Geen toezeggingen van d'Ancona over LSO

MAASTRICHT, 10 JAN. Minister d'Ancona heeft gisteren bij haar werkbezoek aan Limburg geen concrete toezeggingen willen doen over het al of niet laten voortbestaan van het Limburgs Symfonie Orkest, omdat ze de Raad voor de Kunst niet voor de voeten wil lopen. In juni bespreekt de Tweede Kamer d'Ancona's plannen, dan valt de beslissing.

De hele ochtend hebben bestuurders en vertegenwoordigers van het Limburgse culturele leven zich in het nieuwe theater aan het Vrijthof uitgesloofd om de minister duidelijk te maken dat de provincie zich heeft ontworsteld aan het beeld dat het culturele leven nog stamt uit het steenkolentijdperk, maar dat het nu weer achterop dreigt te raken. Eerst schrapte WVC 600 banen in de culturele sector. De plannen voor twee nieuwe musea zijn daarom op de lange baan geschoven.

Dat nu ook nog het symfonie-orkest samen met de daaraan opgehangen productie-eenheid Opera Zuid moet verdwijnen, is volgens Kockelkorn “ondenkbaar”. In twee van de drie alternatieven, die de minister heeft genoemd in haar adviesaanvraag bij de Raad voor de Kunst, verdwijnt het 110jarige symfonie-orkest, terwijl het in de derde variant wordt gereduceerd tot een begeleidingsorkest voor opera's.

Als het aan de provincies Brabant en Limburg ligt, mogen het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest samen een groot Symfonie Orkest vormen dat vanuit Eindhoven de zuidelijke provincies met 3,5 miljoen inwoners bedient, als het daar maar niet bij blijft. De twee provinciebesturen willen daarnaast ook het Limburgs Symfonie Orkest laten voortbestaan, dat een aanvullend symfonisch repertoire brengt en als begeleidend orkest optreedt bij operavoorstellingen. De minister wilde op deze plannen nog niet reageren.