EG Leger; Eerste EG-bloed is gevloeid

De mijlpaal raakte in de media wat in het gedrang door een buikgriep van president Bush, maar 7 januari 1992 is een datum die de geschiedenisboekjes zou kunnen halen: de dag waarop het eerste EG-bloed vloeide. Dinsdag sneuvelden in Kroatië voor het eerst Europeanen die een oorlogstaak vervulden in opdracht van de EG en in uniform van de EG (dat toen nog sneeuwwit was, leren de toekomstige eindexamenkandidaten er wellicht bij).

Een helikopter met vijf waarnemers werd vijfig kilometer van Zagreb neergeschoten door een MiG van de Joegoslavische luchtmacht. Vermoedt wordt dat het incident een provocatie was van haviken in het Joegoslavische leger aan het adres van de meer gematigde minister van defensie Kadijevic. De minister is inmiddels afgetreden.

De reactie in de EG-landen deze week was opmerkelijk lauw. In Italië, waar vier van de vijf slachtoffers vandaan kwamen, lieten regering en bevolking hun verontwaardiging blijken, maar elders was van enige opwinding geen sprake. De door de EG georganiseerde vredesconferentie over Joegoslavië is gisteren gewoon hervat, volgens de voorzitter Lord Carrington zelfs in een “duidelijk betere atmosfeer” vergeleken met eerdere bijeenkomsten. Ook in Den Haag is geen discussie ontstaan over de inzet van Nederlandse militairen voor EG-taken. Hollandse jongens of Italianen, ook als ze hetzelfde uniform dragen maakt het kennelijk toch verschil; een dode EG-er bestaat nog niet.

De vijf slachtoffers zijn op de gebruikelijke Europese wijze in het conflict terecht gekomen: als uitvloeisel van een EG-beleid dat al reagerend, improviserend, en onderling compromissen sluitend tot stand kwam. Ze moesten de wapenstilstanden controleren die de strijdende partijen in Joegoslavië na bemiddeling van de EG sluiten en schenden. Inmiddels hebben de Verenigde Naties de vredespogingen voor een deel van Europa overgenomen.

Dit zijn de jaren dat de regeringen van de EG nog druk zijn met de structuur voor een gemeenschappelijke buitenlandse politiek, terwijl de ontwikkelingen in de wereld het voeren van zo'n politiek al vereisen. Het afgelopen jaar hebben de Twaalf eindeloos getwist of zij bij unanimiteit of bij meerderheid over hun gezamenlijke politiek zullen beslissen. In de tekst waarover zij het op 10 december eens zijn geworden, en die zij naar verwachting op 7 februari in Maastricht ondertekenen, staat uiteindelijk dat de grote lijnen unanieme instemming behoeven, terwijl vervolgens over de uitvoering bij meerderheid kan worden beslist. Wat grote lijnen zijn en wat uitvoering, dat moet de toekomst uitwijzen.

Intussen zijn vandaag de ministers van buitenlandse zaken alweer in Brussel bijeen om te beslissen over het zenden van Europese militairen naar het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Transport-experts uit het leger zouden daar volgens een Duits plan moeten helpen bij de distributie van de levensmiddelen die het Westen naar de bevolking van de voormalige Sovjet-Unie stuurt. De Nederlandse minister van defensie Ter Beek toonde zich vorige maand niet zo happig op het zenden van militairen, omdat hij vreest dat zij betrokken raken bij onlusten.

Het Duitse voorstel is op de top in Maastricht nog blijven liggen, maar na de berichten over diefstal van hulpgoederen en bureaucratie maakt het nu meer kans te worden aangenomen. En zo reizen volgende maand de Europeanen-in-het-wit misschien al naar hun tweede crisisgebied.

De besluitvorming in de Europese Gemeenschap kenmerkt zich al veertig jaar door het samengaan van eindeloos lijkend geharrewar over grootse politieke plannen, met dagelijkse beslissingen die bescheiden ogen. Die laatste vloeien vaak uit elkaar voort en wekken de indruk niet meer dan logisch te zijn: wie een interne markt wil moet ook een standaard samenstelling voor hagelslag hebben, wie hulp aan de Russen geeft moet ook zorgen dat ze die echt krijgen. Het debat over een Frans-Duits leger, een Europees leger, een Europese kernmacht zal nog wel wat jaartjes doorgaan. Deze week sneuvelde intussen de eerste EG-soldaat.