Zelfs de papegaai is dronken; Pastische op scheepsverslag van Charles Johnson

Charles Johnson: Slavenroute. Vert. Gerard Verbart. Uitg. Arena, 224 blz. Prijs ƒ 39,50 (geb.).

De hoofdpersoon van Charles Johnsons spannende avonturenroman Slavenroute (Middle Passage) zal liefhebbers van de klassieke Amerikaanse literatuur bekend voorkomen. Hij is naïef en innemend, solitair en jongensachtig, hij heeft kind noch kraai en verkiest onzekerheid en avontuur boven het verstikkende burgerleven. Slechts twee dingen onderscheiden hem van negentiende-eeuwse helden als Haviksoog, "Ismael' en Huckleberry Finn: hij is zwart, en zijn zelfgezochte eenzaamheid wordt niet verlicht door een opofferende boezemvriend. In Slavenroute neemt Rutherford "Illinois' Calhoun, een vrijgelaten slaaf in het Amerika van vóór de Burgeroorlog, het in zijn eentje tegen het lot op.

Dat lot is hem niet gunstig gezind. Vanaf het moment dat hij, op de vlucht voor een gevaarlijke schuldeiser en een aanhalige vriendin, als verstekeling aan boord gaat van het slavenschip Republic, wordt hij het lijdend voorwerp van een reeks gruwelijke gebeurtenissen. Het in negen "aantekeningen' verdeelde reisverslag van de geletterde kruimeldief Calhoun leest als een catalogus van scheepsellende: in twee maanden tijds wordt de driemaster overvallen door geheimzinnige ziektes, storm, honger, kannibalisme, muiterij, moordpartijen en een slavenopstand. Als de Republic uiteindelijk aan anarchie en schipbreuk ten onder gaat, is Calhoun een van de weinigen die het kunnen navertellen - precies zoals dat hoort in ouderwetse zeeverhalen.

“De laatste wenkende grens voor schurken, dromers en dwazen.” Zo omschrijft Rutherford Calhoun de zee. Maar het schip waarop hij als koksmaat te werk wordt gesteld, overtreft zijn wildste verwachtingen. De Republic blijkt een gammele vergaarbak van ruige mislukkelingen, die onafgebroken zuipen (zelfs de scheepspapegaai is dronken) en allemaal een schandelijk geheim met zich meedragen. Kapitein van dit varende Twin Peaks is Ebenezer Falcon, een even geniale als waanzinnige dwerg die door Calhoun wordt aangeduid als "magister ludi van het harde leven'. In zijn met boobytraps beveiligde hut verkracht hij de scheepsjongens en werkt hij aan zijn monomane plannen om rijkdom en eer te behalen.

In plastische taal en liederlijk detail beschrijft Calhoun een wereld waarin niemand te vertrouwen is - ook hijzelf niet - en iedereen elkaar naar het leven staat. De chaos op de Republic wordt compleet wanneer de slavenhaler aan de Westafrikaanse kust zijn lading heeft ingenomen en naar New Orleans terugzeilt met goud en ivoor en 40 leden van de stam der Allmuseri. Diep in het ruim bevindt zich een geheimzinnige kist met de waardevolste koopwaar: de god van de Allmuseri, een onbeschrijflijk wezen waarmee kapitein Falcon de wereld wil verbazen, maar dat benedendeks het lot van schip en bemanning bezegelt.

Pandemonium

Slavenroute is geen standaard avonturenroman, niet zomaar een zeeverhaal. Daarvoor zijn Calhouns ontberingen te dik aangezet en veroorlooft de schrijver zich te veel literaire grapjes. Subtiel en geestig verwijst Charles Johnson (1948) naar het werk van andere zeeschrijvers. De beginpassage van Slavenroute, de scheepsjongen die krankzinnig wordt, de monomane kapitein, en het pandemonium aan boord lijken geïnspireerd op Melvilles Moby-Dick. Her en der zijn motieven uit Homerus' Odyssee en Conrads Heart of Darkness terug te vinden. En de aaneenschakeling van hallucinerende en apocalyptische gebeurtenissen doet denken aan Edgar Allan Poe's Narrative of Arthur Gordon Pym, al anderhalve eeuw het afgrijselijkste scheepsverslag uit de Amerikaanse literatuur.

Niet bekend

De afwijkingen van wat gebruikelijk is in een "realistische' avonturenroman maken Slavenroute tot een bijzonder boek. Daar komt bij dat Johnson prachtig schrijft en veel gevoel voor humor heeft. Verschillende passages uit Slavenroute zullen me lang bijblijven - niet alleen de nauwgezet beschreven gruwelen die Calhoun moet ondergaan (bij voorbeeld het stuntelige overboord zetten van een rottend lijk), maar ook de monologen van de kapitein, of de beschrijving van de wrakke schuit waarmee de Oceaan getrotseerd wordt:

“Hij versplinterde onder onze voeten, bij harde wind gingen de grootzeilen aan flarden, de houtrot, de kieren en parasieten in het oude hout deden hun werk zo snel (-) dat kapitein Falcons manschappen het merendeel van hun tijd aan de letterlijke wederopbouw van de Republic besteedden (-). Hij was in één woord een proces, van voor- tot achtersteven.”

Voor Nederlandse lezers is het jammer dat Slavenroute zo weinig vloeiend vertaald werd. Nu wordt het fabelachtige tempo van het verhaal gedrukt door slechtlopende zinnen, onlogische dialect- en scheldwoorden en verkeerd gedoseerd populair taalgebruik. Gelukkig is Charles Johnson een schrijver die net als zijn romanpersonage alles overleeft - zelfs een teleurstellende vertaling.