Brief van een Wit-Rus

Koninkrijk der Nederlanden

Aan alle hoofdredacteuren en medewerkers van de kranten De Volkskrant, Algemeen Handelsblad, Algemeen Dagblad en Elseviers Weekblad

Geachte dames en heren,

De hele wereld weet wat er gebeurt in de voormalige USSR, hetzelfde gebeurt in ons Wit-Rusland. De jongen en de sterken zullen overleven. Ik bevind me in een doodlopende straat. Ik ben 57 jaar oud en ik werk al twee jaar niet meer wegens een alsmaar erger wordende maagzweer en daarbij horende complicaties. Ik kan pas over drie jaar met pensioen gaan. Ik krijg nu geen uitkering. Dat is niet toegestaan. Bij de sociale dienst hebben ze me aangeboden naar het ziekenhuis te gaan voor een onderzoek (dan zal een operatie onvermijdelijk zijn) om te bevestigen dat ik niet kan werken en daarom een uitkering krijg. Ik kan hiermee niet akkoord gaan, omdat ik weet dat onze "specialisten' je dood kunnen snijden op de operatietafel.

Als diepgelovig mens denk ik dat het beter is je eigen dood te sterven.

Mijn hele leven - 38 jaar - heb ik eerlijk en consciëntieus gewerkt voor kopeken, maar ik weet niet voor wie. En nu bevind ik mij in een kritieke financiële positie. Mijn vrouw is gepensioneerd en heeft krop. Mijn dochter is half ziek en heeft geen inkomen.

Hierom ben ik op het idee gekomen hulp te vragen in een ander land. Gelukkig volgt de KGB je niet meer wegens het sturen van een brief naar het buitenland. Ik heb het Koninkrijk der Nederlanden gekozen. Ik heb veel over uw land gehoord, het is klein, vrij en democratisch, met aardige, hardwerkende en, het belangrijkst, niet om hun godsdienst vervolgde mensen. Aan ons, Wit-Russen, net als aan andere volkeren van de USSR, was het verboden bij God, Christus, te zijn, de kathedralen waren vernietigd en op al het heilige werd gespogen. Ook ons Wit-Russische volk is hardwerkend, vroom en vriendelijk. Maar niemand vraagt ons om hulp - omdat onze leiders ons tot bedelaars hebben gemaakt. Maar, zoals wordt gezegd, de wereld is niet zonder vriendelijke mensen. Zij zullen zeker helpen. Maar wat te doen als je niemand kent? Tot wie moet je je richten? Het is bekend dat er in ieder land politiebureaus en kranten zijn. Daarom besloot ik in de bibliotheek informatie te zoeken over Nederlandse kranten. Ik heb informatie gevonden, uit 1962. Ik denk dat op z'n minst één krant zal antwoorden. Ik koos er vier, waarvan ik dacht dat ze het populairst waren omdat ze allemaal in een Sovjet-communistisch naslagboek reactionair werden genoemd. Daarom zend ik elk van hen dezelfde tekst.

Kranten weten denk ik het beste naar wie zo'n verzoek als het mijne om gratis materiële hulp gestuurd kan worden - naar een vereniging, een bedrijf of een nobele, welgestelde particulier.

Als gratis materiële hulp, niet als aalmoes, zal ik met dankbaarheid van alle vriendelijke, barmhartige mensen goederen ontvangen die zij in deze moeilijke tijden sturen, goederen die niet alleen door het gezin gebruikt kunnen worden, maar die gedeeld kunnen worden met anderen in nood.

Ik heb overigens gehoord dat Holland mooie spullen van zeer hoge kwaliteit produceert. Ik zal ook blij zijn geldelijke steun te ontvangen, maar niet in Sovjet-roebels. Die zijn niets waard.

Ik vraag u met nadruk nog een keer: mijn adres en verzoek naar iedereen te sturen die kan en wil helpen. Laat hen weten dat ik van te voren op de hoogte moet zijn van elke zending, via een brief of telegram. Anders zal elk pakket zonder een spoor achter te laten verdwijnen op zijn weg vanaf de grens.

Wij zullen in de heilige kathedraal bidden en de Heer smeken om lange levens, geluk en voorspoed voor allen die ons concrete materiële hulp geven, u dames en heren meegerekend, als bemiddelaars en misschien als inwilligers van mijn verzoek.