Nederland op weg naar twee gehaktballen

De weg naar het verenigde Europa ligt nog vol voetangels en klemmen. Het onderlinge wantrouwen tussen de EG-lidstaten ligt op tal van terreinen nog hoog opgetast. De harmonisatie van de gehaktbal verloopt moeizaam.

Neem nu de gehaktbal. Als de EG niet opschiet komen er in Nederland straks noodgedwongen twee gehaktballen op de markt: de exportbal en de nationale bal. Volgens de Nederlandse vleesindustrie voldoet de exportbal dan aan “veel te strenge” EG-eisen voor de handel in gehakt met het buitenland. De binnenlandse bal blijft volgens de traditionele Nederlandse eisen samengesteld, maar mag niet worden geëxporteerd.

Het is allemaal de schuld van het "1992-project' van de EG - het opheffen van de controle aan de binnengrenzen, dat uiterlijk per 1 januari 1993 voltooid moet zijn. Met de meeste afspraken om één interne markt tot stand te brengen, loopt het goed. Van de 282 maatregelen die volgens het Witboek uit juni 1985 genomen moesten worden is over 80 procent politieke overeenstemming bereikt. Van BTW-harmonisatie tot bagagecontrole - "1992' dendert ongemerkt door, uit de politieke schijnwerpers verdrongen door de politieke en monetaire eenwording.

De EG heeft inmiddels de blik op oneindig en werkt aan een Europese Unie à la de Verenigde Staten: een groots visioen, waartegen het verder borduren aan de interne markt wat mager afsteekt. Toch is het streven naar vrije handel op een markt met 340 miljoen consumenten het echte bindmiddel van de Gemeenschap. Het is niet het debat over het "f-woord' dat nieuwe leden uit Oost-Europa trekt, maar de vereenvoudigde handel in vers vlees en vleeswaren zoals die door de harmonisatie van kwalteitsnormen onlangs is bereikt. Producenten die op zo'n markt overleven, kunnen de hele wereld aan.

Maar met de "vleesbereiding' (gehakt, slavink etc.) is het dus nog mis. Het illustreert de cultuurverschillen en het wantrouwen dat soms nog vrij onverwachts tussen lidstaten opflakkert. In zuidelijke landen vindt men dat gehakt in dezelfde categorie thuishoort als filet americain - eveneens gemalen en toebereid vlees, dat echter rauw wordt gegeten en daarom aan de strengste eisen voor herkomst en samenstelling moet voldoen.

Dit vindt de Nederlandse slager voor zjn gehakt onzin - de meeste gehaktballen staan zo'n twintig minuten te stoven voordat ze worden opgediend. “Die enkele bacterie wordt dan wel doodgebraden”, zegt de woordvoerder van het Produktschap voor Vee en Vlees. En inderdaad, de consument wordt er op voorbereid. “Reken voor een grote bal ongeveer dertig minuten”, beveelt bij voorbeeld N. Eekhof-Stork aan in het Nieuw Prisma Kookboek.

Het probleem is niet zonder maatschappelijk gewicht. In de ongeveer zes miljoen Nederlandse huishoudens wordt jaarlijks zo'n 75 miljoen kilo gehakt geconsumeerd. Een op de vier vleesgerechten bestaat uit gehakt - het is in Nederland veel vaker gehaktdag dan alleen op woensdag. Als Brussel richtlijn 88/657 "Regulation on rules for minced meat preparations' wil aanpassen, kan Nederland gemakkelijk de toekomstige Europese gehaktexportleider worden.

Anders moet de Nederlandse vleesindustrie straks de EG-bal volgens de filet americain-norm produceren - die dan vermoedelijk de helft duurder zal zijn dan de binnenlandse bal. Dat schept een vreemde concurrentieverhouding tussen slagerijen die alleen voor de binnenlandse markt produceren en exportslagers. De gehaktlobby voert inmiddels een gevecht in Brussel om binnen de volgende richtlijn, die ook de binnenlandse gehaktproduktie aan Europese normen bindt, ruimte te houden voor de Nederlandse traditie. De vooruitzichten zijn niet slecht, verzekert het Produktschap.

Dergelijke disputen zijn bij de voltooiing van de Interne markt aan de orde van de dag. Behalve van het Nederlandse gehakt moet Brussel liefst ook afblijven van het Duitse bier en de Franse Camembert - behalve burgerrechten hebben bacteriën ook culturele waarde. Het paté-probleem laten we hier maar onbesproken. “Lidstaten komen niet eens zozeer in opstand omdat de richtlijnen uit Brussel scherper zouden zijn, maar vooral omdat ze anders zijn dan ze thuis gewend zijn”, zegt een EG-diplomaat, met jaren ervaring aan de onderhandelingstafel.

Pag 12:

Op 1 januari '93 zullen niet alle slagbomen verdwenen zijn

Andere controleculturen, eigen opvattingen over veiligheid, gezondheid en kwaliteit of gewoon protectionisme - bij iedere nieuwe richtlijn steken ze de kop op. Engeland is vrij van hondsdolheid en huivert bij de gedachte aan een vrij verkeer van huisdieren binnen de EG. In de praktijk beperkt de EG zich dan tot het voorschrijven van minimumnormen - de import van een produkt dat daaraan voldoet kan dan niet meer worden tegengehouden, ook als de betreffende lidstaat het er eigenlijk niet mee eens is. Dergelijke besluiten worden bij meerderheid in de Raad van ministers genomen en dat leidt ertoe dat al in een vroeg stadium de lobby's losbranden.

