Eerherstel

In zijn column "Gerechtigheid bij het RIOD' (NRC Handelsblad, 21 december) schrijft H.A. van Wijnen dat journalisten gemakkelijker een vergissing kunnen herstellen dan geschiedschrijvers. De column gaat over het overjarige eerherstel van de in Duitse gevangenschap omgekomen jonge Nederlander Armand Maassen die in maart 1942 bij een verkenningslanding "in Noordwijk in handen van de Duitsers' is gevallen. “In het vijfde deel van zijn geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dat in 1975 verscheen, schreef dr. L. de Jong enkele alinea's over die gebeurtenis op het strand te Noordwijk”, aldus de columnist.

In het vijfde deel dat in 1974 in twee helften werd gepubliceerd (eerste helft op 21 maart en tweede helft op 2 mei) staat echter iets anders. Daar schrijft De Jong dat er, nadat er twee landingen bij Katwijk waren geweest, bij de derde iemand aan boord moest zijn “die daar de weg kende en de mensen bij een bepaald huis kon brengen”. Die iemand was Armand Maassen. Zo kwam hij in de nacht van 16 op 17 maart 1942 bij Katwijk aan land. Daar is hij met zijn onbekend gebleven helper ontdekt door de Duitsers en na een vuurgevecht gevangengenomen.

De opmerking in de column dat herstel van fouten in een tien- of meervoudige reeks “een enkele keer gebeurt” kan de suggestie wekken dat zij betrekking heeft op het werk van dr. De Jong. In het dertiende deel is een honderd pagina's tellend Overzicht van wijzigingen opgenomen van de hand van De Jong. Hij heeft aan het onder redactie van een commissie van vakhistorici samengestelde veertiende deel een Aanvullend overzicht van wijzigingen kunnen toevoegen dat tien bladzijden omvat.