Muizen op appel; Het tweede deel van Art Spiegelmans Maus: A Survivor's Tale

Het tweede deel van Art Spiegelmans stripverhaal over de Holocaust, waarin de joden muizen zijn en de Duitsers katten, speelt zich af in Auschwitz, in de strip Mauschwitz genoemd. Maar Spiegelman tekent en schijft in Maus: A Survivor's Tale ook over zijn eigen heden. “Nog nooit heb ik zo'n helder en realistisch beeld gezien van de problemen waar de zogenaamde tweede generatie mee te kampen heeft.”

Maus: A Survivor's Tale. Deel II: And Here My Troubles Began. Uitg. Pantheon Books, New York. Prijs ƒ 41,05. Tentoontelling van Art Spiegelman t/m 28 jan. in het Museum of Modern Art, New York.

Eindelijk is het langverwachte tweede deel verschenen van MAUS, a survivor's tale, Art Spiegelmans relaas over zijn ouders tijdens de jodenvervolging in Europa en zijn ongemakkelijke relatie met zijn vader - in de ongewone vorm van een stripverhaal. Joden tekende hij hierin als muizen, Duitsers als katten, Polen als varkens en Amerikanen als honden. In beide delen wordt het raam van de vertelling gevormd door gesprekken van de auteur (1948) met zijn vader, Vladek Spiegelman, een Poolse jood die Auschwitz overleefde. Oorlogstaferelen worden afgewisseld met scènes die in het heden spelen (althans tot de dood van Vladek in 1982); in de Catskills, waar Vladek met zijn tweede vrouw Mala een zomerhuisje huurt, in zijn woonhuis in Queens en in Florida.

In het eerste deel, waaraan Spiegelman acht jaar werkte en dat in 1986 verscheen, beschreef hij de lotgevallen van zijn ouders in de getto's en als onderduikers en hun arrestatie na verraad bij een vluchtpoging naar Hongarije. Hij vertelt over de dood van hun eerste zoontje Richieu, dat vergiftigd werd door zijn tante, die liever zichzelf en haar kinderen en neefje doodde dan weggevoerd werd uit het getto van Zawiercie, en over de zelfmoord van zijn moeder Anja in 1968.

Het is geen wonder dat Spiegelman voor het tweede deel nog eens vijf jaar nodig had. Het eerste deel was een kritisch en commercieel succes en de schrijver werd geplaagd door schuldgevoelens over de manier waarop hij zijn vader had geportretteerd. Deel I eindigt met een woedeuitbarsting van Art, als hij erachter komt dat zijn vader de oorlogsmemoires van zijn moeder heeft weggegooid. Hij scheldt hem uit voor moordenaar. Bovendien zag Spiegelman zich nu geplaatst voor de taak zijn vaders verblijf in Auschwitz (hier Mauschwitz) uit te beelden. Dit verblijf neemt het grootste deel van het tweede boek in beslag. Het wordt gevolgd door de gedwongen mars naar Breslau, het vervoer per veetrein naar Dachau, en de hereniging met Anja, die Birkenau overleefde, in Sosnowiec, waar joden na de oorlog nog steeds vermoord werden, nu door Polen.

Boe

Aan het begin van het tweede hoofdstuk treffen we de schrijver (met muizemasker) achter zijn tekentafel aan. Door het raam zien we het silhouet van een concentratiekamptoren; onder hem ligt een berg dode, naakte muizen. Art wordt steeds kleiner terwijl hij wordt belaagd door over de berg muizen stappende interviewers met microfoons en camera's, en door een zakenman die zijn handtekening wil onder een exclusief contract voor het op de markt brengen van een "Maus'-vest. De scène eindigt bij de psychiater, waar Art klaagt dat "de werkelijkheid te ingewikkeld is voor een stripverhaal', en dat hij "zich er geen voorstelling van kan maken hoe het voelde in Auschwitz te zijn'. Dat laatste zal wel nooit mogelijk zijn voor iemand die het niet heeft meegemaakt, hoewel de psychiater, zelf een overlevende, er een idee van geeft. Met een luid BOE! maakt hij Art even aan het schrikken: “Zo voelde het een beetje, maar dan voortdurend, vanaf het moment dat je de hekken binnenkwam tot aan het bittere eind.” Alleen al de integratie van het gevecht van de schrijver met zijn verhaal n het verhaal, geeft aan dat hij er wel degelijk in slaagt een beeld te geven van de realiteit.

De kritieken op deel II waren in Amerika weer juichend. Het boek stond vier weken op de bestsellerlijst van de New York Times - eerst drie weken op de fictielijst, waarna het verhuisde naar de non-fictie. Een bijna komische verwarring over hoe een boek over de Holocaust te classificeren. Met mensen als David Duke in gedachten zou je het niet als fictie willen afdoen, maar door de sprekende dieren doet Maus toch ook merkwaardig aan op een non-fictie lijst. In een ingezonden brief sprak Spiegelman er zelf zijn opluchting over uit dat het boek met zijn beschrijvingen van hoe een schuilplaats te maken en kamplaarzen te repareren, niet terecht kwam op de "Advice en How-to' lijst.

Dun

Het Museum of Modern Art in New York heeft nu een tentoonstelling aan Maus gewijd. De originele tekeningen van beide delen zijn er te bezichtigen, samen met schetsen, foto's, memorabilia, advertenties, Nazipropaganda (waarin joden als ratten worden afgebeeld) en ander bronnenmateriaal. Het lijkt ongelofelijk voor deze toch tamelijk dunne boekjes van samen 286 bladzijden, die niet meer leestijd vergen dan een Suske en Wiske, en over een onderwerp gaan dat al honderden keren beschreven is, en meestal beter.

