Kleist bewerkt voor jongeren: liefde en actie

In de Bovenzaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg gaat vanavond Liesje uit Leefbron in première, de vijfde jongerenvoorstelling van Toneelgroep Amsterdam. Van de ongeveer 170 jongeren die zich in mei aanmeldden om auditie te doen zijn er twaalf overgebleven, in leeftijd variërend van vijftien tot twintig jaar, die het stuk de komende weken opvoeren. Een gesprek met dramaturge Janine Brogt.

Na Heinrich von Kleists Penthesilea dat eerder dit seizoen bij Toneelgroep Amsterdam in première ging, is nu bij hetzelfde gezelschap Liesje uit Leefbron aan de beurt: een bewerking van Kleists toneelstuk Das Kätchen von Heilbronn. Kleist beschouwde de dromerige Kätchen, de dochter van een dorpssmid, als de tegenpool van de machtige Amazonenkoningin Penthesilea. In beide stukken vatten de vrouwen een hartstochtelijke liefde op voor een man, maar terwijl Penthesilea naar de wapens grijpt om hem op de knieën te dwingen, geeft Kätchen zich gewillig over aan haar uitverkoren ridder. Ze volgt hem als een hond op de hielen, hoewel hij aanvankelijk niets van haar wil weten. Pas als zij een vuurproef heeft doorstaan neemt hij haar tot zijn bruid.

De totale, onvoorwaardelijke liefde waarvan in Das Kätchen von Heilbronn sprake is, is een thema dat aansluit bij de belevingswereld van jongeren, zegt Janine Brogt (44), dramaturge van Toneelgroep Amsterdam die het stuk vertaalde en bewerkte. Toen de groep besloot voor het vijfde achtereenvolgende jaar een door jongeren gespeelde voorstelling uit te brengen - één die traditiegetrouw iets te maken heeft met wat in het betreffende seizoen op het repertoire van Toneelgroep Amsterdam staat - was de keus dan ook al gauw gemaakt.

Het is de dag na één van de laatste repetities, bijgewoond door een handjevol toeschouwers. In het kantoor van de Stadsschouwburg stelt Janine Brogt vast dat er beter gespeeld werd dan de avond ervoor. Toen zat er voor het eerst publiek in de zaal en de spelers overschreeuwden zichzelf van de schrik. Volgens Brogt, die vier van de vijf jongerenprodukties begeleidde, draait het bij dergelijke projecten in de eerste plaats om de voorstelling en niet, zoals bij grote zaal-produkties van de groep, om het stuk zelf.

“In een jongerenvoorstelling is de vraag belangrijk hoe je kinderen zonder toneelervaring in een professionele omgeving kunt laten acteren zodat andere mensen er met plezier naar kijken. Anders dan bij grote zaal-voorstellingen moet je hier meteen doorstoten naar het centrale thema van het stuk. In het geval van Liesje uit Leefbron ligt dat voor de hand omdat de actie en de gevoelens van de personages belangrijker zijn dan de taal. Ik heb het stuk dan ook niet letterlijk vertaald, maar bewerkt.”

Hoewel Brogt zelf niet regisseert - “Ik moet er niet aan denken weken lang met een groep mensen te peuteren aan een voorstelling” - is ze sinds het begin van de repetities in augustus betrokken geweest bij de totstandkoming van de voorstelling. Met Els van der Jagt die de voorstelling ensceneerde heeft Brogt volgens eigen zeggen naar een stripverhaalvorm gezocht met snelle scènewisselingen. “De omschakeling van emoties gaat heel vlug; we wilden niet dat ze zouden verlopen van wit naar allerlei grijzen tot zwart, maar direct van wit naar zwart. Zulke abrupte overgangen passen bij Von Kleist. Veel van zijn figuren zijn karikaturen: een groepje ridders dat elkaar als waanzinnigen op de kop slaat, de slechte vrouw Koeniegoende, de decadente keizer. Tegen dit stripfiguurachtige decor krijgen de echte emoties reliëf: de liefde tussen Liesje en haar vader en tussen Liesje en de graaf.”

Als dramaturg begon Brogt, die Engels en theaterwetenschappen heeft gestudeerd, al gauw toneelteksten te vertalen, eerst uit het Engels, later ook uit het Duits. “Een goede theatervertaling”, zegt ze, “heeft ritme en klank, iets dat bij een literaire vertaling vaak te weinig aan bod komt. Ik ken literaire vertalers die bij het maken van een theatervertaling de mist in zijn gegaan. Gerardjan Rijnders en ik hebben nog een lange lijst met stukken die we een keer willen doen, maar dat kan pas als de wind gunstig is: een stuk moet in de tijd passen en je moet een uitvoering aandurven.”

Als de vertaling of bewerking van een stuk eenmaal voltooid is, bezoekt ze weliswaar regelmatig, maar niet dagelijks de repetities. “Ik ga alleen kijken als er een nieuw stukje zichtbaar is, want als ik bij heel het proces aanwezig ben kan ik als dramaturg niet functioneren. Een regisseur is altijd bezig zo veel mogelijk uit een acteur te halen en dan ben je blij met elke stap die je maakt, maar de dramaturg heeft juist de taak het kreupelhout weg te hakken.

“Ik moet erop letten dat de betekenis van een scène en de bewering die je met een stuk wil doen, in de voorstelling tot hun recht. Mijn vermogen tot ontevredenheid probeer ik in stand te houden, zo blijf ik wakker en kritisch. Iedereen heeft als hij begint een droomvoorstelling voor ogen. Uiteindelijk zijn er meestal maar een paar momenten die laten zien hoe die ideale voorstelling had moeten worden. Als je geluk hebt zijn er vrij veel van die momenten, maar het resultaat is toch nooit meer dan een benadering van hoe je het had gewild.”

Janine Brogt ontkent dat er bij een voorstelling met spelers die jong en onervaren zijn, meer reden tot ontevredenheid is dan bij een produktie met professionele acteurs: de houding waarmee men begint is immers geheel verschillend. Brogt: “Hoogstens is mijn gevoel van verantwoordelijkheid sterker als ik met jongeren werk. Zij hebben minder bodem dan mensen met toneelervaring. Wat ze hebben moet je daarom behoeden: hun persoonlijkheid, hun openheid en hun energie.

“Het is noodzakelijk dat er altijd iemand van het regieteam bij een repetitie met jongeren aanwezig is: de regisseur, de dramaturg of de vormgever. Wij moeten de acties aangeven door gebruik te maken van de kracht van de spelers, niet van hun zwakheden. Zonder de betekenis van het stuk aan te tasten kun je een rol zo naar een speler toebuigen dat je zijn sterke kant aanspreekt en stimuleert. Natuurlijk lukt dat niet altijd; als de inzet hoog is kan er ook veel misgaan. Maar dat is niet erg.”