Franse socialisten scharen zich in nieuwe slagorde

PARIJS, 10 JAN. Met de verkiezing van Laurent Fabius als eerste secretaris hebben de Franse socialisten zich in slagorde geschaard voor de strijd om de macht, die in maart bij de regionale verkiezingen begint en in 1993 bij de algemene verkiezingen een beslissend vervolg krijgt. De eer daarvoor valt toe aan Pierre Mauroy, de man die sinds 1988 partijleider van de Parti Socialiste was en vorige maand in stilte besloot op te stappen.

Mauroy, wiens naam verbonden blijft aan het mislukte socialistische experiment dat hij als premier van een socialistisch/communistisch kabinet in de periode 1981-1983 uitvoerde, was er de laatste jaren niet in geslaagd een eind te maken aan de "broederstrijd' in de PS. De partij is verdeeld in drie facties, geleid door aanvoerders ("olifanten' in het Franse politieke spraakgebruik) die elkaar voortdurend dwars zaten.

Mauroy, die ook burgemeester van Lille is, behoort zelf tot de traditionele vleugel, die geleid wordt door Lionel Jospin en die circa dertig procent van de partijkaders vertegenwoordigt. De "pragmatische' vleugel onder leiding van Laurent Fabius, ooit de dauphin (kroonprins) van president Mitterrand en sinds 1986 voorzitter van de Nationale Vergadering, is ongeveer even sterk. Circa 25 procent van de PS-leden behoort tot de aanhang van Michel Rocard, de meer sociaal-democratisch georiënteerde oud-premier, die in mei vorig jaar als regeringsleider plaats moest maken voor Edith Cresson, de "trouwe soldaat' van François Mitterrand.

Mauroy verenigde half december de drie "olifanten' en hun aanhang op een speciaal congres in La Défense achter een nieuw partijprogramma ("Nieuwe horizon'), wat niet zo moeilijk was omdat het uitsluitend uit vage algemeenheden bestaat. De eerste secretaris besloot daarna op te stappen met een "politieke coup' waaraan president Mitterrand zijn zegen gaf. Fabius, al jaren de kroonprins van Mitterrand, moest eerste secretaris worden om de partij te mobiliseren. Dat kon echter alleen als Rocard, een verklaard tegenstander van Fabius, daarmee instemde.

Deze oud-premier, een ervaren zeezeiler, keerde begin deze week terug van een vakantie in Polynesië en gaf na een gesprek van nauwelijks tien minuten zijn fiat aan de herschikking van de machtsposities die Mauroy had voorbereid. Voor Rocard was er namelijk een aantrekkelijke prijs: hij geldt nu als de feitelijke kandidaat van de PS voor het presidentschap, dat in 1995 ter beschikking komt als Mitterrand zijn tweede ambtstermijn van zeven jaar heeft voltooid. De prijs voor steun aan Fabius was Rocard wel een klassieke volte face waard.

Gisteren verkozen 120 van de 131 leden van het uitvoerend comité van de PS getrouw Fabius als hun leider. De traditionalisten van Jospin konden het scenario van hun geestverwant Mauroy uiteraard alleen maar volgen. Alleen de elf afgevaardigden tellende linkervleugel van oud-minister van defensie Jean-Pierre Chevènement stemden tegen.

Met de intelligente organisator Fabius aan de leiding en met Rocard voorlopig als officieuze kandidaat van de partij voor de opvolging van Mitterrand kan de PS zich nu in wat grotere rust gaan voorbereiden op de komende verkiezingen. In dit schema past ook de onderhandse verzekering aan Edith Cresson dat ze premier mag blijven tot na de regionale verkiezingen van eind maart. De premier, die sinds haar aantreden impopulair is, riep gisteren met nieuwe energie op tot mobilisatie in de strijd tegen de werkloosheid, de hoogste prioriteit van de regering.

De PS maakt zich grote zorgen. In opiniepeilingen scoren Mitterrand en vooral Cresson ongekend laag. De politieke malaise, de aarzelende economische conjunctuur en de langzaam maar zeker stijgende werkloosheid (bijna drie miljoen Fransen zoeken werk) spelen de oppositie in de kaart. Dat geldt zowel voor traditioneel rechts - de gaullistische RPR van de Parijse burgemeester Chirac en de liberalen onder leiding van oud-president Giscard d'Estaing - alsook voor het uiterst rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen, dat profiteert van de zwenking naar rechts die in heel Europa geconstateerd kan worden.

