De tegenwoordige tijd van Margaret Drabble; Ik zeg als jij dat denkt hoef je niet meer te komen

Margaret Drabble: The Gates of Ivory. Uitg. Viking, 464 blz. Prijs ƒ 60,90 (geb), ƒ 36,55 (pap.)

Halverwege haar nieuwe roman laat Margaret Drabble een vrouw vertellen van een vliegtuiglading Vietnamese kinderen die president Ford naar Amerika wilde halen. “Ford denkt in 1975... hij maakt bekend... ze laden de kinderen in... het vliegtuig stort neer... helft van de kinderen dood”: het is een schokkend verhaal, maar de lezer wordt van de inhoud afgeleid door het ongewone gebruik dat deze romanpersoon maakt van de onvoltooid tegenwoordige tijd. De ervaring leert dat mensen gewoonlijk alleen over verwikkelingen waar zij zelf in betrokken waren zo praten: Jan zegt jij hebt het geld zeker ingepikt, ik zeg als jij dat denkt hoef je hier niet meer te komen... Wanneer het over anderen gaat klinkt de onvoltooid verleden tijd natuurlijker: Jan zei tegen haar dat geld heb jij zeker ingepikt, zij was zo woedend dat ze geen woord meer uitbracht, alleen een kreet... Als het verhaal over historische gebeurtenissen en openbare personen gaat is de voltooid tegenwoordige tijd gebruikelijk: Ford heeft in '75 geprobeerd... groot vliegtuig gecharterd... dat vliegtuig is neergestort.

Het onderscheid wordt door heel wat schrijvende vertellers niet meer in acht genomen omdat zij zich hebben laten aanpraten dat de tegenwoordige tijd een verhaal verlevendigt. “Het is alsof je erbij bent” - net als bij de film die geen verleden tijd kent. Margaret Drabble is voor deze opvatting gezwicht, blijkens de derde roman in de serie die begon met The Radiant Way vier jaar geleden. In 1987 schreef zij nog voornamelijk in de verleden tijd, over Liz Headleand en Alix en de moordenaar Whitmore die een vrouwenhoofd achterliet in een auto; in A Natural Curiosity twee jaar later drong de tegenwoordige tijd op; nu maakt zij van bijna alles praesens, op enkele passages na die klinken alsof de natuur zich heeft hersteld toen zij er niet bij dacht - zelfs haar dialogen zijn erdoor aangetast.

Het was onverstandig van haar om 460 pagina's lang haar stijl met grammaticale pillen te verlevendigen. Het praesens historicum werkt soms goed wanneer de lezer alleen wordt geacht te kijken naar wat er gebeurt; een reiziger steekt op een dertig centimeter brede plank het ravijn over, verliest bijna zijn evenwicht en helt met zwaaiende armen naar links, houdt stand en slaat van de weeromstuit te ver door naar rechts... Dat geeft spanning, maar zo gaat het niet in The Gates of Ivory. Drabbles personen praten met elkaar en denken na over wat zij ondervinden; als zij dat in onafgebroken verlevendigde stijl doen wordt de lezer mismoedig van ze. Zij verkruimelen voor onze ogen doordat ieder moment van hun leven losstaat van het vorige, zonder de doorstroming die vanzelfsprekend is in het verleden.

Dat Drabble ergens niet bij denkt, komt zelden voor. Zij heeft verscheidene ambitieuze nieuwe plannen uitgevoerd in haar boeken waar de lezer meteen een aanwijzing van kan krijgen door even de laatste pagina op te slaan: daar staat een bibliografie van werken voornamelijk over Vietnam en Cambodja. Het verhaal dat zij vertelt, speelt voor een deel in het Verre Oosten, waar Liz Headleand op zoek gaat naar haar oude vriend de schrijver Stephen Cox, die vermist is en dood blijkt te zijn. Op de achtergrond van het avontuur wil Drabble een beeld geven van het contrast tussen de Good Time waar wij in Europa in leven en de Bad Time van de Derde wereld. Nu en dan komt er een communicatie, een besef van gedeelde werkelijkheid op tussen de twee werelden in haar boek, en dan werkt het verruimend op de verbeelding. Tegen het eind lijkt het of alle wegen toch terugvoeren naar Noord-Londen, waar de personen vereend zijn na een herdenkingsdienst voor Stephen Cox; maar een laatste wending brengt ons nog eens in het Oosten.

Tussendoor wordt het verhaal verlucht met literaire hoogstandjes. Er zijn moderne, waar de schrijfster achter het decor van haar fictie vandaan komt of verschillende bestemmingen voor een van haar personen opgeeft zonder ertussen te kiezen; en er zijn klassieke wanneer zij met weelderig woordgebruik taferelen in Bangkok en het landschap oproept. Ook in afwijking van haar traditionele programma laat zij een van de personen soms als vertelster aan het woord: Hattie Osborne, oud-filmactrice en verjongd minnares, te druk en familiair om de lezer voor zich in te nemen, maar duidelijk sprekend als portret van een type vrouw.

Vrouwentypes blijven de specialiteit van Margaret Drabble. Haar vernieuwingen geven de indruk van pogingen om de wereld uit meer gezichtspunten te zien dan zij van nature doet als zij gaat romanschrijven. Misschien ontwerpt zij nog eens een type waar zij evenveel plezier aan kan beleven als aan haar vrouwen, voordat wij en zijzelf aan ze gewend waren. Zij is al een eind op weg om ons over het gevoel van nu-weten-wij-het-wel heen te helpen dat haar relatie met de lezer bedreigt. De kroon op haar inspanning moet later komen; intussen werkt zij ook aan de biografie van Angus Wilson, en er is weinig gevaar dat wij haar uit het oog zullen verliezen.