Midden- en kleinbedrijf klaagt over gering aanbod allochtone jongeren; Honderden arbeidsplaatsen blijven open

ROTTERDAM, 10 JAN. Het midden- en kleinbedrijf heeft de grootste moeite allochtone jongeren te vinden voor enkele honderden scholings- en arbeidsplaatsen. Het KNOV registreert bij aangesloten ondernemers veel klachten over het geringe aanbod van jongere allochtonen, ondanks de hoge werkloosheid in deze groep.

De ondernemersorganisatie besloot vorig jaar extra aandacht te besteden aan het scheppen van banen voor etnische minderheden. Dat leverde echter weinig succes op. “De aanpak die wij dachten even op te zetten, is toch een beetje te hoog gegrepen”, zegt KNOV-voorzitter J. Kamminga.

Het evenwicht tussen vraag en aanbod is volkomen zoek. De werkloosheid onder allochtone jongeren, met name in de grote steden, heeft grote vormen aangenomen. Leden van het KNOV zeggen veel vacatures te hebben die geschikt zijn voor deze jongeren. Het probleem, aldus het KNOV, is dat de aansluiting niet eenvoudig tot stand te brengen is.

De cijfers uit de nieuwjaarsrede van Kamminga spreken boekdelen. De schildersbranche stelde vorig jaar 250 plaatsen voor allochtonen beschikbaar. Tot nu toe heeft vrijwel niemand zich gemeld. De horeca ruimde 200 plaatsen in het leerlingstelsel in, waarvan er inmiddels 92 zijn ingevuld. De bouwnijverheid meldt dat er van de 200 beschikbare plaatsen 35 zijn gerealiseerd. De elektrotechnische branche, die vorig jaar 650 allochtone jongeren onder zijn hoede nam, scoort het beste.

“Het probleem ligt in de communicatie”, verzucht Kamminga. “Ondernemers kennen geen allochtonen en allochtonen kennen geen ondernemers. Over en weer bestaat een gebrek aan vertrouwen en de kloof is enorm.”

Als twee uiterste voorbeelden noemt de voorzitter automobielbedrijven en de schildersbranche. “De schilders zeiden: "Kom maar op met die allochtonen, dat regelen we wel'. Maar juist in die branche heeft geen aansluiting plaatsgevonden.” Daarentegen zou de Bovag, die de garagehouders vertegenwoordigt, beter zijn best hebben gedaan. “Die huurde op eigen kosten een extern bureau in met de opdracht allochtonen en banen bij elkaar te zoeken.” Het KNOV zegt actief te hebben gezocht en bemiddeld. “Maar het is nog steeds zoeken naar een naald in een hooiberg.”

W. Kout is directeur van het uitzendbureau Coloured Holland, dat speciaal voor etnische minderheden is opgericht. Hij zit tevens in het bestuur van de werkgeversvereniging NCOV, die veel winkeliers onder haar leden heeft. Hij noemt de uitspraken van Kamminga "geklets'. “Alleen al in de bakken van de Amsterdamse vestiging van Coloured Holland heb ik zesduizend mensen zitten. Maar ik heb niemand van Kamminga's projecten hier ook maar een dag gezien.”

Kout denkt dat andere motieven meespelen. Zo zouden werkgevers die plaatsen beschikbaar hebben gesteld, dat om financiële redenen doen. “Veel allochtonen hebben een premie op hun hoofd. De werkgever ontvangt een subsidie die tussen de 5.000 en 25.000 gulden ligt als hij iemand van allochtone komaf in dienst neemt. Daarnaast werken veel jongeren met behoud van uitkering”, aldus Kout.

De gerechten die Kamminga opdient, lust Coloured Holland niet. Eerst moeten de allochtonen als "gewone mensen' worden behandeld, meent het uitzendbureau. Afschaffen van de subsidies, een duidelijk contract, betaling volgens de geldende CAO en een goed opleidingsprogramma zijn daarbij de voorwaarden.

Kamminga ontkent dat de bedrijven op goedkope arbeidskrachten uit zijn. “Ik denk dat de subsidie maar een kleine rol speelt. Grote groepen ondernemers bevinden zich nog niet in het stadium dat ze zich druk maken over subsidies. Overigens is het in deze fase beter dat iedereen eerst zijn eigen moeilijkheden erkent. En als meneer Kout twintig schilders in zijn bak heeft zitten, mag hij me morgen bellen.”

Niet alleen het project van het KNOV dreigt spaak te lopen. Vorig jaar spraken werkgevers en werknemers in de Stichting voor de Arbeid af voor 1995 60.000 allochtonen aan werk te helpen. Maar uit een onderzoek van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid blijkt dat veertig procent van de werkgevers anno 1992 helemaal niets van het convenant af weet. Veertig procent heeft er wel eens van gehoord en twintig procent weet wat de 60.000-afspraak inhoudt.

Bijeenkomsten met allochtonen en werkgevers en meer informatie zijn nu belangrijk, meent het KNOV. En vooral geen quotering (een verplicht percentage allochtonen in dienst nemen), boetes of andersoortige dwangmaatregelen voor ondernemers. Kamminga: “Quotering zet geen zoden aan de dijk. Stel je voor dat we de ondernemers een jaar geleden tot quotering hadden verplicht, waren onze projecten dan anders gelopen?”

Voor de invulling van de huidige scholings- en arbeidsplaatsen wil de voorzitter komende tijd de hulp van gemeenten, branche-organisaties en arbeidsbureaus inroepen. “Al hebben die laatste nog niet het volledige vertrouwen van de ondernemers. Als je iemand zocht, moest je niet bij het arbeidsbureau zijn.”