Culturele douaniers van ANC passen boycot "creatief' toe

JOHANNESBURG, 10 JAN. Arme Paul Simon. Geen Westerse artiest spande zich zo in om de mbqanga en de mbube-muziek uit de townships van Zuid-Afrika wereldwijd te verspreiden.

De Amerikaanse zanger/componist voldeed ook aan alle eisen die de zwarte "bevrijdingsbewegingen' stellen aan buitenlandse artiesten die in Zuid-Afrika willen optreden. Hij nam Zuidafrikaanse muzikanten op in zijn band, verstrekte ruime giften aan culturele doelen in zwarte gemeenschappen, stelde gratis kaartjes beschikbaar voor onbemiddelde fans en hield workshops voor zwarte muzikanten.

Als iemand cultureel "goed' was, was het Paul Simon wel.

En nu, aan de vooravond van vijf concerten in Zuid-Afrika, is de helft van het fameuze ex-duo Simon en Garfunkel verstrikt geraakt in het moeras van de "cultuurpolitiek' van linkse zwarte groeperingen. Azayo, de tot voor kort vrijwel onbekende jeugdbeweging van het radicale Azapo, verzet zich op het laatste moment met steun van het Pan Afrikaans Congres (PAC) tegen de optredens van Simon. Hij zou het isolement van Zuid-Afrika doorbreken en wordt daarom afgeschilderd als een verrader van het zwarte volk.

Wat vorige week begon met een bombardement van persverklaringen, kreeg deze week een grimmiger karakter met granaatontploffingen bij het kantoor van de maatschappij die het geluid tijdens de tour verzorgt. Ook na een gesprek met Paul Simon gisteren blijven de erven van Steve Biko's Zwarte Bewustzijnsbeweging uit de jaren zeventig dreigen met geweld tijdens de "Born at the right time'-tournee.

Paul Simon, die morgen en zondag in het Ellis Park stadion in Johannesburg met zijn optredens begint, is de eerste belangrijke popartiest die Zuid-Afrika bezoekt sinds de versoepeling van de internationale culturele boycot. Zijn concerten zijn een groot evenement in een land, dat jarenlang verstoken bleef van wat de jeugdcultuur elders ter wereld bepaalde. Zuidafrikaanse twintigers en dertigers kennen buitenlandse muzikanten alleen van de platenhoes.

Simon leek gisteren op een persconferentie wat beduusd over de controverse rond zijn komst. Hij was vooral afgegaan op de goedkeuring van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), niet wetende dat kleinere groepjes als Azapo de boycot als strijdmiddel - of als belichting van hun eigen bestaan - nog niet hebben opgegeven. Simon kreeg steun van de zwarte muzikanten die met hem optreden en toonde opnieuw zijn toewijding aan de zaak. Hij bezoekt dezer dagen het graf en de familie van Headman Tshabalala, de zanger van de acapella groep Ladysmith Black Mambazo die door de medewerking aan Simon's Graceland-album uit 1987 (zes miljoen verkochte exemplaren) wereldwijde bekendheid kreeg. Tshabalala werd vorige maand in de buurt van Durban doodgeschoten. De verdachte is op een borgtocht van ruim zeshonderd gulden vrijgelaten. “Het lijkt erop dat het leven van een zwarte goedkoop is”, was Simon's commentaar.

In het tijdelijke niemandsland tussen strijd en verantwoordelijkheid hebben zwarte groeperingen moeite met het loslaten van oude wapens tegen de apartheid. De culturele boycot van Zuid-Afrika door de Verenigde Naties heeft als isoleermiddel zijn werk gedaan. Weinigen durfden de demonstraties en de "zwarte lijst' te trotseren. Alleen onbekende Oosteuropese artiesten van het tweede garnituur traden tegen hoge vergoedingen in het land op.

Gezien de hervormingen in Zuid-Afrika besloot de internationale gemeenschap de boycot vorig jaar te versoepelen. Culturele uitwisseling wordt nu aangemoedigd, maar instituten van de apartheid dienen nog steeds te worden gemeden. Pas wanneer Zuid-Afrika een democratische regering heeft, kan de boycot geheel worden opgeheven. Artiesten dienen nu voor een optreden overleg te plegen met de anti-apartheidsbeweging in eigen land en toestemming te krijgen van de bevrijdingsbewegingen in Zuid-Afrika.

