Blazers met aanstekelijk elan

Concert: Recitals door jonge Nederlanders. Het Van Gendt Kwintet m.m.v. Leo van Doeselaar, piano. Programma: Danzi: Kwintet in G, opus 67 nr. 1; Milhaud: Divertissement; Mozart: Pianokwintet in Es, KV 452; Escher: Kwintet; Ligeti: Sechs Bagatellen. Gehoord: 9/1 Kleine Zaal Concertgebouw, Amsterdam. Radio-uitzending: 22/2 en 25/4 Veronica, radio 4.

“We hadden een geweldig eigentijds programma samengesteld, met echt heel goede stukken. Een week vóór het concert kregen we te horen dat we geen twintigste-eeuwse muziek mochten spelen. Toen hebben we maar weer Danzi en Mozart op het programma gezet”, aldus Toon Durville, hoboïst van het in 1985 opgerichte Van Gendt Kwintet, dat gisteravond met succes in het Amsterdamse Concertgebouw debuteerde.

Ook nu werd het concert met Danzi (de "vader van het blaaskwintet') geopend, maar daarna stortte het Van Gendt Kwintet zich vol overgave op werken uit de twintigste eeuw. De bezorgdheid van concertmanagers, impresario's en zaalhouders ten spijt, bracht juist dat gedeelte van het programma bij het publiek het grootste enthousiasme teweeg.

Zowel Ligeti, Escher als Milhaud hebben dan ook muziek voor deze bezetting geschreven, die het nogal tuttige niveau van de blaaskwintetten van vroeg-romantische componisten als Danzi en Reicha ver overstijgt. Streefde Danzi in zijn door het Van Gendt Kwintet met aanstekelijk elan uitgevoerde Kwintet in G nog vergeefs naar een aan het strijkkwintet verwante homogene klank, zijn twintigste-eeuwse vakbroeders begrepen dat de overtuigingskracht van het genre juist staat of valt met het uitbuiten van de contrasterende klankkleuren van de fluit, de hobo, de klarinet, de fagot en de hoorn.

Vooral Ligeti heeft in zijn Sechs Bagatellen deze "eenheid in verscheidenheid' optimaal benut: niet alleen krijgen alle instrumenten in dit werk een volstrekt individuele rol toebedeeld, ook vormen de zes op de Tsjechische folklore geïnspireerde beeldjes een verrassende caleidoscoop van tegenstrijdige melodieën, ritmes en stemmingen. Het Van Gendt Kwintet vertolkte de Sechs Bagatellen technisch briljant en met een muzikale vindingrijkheid, die zowel recht deed aan Ligeti's prikkelende humor als aan zijn melancholie.

Ook Milhauds kleurrijke Divertissement en het uit één zonder Largo opgebouwde Kwintet van Escher werden expressief en met een bewonderenswaardige precisie uitgevoerd, waarbij vooral fluitiste Eline van Esch steeds weer de aandacht trok. Minder overtuigend klonk het Van Gendt Kwintet (zonder fluit) in het Pianokwintet in Es van Mozart, met een enthousiast solerende Leo van Doeselaar aan de vleugel. Hoewel het ook hier niet schortte aan muzikaliteit en de inzet, was de balans tussen de blazers onderling en tussen de blazers en de piano nog verre van optimaal. De samenklank pakte hierdoor soms een beetje onbehouwen uit, al gaven hoornist Paul van Zelm en hoboïst Toon Durville prachtige solo's ten beste.