Beleggen in een eigen huis

De koper van een eigen huis verdient een standbeeld, omdat door zijn of haar handtekening onder het koopcontract vele bedrijven, zelfstandigen en instellingen aan de slag kunnen. Om er een paar te noemen: makelaars, notarissen, kadaster, assurantiebemiddelaars, (hypotheek-)banken en verzekeraars die geld uitlenen, aannemers, verhuizers, inrichters van woningen en tuinen enzovoorts. Niet iedere koper, van de honderd- tot tweehonderdduizend per jaar, realiseert zich zijn belangrijke rol als economische motor.

Na de beslissing om een bepaald huis te kopen is de volgende stap de financiering. Die is niet zo moeilijk te regelen, want met de woning als onderpand/zekerheid, een regelmatig inkomen en een hypotheekakte die niets aan het toeval overlaat, willen financiële instellingen graag tientallen miljarden guldens per jaar uitlenen.

Vandaar dat grote geldbedrijven met dunne en dikke boeken hun hypotheken proberen te slijten. Daarin worden vooral de fiscale voordelen van zo'n lening breed uitgemeten. En passant komt het huis ook weleens aan de orde, maar dan gaat het meestal om de juridische, fiscale en financiële kanten van de aanschaf. De belangrijke vraag Welk huis past mij het best? roeren de uitleners nauwelijks aan. Wèl noemen zij allerlei punten waar je op moet letten.

Een bank stelt in een advertentie: “De fase vóór de aankoop van een huis is één van de leukste. En één van de belangrijkste”. Ook in een collectieve advertentie van hypotheekverstrekkers staat dat er bijna niets leuker is dan het zoeken naar een eigen huis. “Natuurlijk spelen rationele factoren een rol”, gaat de tekst verder, “maar een huis koop je toch voornamelijk op gevoel.” Die eufemismen zijn te begrijpen, want potentiële kopers moeten zo snel mogelijk beslissen en zo de bal aan het rollen brengen.

Wie weleens een huis heeft gekocht zal zich nauwelijks leuke dingen kunnen herinneren van die (meestal te) korte tijd van wikken en wegen vol slapeloze nachten. Het is immers een investering voor een reeks van jaren, die wordt genomen door een of twee mensen die met bescheiden middelen en onvoldoende kennis van dit soort zaken en de (eigen) toekomst proberen te kiezen. En kopen op gevoel? Lariekoek! Het is geen jurkje.

Met welke mentale instelling moet je dan opereren op de markt? Er valt veel voor te zeggen een eigen huis ook te zien als een belegging, zoals aandelen en obligaties. Die koop je niet op gevoel, maar na een zorgvuldige zakelijke afweging (zo zou het moeten) van voor- en nadelen, rendement en risico. Maar er zijn natuurlijk verschillen tussen de koop van een huis als belegging en de aankoop van effecten.

Zo moet je in een huis wonen en soms werken. Verder spelen kinderen, scholen, winkels, omgeving en buurt een belangrijke rol in het selectieproces. Bovendien kunnen inkomen en vermogen de keus beperken. Als het huis aan alle eisen voldoet, gaat men tot aankoop over. Dat is begrijpelijk, want de beslissing, waar je zelf verantwoordelijk voor bent, is al moeilijk genoeg. Het boek Eigen huis goed bekeken (alles over kopen en verkopen) van de Postbank is een leidraad van meer dan tweehonderd pagina's voor op het nachtkastje. Een gids in onroerend goedzaken die slechts 14,50 gulden voor zijn informatie vraagt.

Wie koper èn belegger wil zijn, moet nog even doorbijten en niet direct beslissen na de eerste keuzeronde, want het huis moet nog op zijn merites als belegging worden beoordeeld. Zal de waarde oplopen met de geldontwaarding? En zal het extra meer waard worden, omdat het een uitstekende keuze blijkt te zijn, die andere kopers niet hadden onderkend? Net als het aandeel van een goed geleid bedrijf waarvan de resultaten voortdurend verbeteren. Als je zo redeneert moet je zo'n tien jaar vooruit proberen te kijken en schatten hoe hetzelfde huis dan in de markt zal liggen.

Over het algemeen is er een relatie tussen de prijs van een huis en de inflatie. Het huis blijft evenveel waard, omdat de prijs in guldens oploopt. Dat is een mooi resultaat wat bij aandelen niet altijd en bij obligaties zeker niet te behalen valt. Maar niet ieder huis doet het zo goed. Bepaalde gebieden in ons land, en de huizen daar, kunnen bij voorbeeld uit de gratie raken. En dat is funest voor de prijzen. Of de markt kan, vergelijkbaar met de aandelenmarkt, tijdelijk in een krach geraken door hoge rentetarieven, politieke spanningen en dergelijke. Dan is het tijd om te kopen. Ook kent de huizenmarkt hausses, zoals in de tweede helft van de jaren zeventig, met prijzen die niet overeenstemmen met de waarde van de huizen. Een geschikt moment om te verkopen en iets met minder lucht terug te kopen, redeneert een huiseigenaar/belegger attent. (wordt vervolgd)

Hij en Meertens ontkennen heftig dat de beslissing het 6000-systeem te laten vallen iets te maken heeft met plotselinge vertrek van de vorige topman, ir. H. Bodt, naar Philips.