De laatste stuiptrekkingen van de culturele boycot veroorzaakten een warrig toelatingsbeleid. Het ene circus mocht wel komen, het andere niet omdat er niet was overlegd met het ANC. De zwarte zangeres Tracey Chapman, die nog optrad tijdens het concert in Londen op de zeventigste verjaardag van Nelson Mandela, kreeg toestemming van het ANC. Ze liet het afweten toen Azapo haar komst niet op prijs bleek te stellen, vanwege “een gebrek aan consensus over de culturele boycot tussen de verschillende organisaties”.

De blinde zwarte zanger Ray Charles werd geweigerd omdat hij in 1981 in Zuid-Afrika optrad. Maar de Griekse zangeres Nana Mouskouri was welkom nadat ze haar verontschuldigingen had aangeboden over een concert in de apartheidstijd. Artiesten die zich niets aantrokken van de consultatie-plicht, ondervonden overigens weinig tot geen hinder bij hun optredens.

De culturele douane van Zuid-Afrika is het departement van kunst en cultuur van het ANC. Het departement bestaat uit vijf mensen en bezet een hoekje van de 22ste étage van het ANC-hoofdkwartier in Johannesburg. “Wij zijn geen Kultuurkommissarissen”, zegt Oupa Ramachela (34). “Maar artiesten die hier komen moeten de democratische cultuur versterken en verder helpen ontwikkelen. De boycot wordt creatief toegepast. We moeten de apartheid blijven isoleren”. Met "democratische cultuur' als tegenhanger van "apartheidscultuur' bedoelt het ANC vooral de zwarte cultuur, die door geldgebrek niet de kans heeft gekregen zich te ontwikkelen.

Het ANC heeft een lijst van tien criteria waaraan een buitenlandse artiest moet voldoen. Ze zijn vooral bedoeld om lokale zwarte artiesten en technici te helpen met geld en werk. Winst uit concerten moet ten dele worden benut om "culturele ontwikkeling te bevorderen'. Ramachela: “Negentig procent van de buitenlandse artiesten consulteert ons. Ze weten dat ze niet hoeven te komen als ze geen brief van ons hebben. Maar je hebt natuurlijk altijd renegaten”.

Wie zich niets aantrekt van de consultatieplicht kan problemen krijgen, meent Ramachela, die elf jaar in ballingschap in Lusaka leefde. “De mensen zullen beslissen. Als een regio van het ANC zich tegen een concert verklaart, zal geen ANC-lid gaan”. Maar waarom moet een artiest politiek goedgekeurd zijn? “Omdat onze mensen niet met hen kunnen meten. De concurrentie is oneerlijk. Daarom stellen wij onze voorwaarden”.

Ramachela geeft een voorbeeld van de ANC-prioriteiten. “Als een Nederlandse kunstgalerie in Soweto wil exposeren, vinden we dat prima, daar kunnen we van leren. Maar we gaan niet akkoord met een tentoonstelling in een apartheidsgalerie, die wordt gefinancierd door de regering. Die is vooral voor bezoekers van de blanke élite. Onze mensen komen daar niet”.

Het ANC is met het oog op regeringsverantwoordelijkheid in de toekomst bezig een kunst- en cultuurbeleid te formuleren. Het departement buigt zich momenteel over zaken als de verhouding tussen staat en kunst, de prioriteiten in het kunstbudget, de rol van de commercie en de positieve discriminatie van zwarte cultuur. “Cultuur kan een belangrijke rol spelen in de dekolonisatie van de geest”, meent Ramachela. “Kunst en cultuur kunnen helpen de wonden van de apartheid te helen. De belangrijkste vraag is: welke boodschap brengt een kunstuiting aan ons over? Als de boodschap belangrijk is, maakt het niet uit of het Shakespeare is, of Goethe of een Afrikaanse kunstenaar. We moeten geen beperkingen opleggen en niets dicteren, maar ik kan me geen kunst voorstellen die niet gevormd is door de werkelijkheid”.