Soms heeft een EG-regel direct waarneembaar effect. Zo was België gewend om de zuivelindustrie voor te schrijven margarine uitsluitend in vierkante pakjes aan de consument aan te bieden. Dit ter onderscheiding van roomboter dat in rechthoekige vorm werd verpakt. Het voorschrift belemmerde echter de import van margarine uit andere lidstaten en is dus onder druk van een EG-richtlijn gewijzigd. Thans verkoopt de Belgische supermarkt ook rechthoekige pakjes margarine.

Ook de milieuwetgeving die sterk in opmars is, kan onverwacht handelsbelemmerend werken - de EG kan het tempo van het aanscherpen van de normen in de lidstaten vaak niet bijbenen. Zo was de Bondsrepubliek onlangs van plan plastic flessen als verpakking voor mineraalwater te verbieden. Dat zou de facto het einde van dit exportprodukt voor de Duitse markt hebben betekend: mineraalwater in glazen flessen naar Duitsland vervoeren is veel te duur. Ook het compromisvoorstel - een gulden statiegeld - stuitte op bezwaren. Het zou dan winstgevender zijn om plastic flessen leeg naar Duitsland te exporteren om er het statiegeld te incasseren dan ze gevuld met water te verkopen.

“Ik denk dat 1 januari 1993 een gewone, saaie dag wordt” zegt een hoge ambtenaar van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG. De Commissie heeft het huiswerk dan vermoedelijk af, op enige afstand gevolgd door de politiek: de Raden van ministers en het Europese parlement. Op papier is de belofte van 1992 ingelost. Als er tenminste dit jaar nog wat lastige dossiers worden opgeruimd. Om het probleem van de vrachtwagens zonder retourlading op te lossen moeten de nationale markten voor beroepsgoederenvervoer worden opengebroken. Alle EG-chauffeurs moeten in alle EG-landen vracht kunnen laden. Ook bij de handel in zaden, planten en levende dieren zijn er nog allerlei regels gelijk te schakelen.

De kans dat op 1 januari de slagbomen aan de binnengrenzen zijn verdwenen en alle controles naar het binnenland zijn verplaatst, schat niemand in Brussel echt hoog. Veel landen proberen voor bepaalde goederen gedurende overgangsperiodes toch controles te mogen uitvoeren. Er is ook een praktisch argument: een grenspost ligt meestal buiten de bebouwde kom aan een uitvalsweg. Een goede plek, zowel voor de transporteur als de controleur. “Ik vermoed dat het een soort service-kantoren worden”, zegt een diplomaat.

Daarnaast zullen lang niet alle in Brussel overeengekomen EG-regels op 1 januari in alle lidstaten van kracht zijn. Veel landen hebben een grote achterstand bij het omzetten van richtlijnen in nationale wetten. Nederland heeft volgens de Europese Commissie een achterstand van 91 richtlijnen. Over de gehele EG genomen is het beeld nog somberder. Van de 173 richtlijnen waarover op 10 december overeenstemming is bereikt, zijn er nog maar 49 in alle lidstaten in nationale wetten opgenomen.

Maar het belangrijkste obstakel is dat de voorstellen van de Commissie voor vrij personenverkeer politiek geblokkeerd zijn. Straks zijn de douaniers weg, maar zijn de marechaussees gewoon blijven staan. De discussie over asielzoekers, drugs, visa en criminelen is weliswaar door het Akkoord van Schengen op gang gekomen, maar nog lang niet voltooid. Standaardisatie en uitwisseling van gegevens over vleesprodukten is heel wat minder gevoelig dan over verdachten of vluchtelingen. “Zolang er nog maar één reden is om te controleren aan de grens, blijven alle grensposten bestaan”, zucht een Nederlandse diplomaat.

Commissaris Bangemann (interne markt) heeft al gedreigd deze zomer lidstaten met direct werkende verordeningen te dwingen hun grensposten op te heffen. Als compensatie voor de grenscontrole wil Brussel voor 1 januari 1993 een aantal datanetwerken gereed hebben, zodat de lidstaten snel informatie kunnen uitwisselen, variërend van ongewenste personen tot ongewenste planteziekten. Dan rest er nog de "kleinigheid' van de strategische goederen: wapens, radioactieve stoffen en geavanceerde technologie.

Een interne markt voor artillerie veronderstelt een gezamenlijk buitenlands beleid. Als Griekenland wel wapens exporteert naar Syrië, maar Engeland niet, dan is het excuus om alle douaniers tussen Londen en Athene te handhaven gauw gevonden. Ook dat wil de EG voor 1 januari 1993 nog even geregeld hebben. Bij de Commissie wordt dat geen onhaalbare opgave meer gevonden. De Interne Markt blijkt uiteindelijk zichzelf totstand te brengen, zo wordt daar opgemerkt, alle vertraging, tegenwerking en conflictstof ten spijt. Niet alleen bij het bedrijfsleven, maar ook bij de overheden heeft Europa als concept enorm aan invloed gewonnen. Nationale beslissingen op terreinen waar de EG vaak geen enkele zeggenschap heeft noch ambieert, worden desondanks sterk bepaald door de praktijk van de buurlanden.

Of het nu om vennootschapsbelasting, sociale zekerheid of gehaktballen gaat, een exportslager die in een monetair en politiek verenigd Europa een vestigingsplaats zoekt vindt een steeds gelijkvormiger Europa tegenover zich.