De eerste architect die niet kon tekenen; Gropius en het Bauhaus

“Mijn algeheel onvermogen om het allereenvoudigste op papier te tekenen, is erg ontmoedigend en ik kijk vaak met pijn in het hart naar mijn toekomstige vak,” schreef Walter Gropius, de oprichter van Bauhaus, aan zijn moeder. Aanvankelijk werd Bauhaus bezield door een overweldigend esoterisch, Germaans-traditioneel en gotisch gesternte. Zelfs een knoflookdieet kwam eraan te pas.

Reginald Isaacs. Gropius. An Illustrated Biography of the Creator of the Bauhaus. Bulfinch Press. Import Nilsson & Lam. Prijs: ƒ 94,50.

Marty Bax. Bauhaus Lecture Notes (de collegedictaten van J.J.van der Linden).

Architectura & Natura. Prijs ƒ 59,50. Met microfiches ƒ 134,50.

Het echtpaar Gropius zit aan het ontbijt in de door een lage zon overgoten tuinkamer. Omdat een jaartal bij de foto (van Robert Damora) ontbreekt, moeten de afgebeelde figuren en de stijl van meubelen en attributen helpen bij het schatten van de datering. De tuinkamer, misschien meer een overdekt en met glas afgeschermd terras, hoort bij het huis dat Walter Gropius in 1937 voor eigen gebruik ontwierp in Lincoln, Massachusetts, nadat hij met zijn vrouw Ise voor definitief verblijf in de Verenigde Staten was aangekomen. In dit huis bundelde Gropius al zijn architectuuropvattingen en zijn ervaringen met nieuwe bouwmethoden die hij tijdens de Bauhaus-periode van 1919 tot 1929 in Weimar en Dessau had ontwikkeld. Algehele voorrang aan de functionaliteit en de zakelijkheid, asymmetrische plattegrond, platte daken, raamstroken, locale materialen, industrieel vervaardigde onderdelen als kozijnen, deuren, glazen bouwstenen en de modernste huishoudelijke hulpmiddelen: in 1937 waren dat in de Verenigde Staten de afwasmachine en de afvalverwerker. Het ideale, moderne huis "als een goed geoliede machine', dat Gropius altijd had nagestreefd, bouwde hij uiteindelijk voor zichzelf in New England, waar hij aan de Harvard University architectuur ging doceren. Het echtpaar Gropius zou de rest van hun leven in dit huis blijven wonen. Walter overleed in 1969, Ise Gropius in 1983.

De prachtige foto van de tuinkamer kan op zijn vroegst in 1938 zijn gemaakt. Waarom is het waarschijnlijk dat hij niet veel later is genomen? De rotan tafels en stoelen zijn van alle, moderne tijden. Het geblokte overhemd van Walter Gropius, die met zijn rug naar de camera zit, geeft ook geen enkel houvast. Hoewel het wel het soort VS-gebonden overhemd is, dat emigranten na aankomst onmiddellijk aantrekken om te onderstrepen dat ze zich thuisvoelen. Dat geldt niet voor de witte blouse die Ise draagt. De geborduurde reverstroken en manchetten verwijzen naar klederdrachten in Duitsland en Oostenrijk. Ook die nostalgische blouse kan er op wijzen dat ze nog maar net, voorgoed in de New World zijn aangekomen. Ze draagt hem boven een broek, zoals met goed kijken onder tafel te constateren valt. De tweedeling van de juist gearriveerde: van onderen de nieuwe wereld, van boven de herinnering aan de oude.

De doorslag om de foto in het jaar 1938 of 1939 te dateren, wordt gegeven door het uiterlijk van het echtpaar. Het haar van Walter Gropius is nog niet dun en nog niet grijs. Dat geldt ook voor het nonchalant opgestoken haar van Ise die er, en profil, heel stralend en jeugdig uitziet. De enige vraag die overblijft is: bestonden er in 1938 al bolvormige koffiekannen van doorzichtig glas?

Het echtpaar Gropius zit er op deze foto ontspannen en tevreden bij, zo temidden van hun nieuwe, indrukwekkende, Noordamerikaanse natuur op een vloer van grillig gevoegde fieldstones. Deze zwart-wit afbeelding, die de laatste grote omslag in het leven van Walter en Ise Gropius markeert, staat afgedrukt op pagina 222, en dat is op tweederde van de vorig jaar verschenen biografie Gropius, an illustrated biography of the creator of the Bauhaus, geschreven door de in 1986 overleden Reginald Isaacs, een van de eerste leerlingen van Gropius op Harvard University. In ons land verscheen onlangs het boek Bauhaus Lecture Notes dat is geschreven en samengesteld door de kunsthistorica Marty Bax en op microfiches de volledige collegedictaten bevat die de Nederlandse architect J.J. van der Linden maakte, toen hij van 1930 tot 1933 als student onderricht kreeg aan het Bauhaus in Dessau.

De boeken zijn met elkaar te vergelijken als het gaat om de weergave van de Bauhaus-geschiedenis. Het veelbewogen leven van Walter Gropius, dat grotendeels samenvalt met het ontstaan en bestaan van het Bauhaus, speelt uiteraard in de geïllustreerde biografie de hoofdrol.

