Stasi maakte dissident Eggert ziek

BONN, 10 JAN. De Saksische minister van binnenlandse zaken, Heinz Eggert (CDU), is in de jaren tachtig op last van de Oostduitse staatsveiligheidsdienst (Stasi) behandeld met psychofarmaceutische middelen die hem ziek moesten maken. Eggert, die studentenpredikant was en bekendstond als dissident en criticus van het SED-regime, moest op die manier tot zwijgen worden gebracht.

De opdracht tot een behandeling met een speciaal ontwikkeld virus kwam van de Stasi-chef in Dresden, generaal-majoor Böhme. Eggert, die wegens depressies in psychiatrische behandeling was, werd inderdaad steeds zieker. Pas nadat hij, na zes weken en zonder voorkennis van de behandelende arts, had besloten het speciale medicijn niet meer te gebruiken, knapte hij op.

De nu 45-jarige minister is een van de vele vroegere Stasi-slachtoffers die deze week gebruik heeft gemaakt van het sinds 1 januari geldende recht op inzage in Stasi-dossiers. Zodoende heeft Eggert de manier waarop hij destijds in een kliniek bij Dresden werd behandeld kunnen reconstrueren uit het over hem aangelegde dossier (2800 pagina's). Daarin vond hij onder meer de letterlijke opdracht van generaal Böhme aan de behandelende arts (een Stasi-medewerker) om “met operationele maatregelen de fase van de geestelijke vernietiging in te gaan”.

De Saksische regering heeft deze arts gisteren geschorst, Eggert wil hem voor de rechter brengen. De arts heeft toegegeven dat hij Eggert destijds op last van de Stasi de gewraakte speciale behandeling gaf. “Maar daarmee onttrok ik hem ook aan de greep van de Stasi”, aldus deze dr. Reinhold Wolf gisteren.