Schoonheid heeft vele vijanden

Er was dringend behoefte aan geld. Dus naar het uitzendbureau. Of schoonmaker me iets leek.

“Vooruit maar.”

“Dan begin je volgende week maandag. Half acht 's ochtends tot half tien.”

“Oké.”

Zo simpel begon het. Zoals de meeste dingen heel eenvoudig en klein beginnen. Schuchter en groen betrad ik die bewuste maandag een bankgebouw. Hoezo, schoonmaken. Ik zag niets. Het zag er allemaal perfect uit. Jaap, een man van middelbare leeftijd, zou mij de kneepjes van het vak uitleggen. Hij ging achter het karretje staan, als een middenstander achter een toonbank.

“Deze blauwe emmer is voor het interieur, daar hoort een blauw doekje bij en een scheutje blauwe zeep uit de blauwe fles. Niet te veel, anders krijg je strepen. Die rooie emmer is voor het sanitair. Rood doekje. Rode zeep. Zelfs een blinde kan hiermee geen vergissingen maken.”

Vervolgens hing hij een grote, bedrukte, blauwe zak aan de daarvoor speciaal ontworpen beugel aan de kar. “Logo van het bedrijf naar voren!”

“Laten we hier maar beginnen. Ik doe dit stukkie even voor. Als je het over een tijdje anders wilt doen moet je dat zelf weten. Iedereen heeft zijn eigen manier van werken... Geeft niks... Als alles maar gedaan wordt. Ik pak altijd eerst een losse zak en daar leeg ik dan alle prullebakken in. Neem jij de bureaus maar even af.”

Nogmaals, ik zag het niet. Geen koffievlekken. Geen kringen. Geen vuil. Twijfel weerhield me ervan de juiste bewegingen te maken.

“Snap je het niet?” Jaap keek me verbaasd aan.

“Jawel, nee, ik snap het best.”

Gaandeweg mijn loopbaan leerde ik wat "schoon' is en wat "schoonmaken' betekent. Een ruimte is "schoon' als het licht er lekker in hangt, zo min mogelijk tegengehouden door de vijand (vuil, stof, enzovoorts). Je voelt het als het ware om je heen. Alles wordt helder, zacht en zinderend door het voorradige schijnsel beroerd. Het duurde een half jaar voor ik dat ontdekte en begreep.

Tegelijkertijd besefte ik dat zoiets zelden of nooit wordt bereikt. Je kan het met behulp van meewerkende omstandigheden benaderen. Heel even is het er dan, maar als je op dat moment vergeet je adem in te houden is het al weer weg. Je vecht tegen de vervuiling maar kan die nooit verslaan. Onmogelijk. Het stof werkt altijd door en neemt altijd het initiatief. Een schoonmaker is daarom nooit klaar met zijn werk, is gedoemd voortdurend achter de feiten aan te hollen. Pure schoonheid bestaat niet, zij heeft veel te veel vijanden.

"Schoonmaken' is dus het zo levendig mogelijk houden van het gevangen licht, door zo veel als mogelijk de vijanden op te ruimen. Zo beschouwd heeft het vak iets nobels. Af en toe moet ik deze zienswijze een paar keer achtereen aan mezelf uitleggen. Om de moed erin te houden. Daarna fluister ik mezelf toe dat het allemaal gelul is, dat ik gewoon aan het werk moet, om geld te verdienen.

“Het mooiste werk? Dat zijn natuurlijk de vloeren”, zegt Jaap, met wie ik sinds die eerste "lessen' elke week naar een "project' in Huizen rijd. “Daar moet je een gevoel bij krijgen en op een gegeven moment weet je, als je er naar kijkt, wat je er aan moet doen om hem weer mooi glimmend te krijgen. Soms zeep, soms was, soms alleen maar warm water en soms moet je alleen maar vegen. Dan moet je zo'n vloer verder even met rust laten. En het gekke is, je kan dat niemand leren. Je kan iemand leren hoe je bij voorbeeld toiletten moet onderhouden. Maar vloeren, dat heb je of dat heb je niet.”

Jaap begrijpt meer van vloeren dan van mensen.

Tijdens de wekelijkse rit naar Huizen doet Jaap altijd met veel gebaren en stemverheffing verslag van zijn conflict met de wereld. Zegt dat de samenleving onherstelbaar ontwricht is. Dat het helemaal niet zo verwonderlijk is dat de jeugd zoveel crimineler is geworden. Omdat de kinderen tegenwoordig geen hutten meer bouwen, geen straatvoetbal meer spelen en omdat, als die kinderen van school thuiskomen, er geen moeder is die ze dan een beker warme chocolademelk geeft, want die is nog op haar werk. “Echt waar, Cees, het zijn de hoofdoorzaken van het ontsporen van de maatschappij.”