Officier

Wat voegen deze twee nieuwste uitgaven over een van de meest bestudeerde, beschreven, becommentarieerde culturele instituten van de twintigste eeuw toe aan het bestaande beeld van het Bauhaus en het zo bekende beeld van de oprichter, de Pruisische officier, de "Zilveren Prins' Walter Gropius? Om bij het laatste beeld te beginnen: nooit is het zo helder tot me doorgedrongen dat Gropius de eerste wereldberoemde architect was die niet kon tekenen. Geen rechte lijn kon hij trekken. In deze tijd zijn er massa's architecten, ook wereldberoemde, die niet meer kunnen tekenen, niet meer hoeven kunnen tekenen. Maar Gropius was de eerste en die handicap is lange tijd een bron van frustratie voor hem geweest. Hij schreef in een brief aan zijn moeder - hij schreef heel veel brieven aan zijn moeder van wie hij zielsveel hield en gelukkig wordt er rijkelijk uit die brieven in de biografie van Isaacs geciteerd: “Mijn algeheel onvermogen om het allereenvoudigste op papier te tekenen, is erg ontmoedigend en ik kijk vaak met pijn in het hart naar mijn toekomstige vak. Ik kan geen rechte lijn zetten. Toen ik 12 jaar was, kon ik veel beter tekenen. Het lijkt een fysiek onvermogen te zijn, want ik krijg onmiddellijk kramp in mijn hand, breek de potloodpunten en moet na vijf minuten rusten. Met mijn handschrift gaat het net zo. Het wordt elke dag slechter.” Dat slechte handschrift weerhield de uiterlijk formele en gedisciplineerde, maar innerlijk hartstochtelijke Gropius er niet van om er een onbedwingbare correspondentiedrift op na te houden, vooral gericht op de vrouwen in zijn leven.

Zoals het hoort, zijn de briefcitaten in de zorgvuldige typografie onmiddellijk te herkennen, doordat ze een kleinere letter hebben en een ingesprongen kantlijn. Dat is eigenlijk niet eerlijk ten opzichte van de schrijver Reginald Isaacs. Zijn tekst is vooral zakelijk, want hij moet nu eenmaal heel veel uitleggen. Bijvoorbeeld, hoe het Bauhaus na de eerste wereldoorlog is ontstaan uit een combinatie van de idealen van de Deutsche Werkbund en de door Gropius in 1918 opgerichte kunstenaarsorganisatie Der Arbeitsrat für Kunst. Het hele, in de periode voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog in Berlijn levendig borrelende stelsel van culturele organisaties, tijdschriften en bevlogen verenigingen - bijvoorbeeld het Comenius-Gesellschaft dat het idee van de Bauhütte propageerde, de middeleeuwse loge die zich ontfermde over de bouw van de gotische kathedralen, een gezamenlijke onderwijs- en arbeidsvorm van ambachtslieden en kunstenaars waardoor Gropius zich zeer aangesproken voelde - moet uit de doeken worden gedaan, om te begrijpen hoe Bauhaus in de republiek van Weimar kon opbloeien. Maar de intense brieven van Walter Gropius aan de grande amoureuse Alma Mahler, aan Lily Hildebrandt, aan Ise Frank zijn zo oneindig veel opwindender, dat de lezer de neiging heeft om van citaat naar citaat te springen.

Dat doen we hier niet.

In het boek "Bauhaus Lecture Notes' worden we niet afgeleid door teksten als "ik zou je willen doorboren met het zwaard van de liefde' (brief aan Lily Hildebrandt). Deze uitgave gaat dan ook niet over het persoonlijke leven van Walter Gropius, maar over het Bauhaus en de onderwijspraktijk. Een ontdekking die in deze studie te doen valt, is het overweldigende metafysische, esoterische, politiek-religieuze, Germaans-traditionele en gotische gesternte waaronder het Bauhaus aanvankelijk stond. Op den duur werden al die mystieke en occulte ideeën wel enigszins gekanaliseerd in antroposofie, theosofie of vrijmetselarij, maar dat het Bauhaus in het begin van haar bestaan, met het oog op een paradijselijke samenleving, behoorlijk los van de grond zweefde, is zeker.

Voor de beginnerslessen-in-een-betere-wereld werd op voorspraak van de eerste vrouw van Gropius, Alma Mahler, de mysticus-kunstenaar Johannes Itten in 1919 van Wenen naar Weimar gehaald. Zijn cursus diende om de eigen, sluimerende creativiteiten te ontdekken, de persoonlijke affiniteit met de verschillende materialen te onderzoeken en om de bewustwording te bevorderen van de universele basiselementen en -principes van de kunst.

De lessen van Johannes Itten werden vooral besteed aan ademhalingsoefeningen, meditatie, dieet en het tekenen van een distel. Want, zo zei Itten: “Wanneer nieuwe ideeën in kunst moeten worden omgezet, moeten lichamelijke, zintuigelijke, spirituele en intellectuele krachten in gelijke mate worden aangeboord.”

Zoroaster

Eind 1921 liep het mis tussen de Pruisische pragmaticus en IJzeren Kruisdrager Gropius en de halve oosterse monnik Itten die een habijtachtig kostuum had ontworpen, zijn hoofd had kaalgeschoren, een knoflookdieet voorschreef en de beginselen van Zoroaster onderwees. Johannes Itten was als leraar zeer geliefd, maar Gropius verwierp zijn filosofische opvattingen die een ongewenste mystieke atmosfeer op "de school' teweegbracht. De schilder-docent Paul Klee trachtte nog te bemiddelen. Tevergeefs. In 1922 werd voor Johannes Itten een vervanger gezocht. Dat werden er twee, de "jonge meester' Josef Albers - de eerste student die een Bauhaus-cursus had voltooid - en de Hongaarse schilder, beeldhouwer, fotograaf, filmer, typograaf en toneelkunstenaar László Moholy-Nagy.

In de veelzijdigheid van Moholy-Nagy wordt het ideaal van het Bauhaus eigenlijk het best belichaamd. De mens als Gesamtkunstwerk en het Gesamtkunstwerk als mens, dat is de paradijselijke samenleving.

En tenslotte: wat Walter Gropius ons ook nog heeft nagelaten is het inzicht, dat de architect die niet kan tekenen, consequent een strikdasje draagt.