Peper: aantal wethouders in Rotterdam verminderen

ROTTERDAM, 10 JAN. Het aantal wethouders in het Rotterdamse college moet worden teruggebracht van negen tot zes. Daarvoor pleitte burgemeester Peper gisteren in zijn nieuwjaarstoespraak voor de gemeenteraad. De Rotterdamse ambtenaren zouden een aantal taken en bevoegdheden moeten overnemen van het gemeentebestuur.

Peper is voorstander voor een sterk gedecentraliseerde bestuursvorm, waarin de verantwoordelijkheden duidelijk worden afgebakend. De Rotterdamse raadsleden moeten volgens Peper meer "op hoofdlijnen' besturen en minder in detail treden. Het eigenlijke raadswerk hoeft volgens hem niet meer dan een werkdag en twee middagen per week te kosten. Een raadslid is daar nu gemiddeld drie dagen aan kwijt.

Het gemeentebestuur moet zich bezighouden met ontwikkeling van ideeën, het bewaken van de voortgang van projecten en het evalueren ervan, aldus Peper. De raadsleden krijgen daardoor meer tijd om contacten te onderhouden met burgers en met maatschappelijke organisaties. Verder moet volgens de burgemeester een duidelijker scheiding worden aangebracht tussen de verantwoordelijkheden van het college van B en W en die van de gemeenteraad. Peper meent dat daarover veel onduidelijkheid bestaat.

Een dergelijk model moet volgens hem in de toekomst worden toegepast in het regionale bestuur van Rotterdam-Rijnmond. Peper zei haast te willen maken met de bestuurlijke veranderingen in de regio. Hij wees op de gevaren die Rotterdam loopt als bestuurlijk en ambtelijk niet snel vernieuwingen worden doorgevoerd die de internationale positie van stad en regio moeten veiligstellen. Daarbij hekelde Peper de traagheid van besluitvorming in Nederland. Hij riep de provinciale overheid en het rijk op het voorstel tot de vorming van een krachtig, regionaal bestuur in de Rijnmond niet te belasten met de drang naar uniformering en de “slakkegang” die dat tot gevolg heeft.

De vijftien gemeenten in het Overlegorgaan Rijnmond kwamen eind vorig jaar overeen te streven naar een nieuw bestuursmodel, waarin de gemeenten, de provincie en het rijk bevoegdheden overhevelen naar het regionale bestuur, omwille van een efficiënter en slagvaardiger beleidsvoering in de Rijnmond. In die constellatie is voor de provincie Zuid-Holland geen rol meer weggelegd.