Justitieel onderzoek naar geweld in De Dreef

WAPENVELD, 10 JAN. Het openbaar ministerie zal een strafrechtelijkonderzoek instellen naar lichamelijke mishandeling van pupillen in het orthopedagogisch instituut De Dreef in Wapenveld. De hoofdofficier van justitie in het arrondissement Zwolle, mr. H. Holthuis, heeft hiertoe gisteren opdracht gegeven.

In het gerechtelijk vooronderzoek zijn zo'n tien medewerkers van De Dreef aangemerkt als verdachte. Over een eventuele verdere vervolging van hen neemt het openbaar ministerie een besluit wanneer de rijksrecherche het onderzoek heeft afgerond. Die rapportage wordt over ongeveer drie maanden verwacht.

De Dreef is een justitiële jeugdinrichting met ongeveer vijftig jongens in de leeftijd van 13 tot 21 jaar. Sommige van hen hebben een crimineel verleden, anderen kampen met "ernstige opvoedingsproblemen'. Ze gelden als "de moeilijkste gevallen'.

Zes werknemers van De Dreef hebben begin september 1991 in een tv-programma "de sfeer van geweld' op het internaat aan de kaak gesteld. Naar aanleiding van deze uitzending werd bij de Zwolse officier van justitie aangifte gedaan van mishandeling door medewerkers van het internaat. Het strafrechtelijk onderzoek dat nu begint komt voort uit een oriënterend feitenonderzoek dat de rijksrecherche toen heeft ingesteld.

De kritische groepsleiders die zich na de tv-uitzending ziek meldden, werden eind september op non-actief gesteld. Het bestuur van De Dreef heeft bij de kantonrechter om ontbinding van hun arbeidsovereenkomst gevraagd. In november heeft de rechter dat verzoek afgewezen. Toen de zes weer aan het werk wilden gaan, werden zij opnieuw op non-actief gesteld. Mr. C.F. Korvinus, advocaat van de zes, die zich verzetten tegen de ontslagaanzegging, vindt dat de aanvraag moet worden ingetrokken nu zij “gelijk blijken te hebben”.

Staatssecretaris Kosto (justitie) benoemde na de uitzending J. Nijborg tot rapporteur in De Dreef. In antwoord op Kamervragen zei Kosto begin december 1991 dat hij op korte termijn overleg zou hebben met het bestuur van De Dreef. Over het rapport van Nijborg konden vooralsnog geen mededelingen worden gedaan.