Den Haag stikt in haar corset van zee en randgemeenten

Het bestuur van de grote steden gaat dit decennium ingrijpende veranderingen tegemoet. Op allerlei manieren worden samenwerkingsverbanden geschapen met de omliggende gemeenten, terwijl het grootstedelijke bestuur zich steeds vaker splitst in wijken en deelgemeenten. Hoe zullen de vier grote steden er over tien jaar uitzien? Als vierde en laatste in deze serie van toekomstverkenningen: Den Haag

DEN HAAG, 10 JAN. De voortvarendheid waarmee Rijswijk deze zomer aan de overkant van het statige stadhuis een glanzend witte schouwburg uit de vijver optrok gaf de relatie tussen Den Haag en haar randgemeenten treffend weer. Het prestigieuze bouwwerk leek achteloos te worden voltooid in een periode dat het Haagse gemeentebestuur in grote verwarring de schulden telde en uiteindelijk een half miljard tekort bleek te komen.

De tegenstelling tussen Rijswijk en Den Haag geeft een historische ontwikkeling weer. “De koopkracht heeft zich uit de voeten gemaakt”, zegt de Haagse wethouder mr. P.G.A. Noordanus van ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing. De hogere inkomens zijn in de loop der jaren naar Rijswijk, Voorburg, Leidschendam, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer vertrokken. Den Haag is blijven zitten met een relatief hoog aantal mindervermogenden, buitenlanders en - naar schatting van burgemeester mr.dr. A.J.E. Havermans - vijftien- tot vijfentwintigduizend illegalen. Hoe armer de stad, hoe hoger de gemeentelijke belastingen en hoe moeilijker de mensen die kunnen opbrengen. Die nooddruft is één, de administratieve wanorde van de afgelopen jaren is twee, maar een derde factor die de komende tien jaar voor Den Haag van vitaal belang zal zijn is het ruimtetekort. Samenwerking met de randgemeenten zal onvermijdelijk zijn.

Intussen verandert het aanzien van de stad drastisch. Aan het Spui zijn de laatste historische pandjes geblindeerd. Het ooit zo machtige Prins Bernhardviaduct aan de overkant is half gesloopt en opnieuw bebouwd, de Haagse Ponte Vecchio. Achter het muziektheater gaapt nog altijd de bouwput van het nieuwe stadhuis. Verderop ligt de Lavi-kavel, waarvoor de stedebouwkundige plannen klaar zijn. Aan de zijkant van het Centraal Station werpt de nieuwbouw van het ministerie van VROM, een kolos van glas, steen en hemelhoge atria, zijn schaduw over het spoorwegemplacement. Aan de Hofcingel is voor de passant nu duidelijk zichtbaar hoe de Tweede Kamer er uit gaat zien. Een eindje terug zal de "toren van Dam' verrijzen. Voor het winkelcentrum rondom V en D en Bijenkorf liggen ingrijpende plannen klaar. En de Wagenstraat met omgeving verandert langzaam maar zeker in Den Haags eigen "Chinatown'.

Buiten het stadscentrum gaat de stadsvernieuwing in flink tempo voort. Den Haag is echter de dichtstbevolkte stad van Nederland en stikt langzaam in het corset van zee en randgemeenten. “Die ruimtenood is bepalend voor de toekomst”, zegt Noordanus. De bevolking loopt langzaam terug - ooit had Den Haag 150.000 inwoners meer - maar daarvan is weinig armslag te verwachten. Anders dan Amsterdam, Rotterdam of Utrecht heeft Den Haag nog steeds dezelfde gemeentegrenzen als in 1920. Amsterdam, bijvoorbeeld, is fors uitgebreid: de Bijlmermeer beslaat ruim een kwart van heel Den Haag. Er is behoefte aan 45.000 nieuwe woningen - los van de stadsvernieuwing - terwijl, zo stelt Havermans, de laatste volkstuintjes al onder veel verzet zijn opgeruimd.

“Wij kunnen maar weinig bouwen voor koopkrachtigen”, zegt Noordanus. “Waar zou je nog een Vogelwijk of Marlot kwijt kunnen? Tegen dat probleem loopt ook de stadsvernieuwing aan. Appartementen zijn hier duur door de hoge verwervingsprijzen, veroorzaakt door de druk van de woningmarkt. De markt laat het op veel plekken afweten. Project-ontwikkelaars staan niet te popelen.”

