GRANAATAPPEL MET ROZEWATER

Bij velen blijft de granaatappel ter decoratie op de fruitschaal liggen want de vrucht is lastig eten aan tafel. In landen waar granaatappels welig groeien is men zeer bedreven in het lospeuteren van de prachtige zaadjes van deze vrucht. Want het zijn de zaadjes - ingebed in transparante vliesjes gevuld met felrood sap - waar het om draait bij deze Oosterse appel. Een licht en fris dessert in rode tinten.

Voor 8 personen:

4 granaatappels

poedersuiker

8 theelepels rozenwater of sinaasappelbloesemwater (beide verkrijgbaar in Marokkaanse winkels)

Kies mooie grote granaatappels, zonder butsen en zo rood mogelijk van kleur (dan zijn de pitjes goed op kleur en smaak). Snijd de vruchten overlangs in kwarten. Breek ieder kwart doormidden en duw de zaadjes met de vingers van de taaie vruchtschil af. Soms zitten de zaadjes in klusters aan vliesjes vast en moeten daarvan worden losgetrokken. Het is even een priegelwerkje maar dat is ook alles. Verdeel de zaadjes over glazen ijscoupes, strooi er poedersuiker naar wens over en per coupe 1 theelepel (5 milliliter) rozenwater. Beslist niet meer; de smaak mag niet overheersen maar moet slechts de smaakpapillen aan het denken zetten. Hussel suiker en rozenwater voorzichtig door de zaadjes en zet de coupes tot gebruik in de ijskast. Wie goede grenadine limonadesiroop in huis heeft, kan daarvan een 1/2 theelepel over iedere coupe gieten en de poedersuiker achterwege laten. Serveer de granaatappelzaadjes ijskoud en zonder verdere toevoegingen. Het moet een delicaat niemandalletje blijven met als enige taak het oog te strelen en de tong verfrissing te brengen.