Al-Andalus (1)

Het is nog niet zo lang geleden dat Rusland werd gezegd en geschreven waar in feite de Sovjet-Unie werd bedoeld. Dat die Unie uit vijftien staten heeft bestaan zag men gemakshalve over het hoofd, maar vandaag weet praktisch niemand dat.

Ondanks de hoge kwaliteit van het door H.M van den Brink geschreven stuk "Dromen van al-Andalus' (Z, 4 januari) meen ik hem op eenzelfde slordigheid te betrappen wanneer hij Arabische, moorse en islamitische cultuur door elkaar gebruikt.

Mohammed, 571-632, heeft in zijn nieuwe leer veel elementen aan het jodendom ontleend. Toen de joden weigerden zijn godsdienst te aanvaarden verdreef hij ze met harde hand (en dat is dan zacht uitgedrukt) van het Arabisch schiereiland tot zover zijn arm strekte. Zijn opvolgers hebben die arm verlengd en geheel Noord-Afrika met het zwaard tot de islam bekeerd. Een Berber kan een gelovig moslim zijn, maar voelt zich geen Arabier, ook al is het Arabisch de officiële taal.

De moorse cultuur in Spanje was geen Arabische cultuur, maar die van de onderdrukte en verdreven volkeren van Noord-Afrika, waaronder zich vele joden bevonden.

De tolerantie in Spanje waarover Van den Brink spreekt was meer het gevolg van lotsverbondenheid, het nodig hebben van elkaar om te kunnen overleven. Toen de derde groep, de christenen, de macht overnam en de combinatie van moren en joden uiteenviel, viel tegelijkertijd het intellectuele niveau van de moren (terug in Afrika) weg. Indonesië is islamitisch, maar als we spreken over Javaanse kunst bestempelen we die dan ook als Arabische kunst?

De kruistochten hadden tot doel de opmars van de islam in Europa te stuiten en de invloed ervan terug te dringen. In wreedheid deden beide partijen niet voor elkaar onder. Voor zover de moren niet bereid waren zich tot het christendom te bekeren werden ze verdreven en uitgemoord. Hetzelfde gebeurde met de joden in Spanje dat vanaf 1492 "judenrein' is geweest. Het is niet moeilijk om eenzelfde tendens in Arabisch-islamitische landen te bespeuren.