De stadsvernieuwing concentreert zich in vier gebieden: het centrum, de Stationsbuurt, de Schilderswijk en Transvaal. Die laatste twee wijken tellen evenveel inwoners als Gouda, dat betekent honderd woningen per hectare. Door de eenzijdige samenstelling van de bevolking trekt de middenstand weg. Voor koopwoningen is geen belangstelling. “Die wijken zouden er uit moeten zien als multi-culturele buurten, waar ook de koopkracht naar toe moet worden getrokken. Maar dat krijgt Den Haag alleen niet voor elkaar. Daar is "rijkscommitment' voor nodig. De regio moet namelijk betrokken worden bij de herhuisvesting. Zo niet, dan zullen er getto's ontstaan”, zegt Noordanus.

De zogeheten "yuppificering', zoals in de Amsterdamse Jordaan, zie je niet in Den Haag. “Alleen in de Stationsbuurt heb je een soort Dennewegeffect. Daarachter ligt de "urban jungle', de Schilderswijk, Transvaal. De stadsvernieuwing zou zich moeten beperken tot echt achterstandsbeleid, dat is een duidelijke keus. Verder zou je de ontwikkelingen meer moeten overlaten aan de markt.”

Gold de grootste zorg van de gemeente in de jaren zeventig en tachtig die typische stadsvernieuwingswijken, nu moet er voor worden opgepast dat het gebied achter het Zuiderpark niet een "vergaarbak' wordt. In rap tempo verpauperen daar huizenblokken. “We moeten dat als gemeente goed sturen. Dat gebied is nu erg homogeen wat betreft het wonen, maar de stedebouwkundige kwaliteit is prima. Die wijken zouden sterker gedifferentieerd moeten worden.”

Essentieel voor de stad is toch haar hart. Noordanus: “Elke stad kampt met het gegeven dat mensen steeds meer in de regio gaan winkelen. In grote winkelcentra buiten de stad is het gemakkelijk parkeren en efficiënt boodschappen doen. De vraag is hoe je mensen weer aan het stadscentrum bindt. Wat dat betreft ben ik wel optimistisch over Den Haag. Ik denk dat de mensen weer lol krijgen in het werken en winkelen in de binnenstad. Bedrijven komen ook voor de vraag te staan of ze hier komen of zich willen vestigen in een treurig glaspaleis langs de rijksweg. Wij investeren veel in nieuwe straten en pleinen, bijvoorbeeld de heringerichte Grote Markt. Het stadhuis moet je ook zien als investering voordat die leukere binnenstad z'n "momentum' krijgt. En rond het Transitorium wordt een nieuw woon- en werkgebied gemaakt tussen de drie ministeries van justitie, binnenlandse zaken en VROM.”

In groter verband kan Den Haag de problemen alleen oplossen als er aan de gemeente-grenzen wordt gemorreld. Het kabinet heeft al voorzichtig laten weten dat het solidariteit van de randgemeenten verwacht als het om steden als Utrecht en Den Haag gaat. Die randgemeenten moeten kapitaal terugbrengen in de residentie, maar de relaties zijn traditioneel slecht. Nu langzamerhand het failliet van de stad duidelijk is geworden lopen de gesprekken nog moeilijker dan voorheen. De regionale samenwerking "gedijdt in een sfeer van vrijblijvendheid', zo maken betrokken wethouders duidelijk. “Bij de randgemeenten is het hemd nader dan de rok.” En: “Wij zijn bepaald geen aantrekkelijke bruid”.

Hulp moet worden geboden in de vorm van wonen, ruimtelijke ordening, economische organisatie en bouwgrond. Op die punten moet de centrale overheid samenwerking afdwingen, meent het Haagse gemeentebestuur. Den Haag met een overschot aan ambtenaren en kantoren schiet tekort in economische bedrijvigheid. De huidige industrie-terreinen slibben langzaam vol met kantoren die de gemeente-kas niet kunnen spekken. Daarom moeten gebieden als de Laakhaven en de Binckhorst er over tien jaar anders uit gaan zien.

Het ruimte-tekort van Den Haag heeft de laatste decennia tot curieuze plannen geleid. Als het land geen uitweg bood, dan moest Den Haag in wanhoop maar de zee op. Maar van bouwen op zee is het, behalve de pier, nooit gekomen. Ook nu wordt de optie nog zelden serieus genomen. Een kustlocatie lost op de korte termijn niks op, meent Noordanus. Misschien wel verder in de toekomst, als het rijk vanuit "kustverdedigingsbelangen' financieel wil meedoen. Uiteindelijk is dat nog onze enige expansie-mogelijkheid'', zegt Noordanus. Van de grootse plannen op zee is nog één plannetje over: vijfhonderd woningen onder het licht van de vuurtoren.