Boetes voor rijden onder invloed gaan flink omhoog

DEN HAAG, 10 JAN. De boetes voor rijden onder invloed gaan per 1 februari flink omhoog. Dat hebben de procureurs-generaal deze week besloten. Tegelijkertijd krijgt de politie de bevoegdheid om het rijbewijs af te pakken van iemand die onder invloed achter het stuur heeft gezeten.

Wie met een promillage van 0,54 tot 0,80 wordt betrapt, moet voortaan een boete van 400 gulden betalen. Dat was 250 gulden. Wie de zaak bij de rechter laat voorkomen, krijgt een eis te horen van 500 gulden (was 300) als de officier van justitie de richtlijn van het openbaar ministerie volgt. Hoe hoger het promillage, hoe hoger ook de boete wordt: respectievelijk 600 en 800 gulden (en eisen voor de rechter van 750 en 1.000 gulden).

Zolang het alcoholpromillage niet hoger is dan 1,30 kan de zaak in principe worden afgedaan met een boete en hoeft de bestuurder niet voor de rechter te komen. Dat geldt echter niet wanneer het om een bestuurder gaat die al eerder is betrapt of die door zijn rijgedrag anderen schade of letsel heeft toegebracht, dan wel de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht.

Ook de bestuurder bij wie een alcoholpromillage van meer dan 1,31 wordt geregistreerd, moet altijd bij de rechter verschijnen. Tegen hem zullen dan boetes en ontzeggingen van de rijbevoegdheid worden geëist die variëren van 1.250 tot 2.000 gulden en van zes tot twaalf maanden. Tegen de bestuurder met een promillage van 2,11 tot 2,50 zal bovendien twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf worden geëist. Wie nog meer heeft gedronken, moet volgens de eis twee weken de cel in en is zijn rijbewijs een jaar kwijt.

Het gaat hier om richtlijnen waarvan de officier van justitie kan afwijken, bijvoorbeeld als hij de boete wil aanpassen aan het inkomen van de verdachte. Bovendien is het mogelijk een lagere boete te eisen als de verdachte een alcoholverkeerscursus heeft gevolgd.