"Want dan binne de rapen gaer'

Wat wordt straks, in 1992, de positie van Friesland in een Verenigd Europa?

De vooruitzichten zijn somber.

En dat terwijl Friesland zich best kan redden, zei Douwe Willemsma, raadslid te Littenseradiel, op de nieuwjaarsreceptie van de Frysk Nasjonale Partij. Samenwerken is wenselijk, versmelting is daarentegen uit den boze. “Want dan binne de rapen gaer.”

Toch lijkt de opheffing van Friesland onvermijdelijk.

Tot veler, althans tot sommiger verdriet.

Waarom onthoudt Nederland zijn nationale minderheden hun zelfstandigheid? vraagt Pier Boorsma, Frysk dichter, zich af? "Yn Spanje besitte Baskenlân, Kataloanje en Galicië gans autonomy.'

Omdat de Friezen daar niet voor voelen, denk ik. De Friese strijd, de Friese cultuur, de Friese taal laat de meesten hunner vrij onverschillig. Een paar jaar geleden verfriesten twee gemeenten zich tot Boarnsterhiem respectievelijk Tietsjerkstradiel. Het Nipo peilde evenlater de stemming en het bleek dat zeventig procent der Friezen van dit soort maatregelen niet was gediend.

“Over de vrijheidsstrijd van de Esten wordt prachtig en vol begrip geschreven in de Nederlandse kranten”, zei Kerst Hulsman, lid van de Raad van de Friese Beweging. “Maar waarom schrijft men maar zelden zo over de Friezen?”

Omdat de Esten zich aan de stalinistische terreur moesten ontworstelen, zou ik denken, een situatie die niet met de verhouding Friesland-Holland vergelijkbaar is.

Er schijnt een Fersetsgroep Warns 2000 te bestaan, genoemd naar de plaats waar in 1345 de boze Hollanders de zee in werden gedreven. Deze verzetstrijders zijn, als de meeste Friezen, de braafheid zelve. Hun woelmuizerij blijft grotendeels beperkt tot het plakken van affiches met teksten als "Den Haag Vandaag. Friesland Morgen'.

Datzelfde Den Haag dat het Fries allang als tweede rijkstaal heeft erkend en als verplicht vak op de basisscholen heeft ingevoerd. Dit vak neemt overigens hoogstens één uur per week in beslag, waarin men Friese liedjes zingt als "Moay sunder wearga binne de Walden', op muziek van Wolfgang Amadeus Mozart, een componist die al zijn leven geen Friese bodem heeft betreden.

Niettemin, de strijd om Friesland en het Fries wordt op een zachtaardige wijze gevoerd. De Friezen zijn geen bommengooiers als de Basken en zij zijn geen terroristen als de Noordieren. Zij pleiten volslagen geweldloos voor hun eigen taal en gewest, wat tenslotte hun goed recht is. De discussie wordt veelal in alle redelijkheid gevoerd. Ook in het perspectief van de discussie over de diverse schaalvergrotingen, die in Nederland is ontbrand. Zo publiceerde de Leeuwarder Courant op Oudejaarsdag een hoofdartikel onder de kop "Burgemeesters met moed'. Het betrof de eerste burgers van de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf, die, in het geheel niet zetelverkleefd, hadden laten weten niet aan hun eigen gemeentegrenzen te hechten - en eigenlijk ook niet zo veel aan de grenzen van de provincie.

Werkelijk krasse taal, in een gewest waarin een ieder op een haast mystieke wijze aan zijn eigen terp is verknocht.

In diezelfde Leeuwarder Courant op diezelfde Oudejaarsdag stond een bijeengefantaseerd hoofdartikel, op 23 maart 2003 gedateerd. Dat bevatte scherpe kritiek op dezelfde Stellingwervers, die, in hun streven naar onafhankelijkheid, een revolte tegen de autonome republiek Fryslan zouden heben ondernomen. Andermaal waren de rapen gaar. Diende de Friese regering in te grijpen? De Leeuwarder Courant vond van wèl: “De zuiderlingen beroepen zich op argumenten die eerder in de geschiedenis ook door de Friezen zelf zijn gebruikt. Maar zij zien daarbij over het hoofd dat de situatie niet hetzelfde is als destijds. De Stellingwerven mogen dan een culturele eenheid vormen, het gebied is te klein om een zelfstandige status te krijgen.” Trouwens: “Wat doet het Bildt wanneer de Stellingwerven hun zin krijgen? Zullen de Hindeloopers zich nog koest willen houden?”

Deze Stellingwerven vormen binnen Friesland op hun beurt een minderheid, vergelijkbaar met de Friezen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het betreft het tegen Drente aanleunende gedeelte van de provincie, bestaand uit de gemeente Weststellingwerf, bekend van het Wolvegaster Mannenkoor, en de gemeente Ooststellingwerf, bekend van de geitenfokvereniging te Oldeberkoop. Ook de Stellingwervers hebben een eigen taal, gepropageerd door de zogenaamde Stellingwarver Schrieversronte, waarvan de Encyclopedie van het Hedendaagse Friesland als belangrijkste wapenfeit vermeldt, dat zij de Leeuwarder Courant heeft bewogen anderhalf kolom Stellingwerfs per week af te drukken.

Maar dan ook geen regel méér. Zoals de Hollanders zich vrolijk maken over die malle Friezen, zo zien de Friezen neer op die merkwaardige Stellingwervers. Lees de beschrijving in Frieslands belangrijkste dagblad van de poëzie-instuif Op Den Vrolijken Poëet, afgelopen zaterdag belegd in Zaal 't Wapen. De verslaggever legt een halve pagina lang uit dat het allemaal werkelijk niks was. De "rijmsels' van de ene dichter waren warhoofderij. De rijmsels van de andere dichter hadden als belangrijkste verdienste dat zij niet te verstaan waren. En vrolijk, althans vermakelijk, waren de Stellingwerver poëten geen van allen. “Slechts een vermoedelijk kennisje van de dichter lacht overdreven luid.”

Men ziet, het is een verslag met een hoge zuurgraad - alsof je de Volkskrant over de Fryske Boekewike leest.

Nee, Friesland is reddeloos verloren, zijn Stellingwerven incluis. Nooit zullen de Stellingwervers werkelijk in opstand komen tegen de provincie Friesland noch tegen de autonome republiek Fryslan. Het Friesland dat, als de ene Commissaris der Koningin zijn zin krijgt, met Groningen en Drente zal fuseren, het Friesland dat, als er naar de andere Commissaris der Koningin wordt geluisterd, een onderdeeltje wordt van de provincie Nederland, op zijn beurt een miniminderheid van dat Verenigde Europa.