Japanners sceptisch over kwaliteit auto's uit VS; Irritatie over Amerikaanse benadering staatsbezoek; Republikeinen, kampioenen van de vrijhandel, willen nu regulering

TOKIO, 10 JAN. - De topman van General Motors, Robert Stempel, en zijn collega van Ford, Red Poling, zaten gisteravond totaal uitgeput voor een met Japanse journalisten gevulde kamer. En weer kregen ze dezelfde vragen die ze almaar hadden moeten beantwoorden voor hun tegenvoeters van de Japanse auto-industrie. “Hebt u wel eens gekeken naar de straten hier in Japan? Denkt u dat uw auto's daarvoor geschikt zijn?”, “Legt u nou eens aan de Japanse kijkers uit waarom zij Amerikaanse auto's moeten kopen?”. “Moet de Japanse consument niet beslissen of hij die auto's wil hebben?”

Poling, met rode ogen, gaf nog eens streng college over het Amerikaanse handelstekort met Japan. “Zoals u weet zitten we in de VS in een recessie. Tegelijkertijd is ons handelstekort met Japan gegroeid tot 41 miljard dollar”, zei hij zuur. “Maar geeft dat tekort niet aan dat de Japanners Japanse auto's gewoon beter vinden?”, wordt dan weer gevraagd.

De scepsis over de kwaliteit van Amerikaanse auto's en andere technologische produkten is algemeen in Japan. Gedurende het staatsbezoek van president Bush aan Japan overlegden de fabrikanten van auto's en auto-onderdelen met hun Japanse tegenvoeters. Het bewijst hoe de wereld sinds het einde van de Koude Oorlog is veranderd. Niet langer telt het aantal kernkoppen maar de hoeveelheid verkochte carburateurs, schokbrekers, Honda's en Chevrolets.

Ze vonden weinig begrip. Net zo min als Japanse consumenten vinden de Japanse autofabrikanten dat zij verantwoordelijk zijn voor de crisis in de Amerikaanse auto-industrie en voor de Amerikaanse recessie. Professor Seizaburo Sato, die zeer veel sympathie heeft voor Amerika: “Als de markten helemaal open zijn, zullen de Japanners toch weinig buitenlandse auto's kopen. Japanse automobielen zijn nu eenmaal beter en meer afgestemd op de Japanse behoefte.” Volgens Sato gaat Japan steeds meer in het buitenland investeren om uit de handelsimpasse te komen.

“Veel Japanners staan een beetje perplex of zijn geïrriteerd over de Amerikaanse benadering van het staatsbezoek”, zegt een Japanse specialist in buitenlandse zaken, professor Takashi Inoguchi van de Universiteit van Tokio. “De Republikeinen, die altijd voor vrijhandel waren, houden zich nu bezig met gereguleerde handel.”

Weinig Japanners geloven president Bush als hij zegt: “Met open markten kan de Amerikaanse werknemer met iedereen in de wereld concurreren.” De Amerikaanse autofabrikanten waarschuwden hun Japanse tegenhangers dat er meer protectionistische wetgeving in Amerika komt, als het Japanse overschot op Amerika nog lang voortduurt. In de loop van het staatsbezoek brachten de grote Japanse autoproducenten ook persberichten uit met streefcijfers voor de verkoop van Amerikaanse auto's via hun eigen Japanse dealers. De stand van de beoogde afzet is meer dan 19.000 Amerikaanse auto's per jaar in Japan. Dat is een verdubbeling van de huidige afzet. Gisteravond zeiden de Japanse autoproducenten daar wel bij dat het slechts om een richtcijfer gaat. De consument moet uiteindelijk bepalen wat hij wil hebben.

Zo is het met veel voornemens die bij gelegenheid van het staatsbezoek van Bush zijn gemaakt. Meestal bestonden ze al of moesten ze nog worden uitgewerkt. De besprekingen over de structurele handelsbelemmeringen zouden weer hervat moeten worden maar dat was allang bekend. De documenten zijn een bont allegaartje van vrome voornemens. Alle vraagstukken zijn onder elkaar gezet. De beide regeringen verwelkomen initiatieven van elkaar. Van dergelijke vage plannen kwam in het verleden zelden iets terecht. Japanse regeringsfunctionarissen zeiden dan ook dat ze weinig nieuws hadden beloofd. De politiek zwakke Japanse premier Miyazawa wil niet als te toegeeflijk worden gezien ten opzichte van de Verenigde Staten.

Clyde Prestowitz, die als voormalig onderhandelaar voor de VS ervaring heeft met dergelijke diplomatieke impasses, raadt dan ook aan om de handel met Japan door overeenkomsten te reguleren. “De wrok om de schuld te krijgen en te worden gebruikt zal groeien in Japan”, schrijft hij in de Wall Street Journal. “Het gebrek aan concrete vooruitgang voor Amerikaanse handel, gekoppeld aan een groeiend handelstekort, is in tegenspraak met de zogenaamde overwinning in de onderhandelingen.” Prestowitz vindt dan ook dat de Amerikanen niet op hoge, moralistische toon vrijhandel moeten eisen, maar een tijdschema moeten vastleggen waarin de Japanse autofabrieken in de Verenigde Staten komen tot het gebruik van 75% Amerikaanse onderdelen.

Dat is gisteren deels tot stand gebracht. De grootste vooruitgang is de overeenkomst om voor 70 procent Amerikaanse onderdelen te gebruiken voor in Amerika gebouwde Japanse auto's. Maar om aan de Japanse kwaliteitseisen te voldoen, moeten Amerikaanse fabrikanten van auto-onderdelen door Japanse bedrijven worden opgeleid om mee te ontwerpen aan bepaalde auto's, een succesvolle Japanse werkmethode die misschien ook tot kwaliteitsverbetering leidt van Amerikaanse onderdelen.

Tijdens zijn gesprek met Miyazawa maakte Bush duidelijk dat Japan meer belang heeft bij vrije markten dan de Verenigde Staten. Miyazawa erkende dat ook. Japan moet aan buitenlandse valuta komen om alle grondstoffen te importeren. Japan gedraagt zich dus als een klassieke mercantilistische macht die economisch succes boekt. Zo'n land gaat steeds meer in de richting van vrijhandel.

Volgens prof. Inoguchi komen de Amerikaanse, ideologische pleidooien voor een open markt Japan ook goed van pas. “Uiteindelijk reageren de Japanners kalm en pragmatisch”, aldus Inoguchi. “Ze hebben altijd zeer open gestaan voor Amerikaanse raadgevingen. Het is belangrijk voor de vorming van consensus om meer te importeren.” Uiteindelijk varen de Japanners er wel bij. De Japanse status van economische grootmacht werd al bewezen doordat Bush om geld kwam bedelen voor een wetenschappelijke superdeeltjesversneller in Texas.

Het doet denken aan de populaire Japanse film, “Het baseballteam van de binnenzee” over de jaren van de Amerikaanse bezetting na het einde van de Tweede Wereldoorlog. De vader van het meisje dat de hoofdrol speelt, een marine-admiraal, wordt opgepakt en ter dood veroordeeld als oorlogsmisdadiger. Het meisje komt in een baseballteam terecht, gecoached door het Amerikaanse leger. Uiteindelijk verslaat het Japanse team op eigen bodem het team van de de Amerikaanse concurrent, een ware vergelding. Dat gebeurt nu ook in open markten. Zo zakte president Bush in elkaar nadat hij met tennissen had verloren van de keizer. Een ongemakkelijk bezoek.