Margriet liet huwelijk van parlement afhangen

AMSTERDAM, 10 JAN. Prinses Margriet zou in 1966 hebben afgezien van haar huwelijk met de toenmalige rechtenstudent Pieter van Vollenhoven als het parlement niet akkoord was gegaan met haar voornemen. Zij vond destijds dat haar verplichtingen als lid van het Koninklijk Huis zwaarder wogen dan haar persoonlijke voorkeur. Dat zegt prinses Margriet in een vraaggesprek met het gezin Van Vollenhoven, dat vanavond ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijksfeest van prinses Margriet en mr. Pieter Van Vollenhoven door de NOS-televisie wordt uitgezonden.

Prinses Irene, de tweede troonopvolger na Beatrix, had in 1965 afstand van haar aanspraak op de troon gedaan door geen parlementaire toestemming te vragen voor haar huwelijk met Hugo de Bourbon Parma. Hierdoor was Margriet na Beatrix de eerste troonopvolger van koningin Juliana geworden. Wegens de “verplichtingen ten opzichte van de Nederlandse samenleving” die dat met zich meebracht, achtte prinses Margriet het niet juist zonder parlementaire goedkeuring te trouwen. Zij wilde zich niet onttrekken aan het werk dat door haar geboorte op haar weg was gekomen. Plichtsbesef, vertelt Margriet in het vraaggesprek met Maartje van Weegen, is haar met de paplepel ingegoten.

Kort nadat zij in het Leidse studentenmilieu met elkaar hadden kennisgemaakt, verraste Van Vollenhoven de prinses met een bonbondoos waarin een muis was verpakt. Pieter had niet alleen de aandacht van de prinses getrokken, maar had nu tevens een goed excuus om regelmatig naar het wel en wee van het dier te komen informeren. Hun ontmoetingen waren de eerste jaren met veel geheimzinnigheid omgeven. In het gesprek vertelt Van Vollenhoven dat hij “onherkenbaar vermomd” door een pruik de prinses op een straathoek opwachtte. Na het huwelijk wilde hij, in tegenstelling tot zijn zwager prins Claus, niet in de adelstand worden verheven.

In de film, opgenomen in Huis Het Loo waar het gezin sinds 1973 woont, wordt de nadruk gelegd op de “gewoonheid” van de prinselijke familie. De vier zoons prijzen de ruime belangstelling die ze nog altijd van hun ouders ondervinden. De mannelijke leden van het gezin Van Vollenhoven zeggen regelmatig hinder te ondervinden van hun status als lid van het Koninklijk Huis. De jongens door de hooggespannen verwachtingen die men van ze heeft en Pieter door het feit dat hij buiten de politieke benoemingen valt en iedereen zich zodra hij zelf iets onderneemt afvraagt of dat "eigenlijk wel kan'.