Zandbak van Moerdijk loopt eindelijk vol

Het industrieterrein Moerdijk loopt vol met nieuwe bedrijven. Tot genoegen van de eigenaren, maar vaak tot ergernis van de regionale milieubeweging.

Moerdijk is uit de rode cijfers. De directie van het Industrie- en Havenschap Moerdijk kon over 1990 een positief resultaat van bijna twee ton boeken. Het kan verkeren. Was industrieterrein Moerdijk - gelegen in het Noordwesten van Noord-Brabant - in 1987 nog een molensteen om de nek van de eigenaars, thans is het een halssierraad dat gezien mag worden. Althans op het eerste gezicht. Want Moerdijk zal waarschijnlijk altijd veel aandacht blijven vragen, zowel van economen en bestuurders als van biologen en milieudeskundigen. Om maar te zwijgen van de bevolking van West-Brabant.

Het lang verwachte succes van Moerdijk is een voorbeeld van het Coase-theorema, genoemd naar de Britse econoom die dit jaar de Nobelprijs voor economie heeft gekregen: het bedrijfsleven houdt bij investeringen zelf rekening met milieu-effecten.

Waren twintig jaar geleden milieubeschermers nog roependen in de woestijn, nu komt het voor dat ondernemingen die zich willen vestigen in Moerdijk rechtstreeks contact opnemen met de Vereniging Milieugroep Moerdijk. Op die manier houden ze uit eigen belang rekening met de normen van de Milieugroep die doorgaans strenger zijn dan die van de overheid, teneinde moeizaam slepende procedures te voorkomen. Zo mocht Gerard Verbeeke, voorzitter van de Vereniging Milieugroep Moerdijk, op uitnodiging van de chemiegigant Dr. W. Kolb AG per vliegtuig afreizen naar Hedingen in Zwitserland om zich te informeren over de chemische processen bij de productie in de nieuwe vestiging op Moerdijk.

Industrieterrein Moerdijk - door braakliggende grond ooit bestempeld als de duurste zandbak van Europa - loopt vol. In 1989 werden er 25 hectare terrein uitgegeven, in 1990 vijftig, en 1991 kan waarschijnlijk worden afgesloten met een uitgifte van 75 hectare. Het Industrie- en Havenschap Moerdijk is op 25 hectare na door de 132 hectare grond heen die na een sanering van enkele jaren geleden voor uitgifte overbleef.

Deze in financieel opzicht positieve ontwikkeling is voor een deel te danken aan de economische opleving sinds 1984. Belangrijker voor Moerdijk is de groeiende belangstelling vanuit Rotterdam en Antwerpen, die onder andere formeel tot uitdrukking komt in de samenstelling van de Raad van Advies van het Industrieschap. Vorig jaar werd de Belgische ondernemer H. Paelinck lid van dit orgaan. Hij is tevens lid van de Wereldbank en directeur van Van Ommeren Belgium, en kent daarom het Antwerpse havengebied van haver tot gort. De Rotterdamse interesse is gepersonifieerd in F. Kuijper, oud-directeur van de Rotterdamse Scheepvaartvereniging Zuid.

Zag Rotterdam Moerdijk tot voor kort als concurrent, op dit moment verwerft Moerdijk de functie die het al in de jaren zestig was toebedacht: overloopgebied voor Antwerpen en Rotterdam. Directeur Rodewijk van het Industrie- en Havenschap Moerdijk, tot vorig jaar werkzaam bij het Grondbedrijf Rotterdam, zegt het simpel: “De Randstad zit vol. Rotterdam dus ook. En omdat Moerdijk zeehavencapaciteit heeft, zij het een beperkte, is het in staat om de Rotterdamse haven te ontlasten. De haven hier heeft een diepgang van 7,80 meter en is dus geschikt voor coasters van 20.000 BRT. Daar komt bij dat Moerdijk gunstige distributiefactoren heeft in de vorm van directe aansluiting op het verkeer per rail, water en weg. En bovendien is het terrein aangesloten op het internationale pijpleidingennet van de zware petrochemische industrie. Meer dan de helft van de industrie op Moerdijk hoort in die sector thuis.”

