Tien miljoen minder voor technologieprogramma's

ROTTERDAM, 10 JAN. Voor de vier lopende nationale technologieprogramma's heeft het ministerie van economische zaken dit jaar 187,4 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Dat is bijna tien miljoen gulden minder dan vorig jaar. Dat heeft het ministerie gisteren bekendgemaakt.

Het bedrag voor 1992 valt lager uit dan in 1991 omdat een aantal zogehetenInnovatiegerichte Onderzoekprogramma's (IOP's) net is beëindigd of bijna afloopt. Een IOP is een steunregeling bedoeld voor de ontwikkeling van technisch-wetenschapelijk kennnis bij universiteiten en onderzoeksinstellingen (eerder dan bij het bedrijfsleven zelf). Er bestaat nu een tiental IOP's, onder meer op het gebied van metalen, koolhydraten, milieu, technisch keramiek en katalyse. Het IOP-Membranen is juist afgelopen, dit jaar begint een IOP-Eiwitten. Het totale budget voor de IOP's, waarvan een aantal buiten de technologieprogramma's valt, is overigens ongewijzigd.

De kern van de vier technologieprogramma's is de Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering (PBTS) waarin het bedrijfsleven steun kan worden verleend voor technologisch onderzoek, haalbaarheidsonderzoek en demonstratieprojecten. Voor de PBTS-materiaaltechnologie is dit jaar 40 miljoen beschikbaar, voor milieutechnologie 37 miljoen, voor biotechnologie 20 miljoen en informatietechnologie 17 miljoen.

Daarnaast is binnen de vier programma's nog in totaal 73,4 miljoen beschikbaar voor "overige activiteiten', zoals de IOP's. Een relatief nieuwe subsidie-regeling binnen het programma informatietechnologie is het programma "Telematica gidsprojecten' dat voor 1991 4 miljoen gulden te verdelen had en dat dit jaar 11 miljoen aanbiedt. De regeling beoogt de samenwerking tussen telematica-bedrijven te vergroten en stimuleert het onderzoek naar de marktkansen van diverse toepassingen van telematica. Men onderscheidt categorieën als chipcards en elektronische labels, beveiliging van informatiesystemen en "multimedia applicaties' (het gecombineerde computer-gebruik van geluid, beeld en data). Door onbekendheid met de nieuwe regeling kon de subsidie voor 1991 pas na een verlenging van de inschrijftermijn volledig worden opgedeeld. Gisteren maakte minister Andriessen bekend welke 15 gidsprojecten steun zullen ontvangen. In de meeste gevallen betreft het de toepassing van chip-kaarten ("smart cards'), bijvoorbeeld in transport, gezondheidszorg en supermarkten, of de koppeling van de computer aan de telefoon, zoals bij het elektronisch bankieren en het "tele-werken'. Per project is het subsidiebedrag maximaal 350.000 gulden, voor 1992 wordt dat verhoogd tot 750.000.

De technologie-stimulering door de Nederlandse overheid kende tot voor kort drie belangrijke pijlers: de subsidieverlening binnen het kader van zogeheten nationale technologieprogramma's, het technisch ontwikkelings-krediet (TOK) dat al uit de jaren vijftig stamt en de Innovatiestimuleringsregeling (Instir). Daarnaast zijn er kleinere regelingen, onder meer ter stimulering van de samenwerking tussen bedrijven, en wordt steun verleend aan internationale projecten binnen EG- of Eureka-verband.

De Instir-regeling was in de praktijk een laagdrempelige "loket-subsidie' die de overheid verstrekte voor alle innovatie-inspanningen die voor een bedrijf nieuw waren zonder daarbij noemenswaardige kwaliteitseisen te stellen. De Instir-regeling is de afgelopen zomer afgeschaft.

Nationale technologieprogramma's kent Nederland sinds 1987. Vanaf het begin lopen er programma's voor informatietechnologie, biotechnologie en materiaaltechnologie. Het programma voor medische technologie werd na 1989 gestopt en vervangen door het programma milieutechnologie.