Waar is de utopie

De beroemdste utopie van deze eeuw - of anti-utopie, in ieder geval de beschrijving van de toekomst op ideologische grondslag - is tot nu toe 1984.

Orwell is eraan begonnen in 1943, toen de Duitse legers nog het grootste deel van Europa beheersten; hij heeft het afgemaakt in 1948, het jaar waarin Stalin de Sovjet-Unie en zijn Middeneuropees imperium vrijwel had voltooid. Vijf jaar waarin het eerste moderne totalitaire systeem werd vervangen door een ander dat massaler was, grondiger georganiseerd en in de ontplooiing en de handhaving van zijn macht veel moderner. Om rustig aan zijn boek te kunnen werken had de schrijver zich teruggetrokken in Barnhill, een afgelegen boerderij op het Schotse eiland Jura waar in die tijd misschien tweehonderd mensen woonden. Het grootste deel van de tijd die hij op Barnhill heeft doorgebracht, was hij ziek of half-ziek: de bronchitis, of wat daarvoor doorging, die zich heeft ontwikkeld tot de longtuberculose waaraan hij in 1950, zevenenveertig jaar oud, is gestorven. De toestand in de wereld, de eenzaamheid van de vervallen boerderij en zijn gezondheid: alles heeft ertoe bijdragen om 1984 tot een buitengewoon somber boek te maken.

Achteraf bezien is het geweldig meegevallen. In 1984 wordt een wereld ontworpen waarin drie supermachten in wisselende coalitie elkaar voortdurend aan de grenzen beoorlogen. Oceania, waartoe de held Winston Smith behoort, heeft een organisatie die zelfs voor het kleinste persoonlijke bokkesprongetje geen ruimte laat. Aan het hoofd staat, zoals men weet, Big Brother die alles bestiert en wie niets verborgen blijft. Winston wordt verliefd op Julia. Daaruit volgen de avonturen die destijds, bij het aanbreken van het apocalyptisch Orwell Jaar door de internationale media zijn naverteld. Hoe lang dat alweer geleden is besef je als je bedenkt dat we nog geen twee weken geleden "afscheid hebben genomen' van het Mozart Jaar.

De wereld van Orwell, of de denkbare wereld waartegen hij heeft gewaarschuwd, onderscheidt zich door een overzichtelijkheid die veertig jaar een eigenschap van het dagelijks leven is geweest, hoewel niet voor iedereen in dezelfde mate. Ronald Reagan, die onderscheid maakte tussen het rijk van het kwade en het rijk van het goede, had een andere opvatting van overzichtelijkheid dan een burger van de DDR die tot de Stasi hoorde, of door de Stasi werd bespioneerd, of wie die twee rollen tegelijk was toebedeeld. In de Stasi heeft 1984 zijn zuiverste vervulling gekregen, voorzover we op het ogenblik weten.

Het is opeens allemaal afgelopen. In het vroegere rijk van het kwade betwisten de lokale gangsterclubs elkaar met eenvoudige machinepistolen het parlementsgebouw, en in het rijk van het goede heeft in 1991 de vrede dusdanig gewoed dat 24.020 burgers het niet hebben overleefd. Orwell had het kunnen meemaken: hij zou nu binnen twee weken zijn negenentachtigste verjaardag hebben gevierd, en op die leeftijd stond bijvoorbeeld Dr. W. Drees sr. nog volop in het leven. De afgelopen twee jaar en zeker de laatste maand zouden de interviewers bij Orwell in de rij hebben gestaan. Ik had zijn commentaar graag willen horen, al veronderstel ik dat er geen vervangende utopie of anti-utopie was uitgekomen. De meeste oude mensen denken liever retrospectief omdat ze geen belang meer bij de toekomst hebben, tenzij ze zich een heilige roeping hebben toegeschreven. Het bevestigd gelijk van hier en nu gaat met de jaren beter smaken.

Een utopie, of anti-utopie, schrijf je als je nog wat jonger bent. Aldous Huxley was 38 toen zijn Brave New World verscheen en Samuel Butler had met 37 zijn Erewhon voltooid. Swift kwam iets later: Gulliver was klaar toen hij 59 was, maar waarschijnlijk is hij er op zijn 53ste al aan begonnen. Daaromtrent begint de beste periode: men weet alles, is in het genot van de volle energie die juist het schrijverschap nodig heeft (kan duren tot nog na het tachtigste, zoals Buñuel leert), men heeft zich de noodzakelijke minachting voor het meeste menselijke doen en laten eigen gemaakt, de hoop is niet gedoofd, er is nog toekomst en men laat zich door niemand meer omver praten.

1984 is het boek van een verstandig en ervaren politiek denker. Een van de sterke kanten is de juiste beoordeling van de continuteit der grote machten. Orwell had ingezien dat de supermachten die in de oorlog waren ontstaan, voorlopig niet uit elkaar zouden vallen. Door zijn persoonlijke ervaringen had hij respect gekregen voor de grondige organisatie van totalitaire systemen, in het bijzonder het communistische. Zo is zijn anti-utopie geworden tot een consequent volgehouden gechargeerde beschrijving van datgene wat hij in de laatste tien jaar voor het verschijnen van 1984 had zien gebeuren. En zo geeft dit boek meteen aan wat de beperkingen van het genre in het algemeen zijn. Het voorstellingsvermogen kan wel chargeren, karikaturen maken, maar het is niet toereikend om iets te bedenken dat radicaal anders is. Dat geldt niet alleen voor de utopie en de anti-utopie. Ook de prognose, de voorspelling die niet artistiek of ideologisch geladen is en met wetenschappelijke bedoelingen wordt opgeschreven, lijdt eronder, zoals we bij voorbeeld zien aan alle prognoses waarin de zich door de lucht of onder de grond voortspoedende mens het eind van de wijsheid is.

Gesteld dat er nu een Orwell zou gaan zitten om haar 1984 voor het jaar 2032 te schrijven: wat zou erin moeten staan, wie zou de held zijn, in wat voor soort samenleving? Zou dat niet een boek worden, of moeten worden, dat leest als de beschrijving van een zichzelf voortzettende reeks explosies, een gebeurtenis waarover we onlangs in het klein hebben gelezen, bij die familie die zich ter gelegenheid van Oud en Nieuw voor haar arsenaal van vuurwerk liet fotograferen waarna, of terwijl, iemand er zijn brandende sigaret in liet vallen?

Wat een nieuwe utopie ook zal behelzen, welke deugden erin worden aangeprezen en ondeugden verbitterd op de hak genomen, de auteur zal de beschrijving van chaos niet kunnen vermijden. Het wordt een wereld vol gangsters, uitpuilende gevangenissen en gekkenhuizen, hackers, kleine warlords, rovers en beroofden, alles met de modernste middelen, kortom, eigenlijk zoals het altijd is geweest, met uitzondering van dat overzichtelijk interregnum van de Koude Oorlog, toen iedereen zijn plaats wist en zich aan de regels hield, of anders zwaaide er wat! Misschien komt er nog een tijd waarin het nageslacht 1984 niet als een anti-utopie leest maar het als de beschrijving van een verloren paradijs beschouwt.