Het begon eind jaren vijftig toen de gemeenten Zevenbergen, Klundert en Lage Zwaluwe een industrieterrein van 250 hectare wilden aanleggen omdat ze de eenzijdigheid van de agrarische monocultuur in hun gebied wilden doorbreken. Bovendien wilde de regio voorkomen dat er werkgelegenheid zou verdwijnen naar Rotterdam. De zaak kwam verder in beweging toen Shell niet in Pernis mocht uitbreiden en door het rijk 500 hectare kreeg aangeboden in Moerdijk. De verwachting was dat Shell andere bedrijvigheid zou aantrekken. Op grond daarvan werd het wenselijk geacht het terrein nog verder uit te breiden tot 2100 hectare. Daarvan waren er 1200 bestemd voor uitgifte. Van de overige 900 hectare werd 200 hectare gebruikt voor het aanleggen van groenzones, wegen en andere faciliteiten. De rest werd gereserveerd voor havenfaciliteiten. Met die uitbreiding op grote schaal raakten ook de gemeente Breda en de provincie Noord-Brabant betrokken bij Moerdijk.

Ze troffen met de al genoemde gemeenten de gemeenschappelijke regeling die het bestuurlijke en financiële fundament vormt voor het huidige Industrie- en havenschap Moerdijk. Maar de verwachte groei stagneerde door de oliecrisis in 1973; bedrijven bleven kopschuw. De schulden groeiden.

Het tijdperk van talmende ondernemingen, treuzelende overheden en teleurstellende teloorgang kwam ten einde toen de Amerikaanse onderneming Quaker Oats het oog liet vallen op Moerdijk. Uiteindelijk ging het feest niet door. Wel kwam Sivomatic, een onderneming die in Moerdijk niks anders doet dan voor de groothandel zakken vullen met waterabsorberende materialen voor de kattebak. Die vestiging markeerde het keerpunt in de Werdegang van Moerdijk.

Dat het toch nog goed komt is gekomen, komt volgens de Rodewijk behalve aan de opleving van de economie en de groeiende belangstelling van Rotterdam en Antwerpen vooral door de bemoeienis van de voormalige commissaris van de koningin in Noord-Brabant Van Agt, oud-gedeputeerde voor Economische zaken Wagtmans, oud-minister Ruding en premier Lubbers. Er kwam een sanering waarbij het rijk 109 miljoen gulden plus een renteloos voorschot van twintig miljoen gulden overhevelde naar het Industrieschap. De provincie betaalde 21 miljoen gulden, Breda twintig miljoen en de drie kleine gemeenten samen acht miljoen gulden. Bovendien kwam een flink deel van het terrein onder beheer van de rijksdienst Domeinen die het gebruikte voor landbouw. Maar in termen van ruimtelijke ordening bleef de industriële bestemming gehandhaafd. En dat komt nu goed uit. Want de voorraad grond is bijna op.

De bedrijven die zich sinds de ommekeer in 1987 op Moerdijk hebben gevestigd zijn afkomstig uit de zware metaal-industrie, de sector lichte industriële bewerking en distributie, overslagbedrijven, en uit de sector grondrecycling.

Voorbeelden: Vetco Gray van Asean Brown Boveri (zware metaal), Oilfield International Equipment and Supplies (licht), Mineral Services van Swarttouw (overslag), Heidemij en Heijmans Wegenbouw (beide grondrecycling). Alle nieuwe vestigingen sinds 1987 zijn goed voor ruim duizend arbeidsplaatsen. Grof geschat is er sinds 1987 voor bijna een half miljard gulden geïnvesteerd op Moerdijk, zonder dat er sprake was van investeringspremies. Alleen buitenlandse bedrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden zo'n premie krijgen, maar in de praktijk is dat nog niet nodig geweest.

In een van de zones van het terrein is een milieu-energie-straat ingericht, bestemd voor het reinigen van tanks en voor het distribueren en leveren van industriële gassen. Er bestaat nu een zogenaamde Stuurgroep Convenant Moerdijk waarin alle overheidsinstanties die milieuvergunningen verlenen zijn vertegenwoordigd. Dit orgaan adviseert het Industrie- en Havenschap Moerdijk bij de vestiging van bedrijven. Het gaat erom dat het bedrijfsleven duidelijk weet waar het aan toe is op basis van de randvoorwaarden die door de stuurgroep zijn geformuleerd. In die zin functioneert het overlegorgaan dus als een bestuurlijk-ambtelijke filter. Op het terrein is ook een Tijdelijke Opslag-Plaats (TOP) voor afvalstoffen gevestigd en er is ook capaciteit voor definitieve opslag. Maar wat heet tijdelijk?

Die vraag is voor Gerard Verbeeke gefundenes Fressen. Verbeeke is voorzitter van de Vereniging Milieugroep Moerdijk, bestaande uit 153 gezinnen en aangesloten bij de Brabantse Milieufederatie. Zijn vasthoudende mentaliteit heeft hem al vele malen bij de Raad van State gebracht. Als gevolg van zijn streven om het milieu op Moerdijk en in de hele Westhoek te behoeden voor vervuiling lopen er momenteel achttien procedures tegen bedrijven.

