Kooplui

In 1987 woonde ik in Barcelona. Op de laatste dag van december dwaalde ik door Gràcia, de mooiste wijk. Het rook er altijd zo lekker. Uit een banketbakkerij kwam de geur van chocola, vlak bij een kruidenierswinkel rook het naar bleekwater en om de hoek pofte een vrouw buiten kastanjes. Dat wist ik voor ik haar zag, 't bitter-zoet waaide naar me toe.

Een jongen van acht en zijn vier jaar oudere zusje hadden op een kerstplein van groentekistjes een kraam gemaakt. De kooplieden droegen kleren van rood papier en verkochten nieuwjaarswensen die ze zelf hadden geschreven. De prijs hadden ze slim vastgesteld. De wens in kleur was twee keer zo duur als de wens in zwartwit.

Ik kocht er een in kleur. "Felic any', gelukkig nieuwjaar stond erop. Ik bleef kijken. De zaak liep goed. Binnen vijf minuten waren ze zeker twintig wensen kwijt. De jongen hield zelfs nog tijd over voor een ander handeltje.

"Wat heeft u liever, een mop, een liedje of een raadsel?', vroeg hij me

"Een raadsel', zei ik.

Voor hij mij het raadsel opgaf wilde hij eerst tien peseta's.

"Aan welke kant van zijn paleis woont Juan Carlos, de koning van Spanje?', vroeg hij terwijl hij het geld in een trommeltje stopte. Omdat hij nieuwe klanten moest helpen gaf hij me nauwelijks bedenktijd. "Aan de binnenkant', zei hij zacht, zodat de andere het niet konden horen. Voor de verkoop moest het raadsel nieuw blijven.

Dit jaar is Barcelona een feeststad. Daar komen van de zomer de Olympische Spelen en er wordt ook nog gevierd dat Columbus vierhonderd jaar geleden Amerika ontdekte. Miljoenen reizigers zullen naar de hoofstad van Catalonië trekken. En ineens zie ik voor me hoe een jongen van twaalf en een meisje van zestien dit jaar misschien wel rijk worden, zoveel nieuwe handeltjes hebben ze verzonnen.

Die kleren van rood papier zullen ze wel niet meer dragen.