Oorlogskinderen

Kit Pearson: De hemel valt. Uitg. Jenny de Jonge. Prijs ƒ 24.75. Thedore Taylor: Alleen op een eiland. Uitg. Lemniscaat. Prijs ƒ 23.50.

De Tweede Wereldoorlog is voor kinderen al uit talloze gezichtspunten beschreven, wat de confrontatie met een minder bekend aspect verrassend maakt. In De hemel valt schrijft Kit Pearson over de ongeveer achtduizend Engelse kinderen die naar Canada werden geëvacueerd. Volgens één van hen was de verklaring als volgt: "De hemel valt op Engeland en daarom moeten wij weg.' De tienjarige hoofdpersoon Norah is een jongensachtig, ondernemend meisje en vindt die uittocht verschrikkelijk: wie Engeland verlaat is een lafaard en loopt bovendien de oorlog mis!

Die maakt een kinderleven nu juist zo spannend, met een geheime club die vliegtuigen "spot' en een groeiende verzameling granaatscherven. Norahs ouders denken daar anders over. Met haar vijf jaar jongere broertje wordt ze in Liverpool op de boot gezet en in Toronto als "oorlogsgast' ondergebracht bij een rijke weduwe en haar ongetrouwde dochter. Met zijn engelachtige blonde hoofd weet het broertje deze ongenaakbare dame om zijn vinger te winden. Hij neemt min of meer de plaats in van een jong gestorven zoon.

Norah komt in opstand tegen alle ge- en verboden, die haar avontuurlijke, onafhankelijke geest beknotten. Ze laat haar broertje links liggen, maakt zich onmogelijk op school, trekt zich terug met een boek in haar torenkamer en smoort heimwee en woede in een houding van onaanraakbaarheid. Wanneer de narigheid een dieptepunt bereikt, lopen de kinderen weg en komt er uiteindelijk meer ruimte en aandacht voor Norah, die dan pas het gevecht met haar omgeving op kan geven.

Pearson schreef een mooi ouderwets boek van ruim driehonderd bladzijden, waarin wat mij betreft nog wel wat meer van Patsy Backx' krabbelige, aan Walter Trier verwante tekeningetjes hadden mogen staan. De oorlog is op afstand aanwezig. Soms is er voor de evacués een speciale radiouitzending uit het moederland, geld en goederen worden ingezameld en de Canadezen zijn niet ontevreden over hun eigen naastenliefde. Centraal staat een kind dat rebelleert tegen de onbegrijpelijke en vaak onrechtvaardige beslissingen die volwassenen nemen en waar ze zelf geen enkele invloed op uit kan oefenen. Het verhaal verliest dan ook aan kracht in de laatste hoofdstukken, waarin iedereen vreselijk aardig voor elkaar wordt, want het bestaat juist bij de gratie van het conflict. Tijdens het lezen zag ik regelmatige beelden uit De geheime tuin - eenzaam meisje in enorm huis - en uit De kinderen van het Achtste woud. Pearson tekent Norah met eenzelfde invoelingsvermogen en rustige precisie als Els Pelgrom haar Noortje.

In Alleen op een eiland van Theodore Taylor vormt de oorlog alleen de aanleiding voor de gebeurtenissen. De elfjarige Amerikaanse Phillip woont op Curaçao, waar zijn vader als ingenieur bij Shell werkt. Wanneer hij met zijn moeder het naderend oorlogsgeweld probeert te ontvluchten wordt hun schip getorpedeerd. Blind geworden spoelt de jongen, samen met een grijze neger en de scheepskat aan op een piepklein eiland. Daar weet hij vierenenhalve maand te overleven, ook nadat zijn zwarte beschermer tijdens een orkaan is bezweken. De oude Timothy geeft de jongen een systematische "opleiding om in leven te blijven'. Hij bouwt een hut, waar de weinige bezittingen op de tast te vinden zijn. Hij leert Phillip de gevaren van het eiland onderkennen en hoe hij ondanks het gemis van zijn ogen vissen kan vangen en kokosnoten bemachtigen. De Robinsonelementen verlenen het kleine verhaal een grote mate van avontuurlijkheid. Mooi is de kat die de jongen in zijn ontreddering een spinnend lijfje als tastbare troost biedt. Maar het belangrijkste is de ontwikkeling in de verhouding tussen de jongen en de oude neger. Als blank Shell-kind in 1942 ziet Phillip zijn lotgenoot aanvankelijk als een een lid van een ver van hem afstaande groep. Langzamerhand vervaagt dat gevoel - "Timothy, ben je nog steeds zwart?' - en beseft de jongen hoe vriendelijk en verstandig zijn redder is. Die verandering vloeit voort uit de gebeurtenissen en wordt zonder enige nadrukkelijkheid beschreven. Emancipatie in een kinderboek kan ook nog anders worden aangeboden dan Thea Beckman deed in Het wonder van Frieswijck.