De milieuproblematiek loopt als een rode draad door de geschiedenis van Moerdijk. In 1968 - toen in de Europese universiteitssteden de verbeelding aan de macht moest komen - kwam Shell naar Moerdijk omdat de grond goedkoop was. De boeren in deze streek, zo verhaalt Verbeeke, hebben zich wel verzet, “maar ze vormden geen partij voor Shell en de rest.” Rotterdam had toen in zijn visie geen belangstelling voor Moerdijk omdat Europoort nog vol moest. Eind jaren '70 kwam Moerdijk in beeld als vestigingsplaats voor een kerncentrale en als opslagplaats voor radio-actief afval.

Volgens Verbeeke is dat een belangrijke reden geweest waarom het bedrijfsleven, vooral het Amerikaanse, Moerdijk aanvankelijk links liet liggen. Kernenergie op Moerdijk is momenteel niet in openbare discussie maar de optie van de Electriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland is er volgens Verbeeke nog steeds. Hij memoreert dat het rijk bij de sanering van de financiën twintig miljoen gulden aan de gemeenten bood in ruil voor de bereidheid om radio-actief afval te accepteren.

De Milieugroep Moerdijk verloor een kort geding over deze zaak omdat de rechter vaststelde dat er nog geen sprake was van een overeenkomst. “Maar”, aldus Verbeeke, “we hebben toen toch gewonnen omdat de rechter eveneens oordeelde dat een eventuele overeenkomst fout zou zijn. Dat maakte het voor de overheid onmogelijk om de overeenkomst alsnog af te sluiten.”

Begin jaren '80 kreeg Moerdijk er opnieuw een functie bij. Ditmaal ging het om de mogelijkheid er, populair gezegd, gifgrond op te slaan: “Daar stonden we niet afwijzend tegenover omdat je, als er geen lokale oplossing is, beter kunt zorgen voor goede opslagmogelijkheden elders.” Volgens Verbeeke wordt er momenteel bijna niet gereinigd omdat rijk en provincie te weinig geld beschikbaar stellen. De capaciteit van de peperdure installaties van de betreffende bedrijven wordt daarom maar voor een klein deel benut. En dat terwijl de milieuproblemen steeds groter en omvangrijker worden.

Verbeeke typeert deze ontwikkeling door te stellen dat de grond in Nederland nergens zo schoon is als in Lekkerkerk: “Daar is nog vier meter afgegraven. Nu mag je blij zijn als ze vijftig centimeter afgraven.”

De Vereniging Milieugroep Moerdijk krijgt in milieutechnische zaken hulp van derden, onder andere van de Technische Universiteit Delft. Van de overheid, met name de provincie Noord-Brabant, zegt de vereniging weinig steun te ondervinden.

Verbeeke: “Wij kijken veel verder dan de overheid, want die is bang voor precedenten. Daar komt bij dat ze over de huidige techniek te weinig kennis in huis hebben.” Maar hij erkent dat er toch wel veel veranderd is in de afgelopen vijftien tot twintig jaar. Verbeeke constateert met voldoening dat bedrijven nu uit zichzelf contact opnemen met de milieugroep. Op grond van de groeiende jurisprudentie kunnen bedrijven nu ook, anders dan vroeger, worden aangesproken op het moment dat ze nalatig zijn. En dat heeft onder andere weer tot gevolg dat bedrijven die zich ergens willen vestigen heel goed nagaan of ze niet toevallig op vervuilde grond zitten. Bij de Raad van State is een soortgelijke ontwikkeling te zien: vroeger draaide het allemaal om werkgelegenheid, nu telt ook het milieu volop mee.

Moerdijk is toch nog vol gekomen. Het Industrie- en Havenschap heeft al negentig hectare terug van het terrein dat bij de sanering onder beheer kwam van de Rijksdienst Domeinen. Deze grond is bestemd voor logistieke en zeehaven gebonden activiteiten. Daarnaast heeft het Industrie- en Havenschap 200 hectare van Domeinen teruggekregen die in de nabije toekomst bouwrijp gemaakt zullen worden. Een groot deel daarvan is bestemd voor de chemische industrie. De Vereniging Milieugroep Moerdijk zal de ontwikkelingen kritisch volgen. Verbeeke: “In de Westhoek hebben nu al behoorlijk wat mensen ademhalingsmoeilijkheden. Bovendien zal er door de uitbreiding weer natuur- en landelijk gebied verdwijnen. Wij zullen ons tegen uitbreiding verzetten.”