De verkiezingen voor de regionale raden vormen een eerste graadmeter of de socialisten nationaal aan de macht kunnen blijven. Een jaar later, in het voorjaar van 1993, volgen de parlementsverkiezingen. Op grond van opinieonderzoeken lijken de socialisten in beide gevallen forse nederlagen tegemoet te zullen gaan.

Behalve de matige economische vooruitzichten wordt een politieke kwestie die in de tweede helft van dit jaar aan de orde komt waarschijnlijk van groot belang voor de politieke ontwikkeling in Frankrijk. Mitterrand heeft een wijziging van de grondwet aangekondigd om het parlement, vooral de nu krachteloze Nationale Vergadering, meer macht te geven en om de ambtstermijn van het verkozen staatshoofd te beperken. Hoe de constitutie precies zal worden aangepast is een vraag waarover Mitterrand om tactische redenen het volk in het ongewisse laat. Dat geldt vooral de presidentiële ambtstermijn: de meeste Fransen geven de voorkeur aan vijf jaar en een mogelijke herverkiezing voor eveneens vijf jaar. Mitterrand liet zich echter onlangs ontvallen dat “wijze mensen” de voorkeur zouden geven aan een ambtstermijn van zeven jaar zonder de mogelijkheid van herverkiezing.

De president zegt evenmin nog te weten hoe de grondwetswijziging moet worden doorgevoerd. De nieuwe grondwet kan ter goedkeuring worden voorgelegd aan een gemeenschappelijke bijeenkomst (een zogenaamd "congres') van Nationale Vergadering en Senaat. Aanpassing van de grondwet kan ook via een referendum worden doorgevoerd. Een volksraadpleging zou het voor Mitterrand en de socialistische regering mogelijk maken een brede meerderheid te mobiliseren waarvan - in 1995 of misschien eerder - een socialistische presidentskandidaat zou kunnen profiteren in de strijd om het Elysée.

Mitterrand herhaalt regelmatig met grote overtuiging dat hij tot 1995 aanblijft, maar menige politieke waarnemer in Parijs sluit niet uit dat de president een "coup' pleegt en zijn voortijdig aftreden aankondigt als in de nieuwe grondwet een ambstermijn van vijf jaar wordt ingevoerd. Een dergelijke verassingsmanoeuvre zou een socialistische presidentskandidaat in de kaart spelen. De kans op een dergelijk scenario is echter klein zolang Rocard de feitelijke kandidaat is, zoals Mauroy nu plechtig heeft verkondigd. Tussen Mitterrand en zijn oud-premier bestaat "een rustige haat', zoals de titel luidt van een recent boek over de verhouding tussen dit tweetal.

Mitterrand heeft nog een andere, en meer voor de hand liggende optie voor een "politieke schok' om het vertrouwen van de Franse kiezers in de socialisten te herstellen en om zelf meester van het spel binnen de PS te blijven. In Brussel is nog een andere zwaargewicht van de PS beschikbaar: Jacques Delors. De voorzitter van de Europese Commissie wordt in Frankrijk beschouwd als een betrouwbaar en bekwaam politicus. Delors is bovendien wel een zwaargewicht, maar geen "olifant' die zijn partijvrienden diensten bewijst. Bovendien geldt Delors, die afkomstig is uit de rooms-katholieke arbeidersbeweging, niet als een typische socialist uit de rangen van de PS.

Als Mitterrand een nieuwe premier ter vervanging van Cresson wil benoemen - bijvoorbeeld na een dramatische verkiezingsnederlaag in maart - dan komt eigenlijk alleen Delors nog in aanmerking, zo menen politieke waarnemers in Parijs. Met de daadkrachtige Delors in het Matignon, de ambtswoning van de Franse premier, zou Mitterrand ook een geducht obstakel opwerpen voor de "virtuele kandidaat' Rocard, die in zijn ogen maar een "christen-democraat' is. Maar in het verdeel-en-heers-spel dat zich aandient zal ook de nieuwe eerste secretaris, Laurent Fabius, zich doen gelden - de reputatie van kroonprins verplicht daartoe.