zij graag de overtreding van wetten binnen dat regime willen kunnen bewijzen. Daarbij gaan zij uit van de kleine uitvoerders die de juridisch minst aanvechtbare casussen leveren en van verdachten die door hun coöperatief gedrag de bewijsvoering vergemakkelijken. Echter hebben zij zich daarbij verkeken op de reactie van de media en de openbare opinie: de beschuldigde soldaten hebben tot nu toe meer medelijden dan verontrusting gewekt. De lange weg door de instanties in cassatie en constitutioneel beroep die ze te wachten staat, maakt duidelijk dat hun casus om het principiële recht wordt gevoerd en niet om hun eigen lotgeval.

Foto: Grenswachten van de voormalige Duitse Democratische Republiek (foto Martijn de Jonge)