Rebellie van de middenklasse

HET KOOPKRACHTPLAATJE, die illusie van sociaal-economische rechtvaardigheid uit de jaren tachtig, is weer terug.

Het is een teken van de tijd dat het niet wordt aangehaald in verband met de positie van minima of uitkeringstrekkers, maar voor één- en tweeverdieners met een modaal of hoger inkomen. Het koopkrachtverlies van 1992 doet zich voor vanaf ongeveer 4.000 gulden bruto en treft de werkende ruggegraat van Nederland. Als de salarisstrookjes vanaf half januari geopend worden, zal dat in veel gevallen een gevoel van teleurstelling opleveren omdat netto minder overblijft dan een jaar geleden, zelfs als het bruto-salaris is gestegen.

De voorzitter van de Unie BLHP, de vakbond van middelbaar en hoger personeel, waarschuwde deze week in zijn nieuwjaarstoespraak voor koopkrachtverlies als gevolg van hogere belastingen, sociale premies en ziektekosten. Deze zijn het gevolg van politieke beslissingen die het kabinet vorig jaar nam en die zijn goedgekeurd door het parlement, dus van een verrassing is geen sprake.

De premieverhogingen voor een scala van afkortingen van de verzorgingsstaat - AOW, AAW, WAO - vloeien voort uit de scheefgroei tussen werkenden en niet-werkenden. De AWBZ-premie gaat omhoog in verband met het voornemen om geleidelijk tot een basisstelsel in de gezondheidszorg te komen. Particulier verzekerden betalen niet alleen via de AWBZ, die vanaf 1 januari de geneesmiddelen vergoedt, maar ook via hun ziektekostenpolis voor de stijgende kosten in de gezondheidszorg. Verder wordt vanaf een bruto-inkomen van 42.966 gulden per jaar de inflatiecorrectie bij de inkomensbelasting niet toegepast bij wijze van solidariteitsheffing die mensen in de tweede en derde fiscale schijf betalen voor de politieke euveldaad van CDA en PvdA om de bruto-koppeling tussen lonen en uitkeringen te offeren.

Het begrip collectieve lastendruk spreekt minder tot de verbeelding dan het bedrag in guldens dat maandelijks op de salarisrekening wordt overgemaakt. Het directe verband tussen die twee heeft Nederlanders lange tijd betrekkelijk onverschillig gelaten. De premie- en lastendruk daalt en stijgt, de burger betaalt voor Haagse sprongen.

BEGIN JAREN TACHTIG bestond brede overeenstemming in de samenleving dat sanering van de economie en van de overheidsfinanciën onvermijdelijk was. De vakbeweging en de werkgevers sloten een akkoord voor loonmatiging en Nederland maakte kennis met de ene bezuinigingsoperatie na de andere. Met uitzondering van de langdurige staking in de winter van 1983-84 tegen de korting op de ambtenarensalarissen en uitkeringen werden de aanpassingen geaccepteerd. Deze bereidheid is na tien jaar beduidend minder geworden.

De uitlatingen van BLHP-voorzitter Michielse zijn daarom opmerkelijk. Hij wil dat het koopkrachtverlies van zijn achterban wordt gecompenseerd door lastenverlichting en wil zelfs bestaande CAO's openbreken om de inkomensachteruitgang te compenseren. Als zijn bond inderdaad het middenkader van Nederland vertegenwoordigt en een afspiegeling vormt van de samenleving, dan is dit meer dan geijkte vakbondstaal. Het is een signaal dat de middenklasse van werkend Nederland rebelleert tegen de lasten van de overdrachtssamenleving.