Niet bekend

In het Museum of Modern Art hangt ook Art Spiegelmans strip Prisoner on the Hell Planet, waarin hij de zelfmoord van zijn moeder beschrijft. Deze werd in 1973 in een underground-blaadje gepubliceerd en later in zijn geheel in het eerste deel van Maus opgenomen. Het is misschien een heldhaftige poging van een striptekenaar om met een afschuwelijke gebeurtenis in het reine te komen, maar de grove, psychedelische comic-book stijl is afgrijselijk. Het toont vooral dat Maus een huiveringwekkende misser had kunnen worden, als Spiegelman zijn huidige sobere stijl niet gevonden had. De muizen die in gestreepte pyjama's op appèl staan zijn veel humaner dan de mensen in Prisoner on the Hell Planet. Die zijn slechts karikaturen.

De keuze voor dierengedaantes zorgt tegelijkertijd voor enige afstand èn voor directe emoties. De lezer wordt teruggevoerd tot het niveau van kinderen. Er is bijna geen zuiverder gevoel mogelijk dan het gevoel van een kleuter als hij (soms angstige) avonturen beleeft met zijn speelgoedbeesten of lijdt als Bambi zijn moeder verliest.

Opvallend is het spaarzame, cartooneske BANG WAM gebruik van geweld. Waar het wel gebeurt, zoals wanneer een gevangene met een houten schoen (CRAK!) geslagen wordt, is het effectief, op een gesimplificeerd kinderlijke manier misschien, of juist daarom. In een concentratiekamp worden mensen gedwongen naar het primitiefste niveau van het menselijk bestaan terug te keren.

Understatement

De stem van de vader, met zijn wonderlijke, grappig laconiek aandoende Pools-joodse accent, vol grammaticale verhaspelingen, die ook weer aan kinderen doet denken, geeft het geheel een understatement, waar anders het gevaar van melodrama zou loeren. Zijn machteloos commentaar op een man die de hele nacht ligt te huilen omdat hij geselecteerd is om de volgende dag vermoord te worden: “What could I do! I couldn't tell to the Germans they won't take him... and the next day, they took.”

Het laten zien van de onhebbelijke kanten van Vladek en het in tijd heen en weer bewegen van het verhaal leveren soms geestige contrasten op. Er ontstaat voor de lezer een perfect evenwicht tussen bewondering en begrip voor de vader, en begrip voor de ergernis van de zoon. Vladeks geklaag over de spilzucht van zijn tweede vrouw Mala, die een nieuwe pot zout openmaakt voordat de oude op is, zijn opnieuw gebruiken van oude theezakjes, het opdringen aan zijn zoon van een restje ontbijtpap, kan men hem vergeven in het licht van zijn oorlogservaringen. Zijn zuinigheid redde hem meer dan eens het leven. Dit doet echter niets af aan het medeleven met de zoon, die cynisch oppert dat de verloren memoires van zijn moeder Anja vast tweezijdig beschreven waren, anders zou Vladek ze niet hebben weggegooid. De emoties van de lezer worden op schitterende wijze gemanipuleerd.

Vladeks aankomst in Dachau valt in het boek samen met zijn bezoek aan een supermarkt met zijn zoon, om, tot grote schaamte van Art, aangebroken pakken voedsel terug te brengen. Op één plaatje zien we zowel het gezin in de auto op weg naar de supermarkt, waarbij we al helemaal meeleven met de irritatie van de zoon om zijn vaders wel heel ver doorgevoerde schraapzucht, als in de bomen bungelende benen die uit gestreepte jurken steken. Het zijn de benen van vier meisjes die in het kamp werden opgehangen als straf voor een mislukte sabotagepoging.

Dergelijke scènes zorgen voor identificatie met de zoon, in wie respect, ergernis, onbegrip en schuldgevoel met elkaar worstelen. Het is verschrikkelijk herkenbaar. En dit lijkt mij ook een niet onbelangrijke reden voor het succes van Maus. Vooral in een stad als New York, waar talloze kinderen wonen van ouders die de oorlog in Europa overleefden en zich daarna vestigden in Queens of Brooklyn, 's zomers naar de Catskills (een vakantieoord even buiten New York, dat door zijn populariteit onder Oosteuropese joden in de jaren vijftig de naam Borschtbelt kreeg) gaan en in Florida overwinteren.

Nog nooit heb ik zo'n helder en realistisch beeld gezien van de problemen waar de zogenaamde tweede generatie mee te kampen heeft. Art zegt ergens tegen zijn vrouw Françoise: “I don't think we'd survive staying with him a couple of days longer.” Dat klinkt behoorlijk overdreven als je het over een echte overlevende hebt, maar is voor sommige mensen van mijn generatie heel reëel. “No matter what I accomplished, it doesn't seem like much compared to surviving Auschwitz”, klaagt Art. Hoewel de auteur het tweede deel van Maus laat eindigen met een psychologische "nederlaag' voor Art - op de laatste plaatjes ziet de doodzieke Vladek hem aan voor zijn dode broertje Richieu, toont het succes van Maus, dat de "survival' van de zoon aardig gelukt is.

Het is jammer dat een bezoek aan de tentoonstelling in het Museum of Modern Art eerder afbreuk doet aan het boek dan dat het er nog wat aan toevoegt. Juist in een museum valt het op dat Spiegelmans tekeningen niet erg bijzonder zijn, eerder nogal slordig en houterig. En van de rij mensen die met ernstige gezichten op hun beurt wachtten om onder een koptelefoon de echte stem van Vladek te horen, werd ik toch een beetje eng, net zoals van busladingen toeristen wachtend voor het Anne Frankhuis. De behoefte aan helden en sentimentalisering is "typisch Amerikaans'. Één van de sterkste kanten van "Maus' is nu juist, dat deze elementen er geheel aan ontbreken.