Algerijnse geestelijken dreigen met jihad

ALGIERS, 10 JAN. De ulama, de moslim-geestelijkheid van Algerije, heeft gisteren via een pagina-grote advertentie in het blad Le Soir de militaire autoriteiten van het land de laatste waarschuwing gegeven om de verkiezingen en de keus van het volk voor de islam niets in de weg te leggen. Volgens deskundigen betekent deze waarschuwing dat de geestelijkheid op het punt staat de jihad (de Heilige Oorlog) uit te roepen. Dan breekt er in Algerije een burgeroorlog uit.

De oproep, waarin het woord "staatsgreep' niet voorkwam, was getekend door sjeik Ahmed Sakhnoun, de meest geëerde religieuze autoriteit van het land, en twee andere hoge geestelijken. Kennelijk is de geestelijkheid - zowel binnen als buiten het FIS (het Front van de Islamitische Redding) - op de hoogte van een op handen zijnde actie. Daarom is, volgens welingelichte kringen, een belangrijk deel van de FIS-leiding uit het zicht verdwenen, waarschijnlijk naar onherbergzamer streken, om van daaruit de oorlog tegen de nieuwe machthebbers te voeren.

Uit diplomatieke bron werd vernomen dat een mogelijke staatsgreep van het leger de zegen heeft van Frankrijk, Italië en Spanje. Zij zijn als de dood dat een moslim-fundamentalistische regering in Algerije tot een gigantische stroom van politieke en economische vluchtelingen naar Zuid-Europa leidt.

Ook Egypte, Tunesië en Marokko, die het uitstralingseffect van een islamitische revolutie in Algerije niet kunnen ontlopen, zouden buitengewoon verheugd zijn met een interventie van het leger. Met name het naburige Tunesië, waar de regering zich al lang zeer bedreigd voelt door de fundamentalistische beweging Ennadha, zou - volgens de berichten hier - bereid zijn tot het uiterste te gaan, met inbegrip van een oorlog.

Alle politieke en diplomatieke kringen in de Algerijnse hoofdstad begrepen gisteren dat er ernstige ontwikkelingen op komst zijn. Voor de eerste maal in de geschiedenis werd in feite, zonder het met zoveel woorden te zeggen, via de geruchtenmachine - hier ook wel Radio Trottoir genoemd - een staatsgreep aangekondigd. Men wist alleen niet precies wanneer het zou gebeuren. Maar dat het zou gebeuren, stond vast. Er kwamen zelfs telefoontjes van Algerijnen uit Parijs: “En, is het voor vanavond?”

Pag 4:

"Geen tweede ronde verkiezingen'

Een van de ministers zei, zonder in bijzonderheden te treden, dat naar zijn mening de tweede verkiezingsronde van komende donderdag niet zal doorgaan.

De thans gevoerde zenuwenoorlog heeft ten doel de tegenpartij uit haar tent te lokken. Want zowel voor het leger als voor het FIS is het van groot belang de zwarte piet naar de ander door te schuiven; als die de vijandelijkheden opent, is de oorlog al half gewonnen.

Eigenlijk kunnen moslims niet de jihad tegen mede-moslims uitroepen, zelfs als die mede-moslims nog zo slecht zijn. Maar als zij zich tegen de islam keren en als daarvoor het bewijs is geleverd, dan is de jihad wél gerechtvaardigd. Volgens de ulama, de geestelijkheid, heeft het moslim-volk van Algerije zich bij de verkiezingen van 26 december voor de islam uitgesproken. Wie die keuze ongedaan wil maken levert daarmee het bewijs dat hij de islam de oorlog heeft aangezegd.

Men is echter verplicht mede-moslims, tegen wie men de jihad wil uitroepen, nog een laatste waarschuwing te geven. Die plicht hebben sjeik Sahnoun en de twee andere geestelijken thans vervuld. Sjeik Sakhnoun, die boven de 80 is, is de geestelijke vader van sjeikh Ali Belhadj, die op zijn beurt de charismatische leider is van het FIS. De invloed van sjeik Sakhnoun op de hele geestelijkheid van Algerije is enorm. Daarom is zijn oproep van zo'n eminent belang.

De waarschuwing was vervat in een aantal Koranverzen, aangevuld met directe bedreigingen: “Als U iets goeds overkomt, zijn ze ontevreden. Als U iets slechts overkomt, zijn ze heel tevreden. Maar als U geduldig bent en God gehoorzaamt, kan U geen kwaad geschieden (...) En God weet wat zij aan het beraden zijn. Daarom zeggen wij - om met ons geweten in het reine te komen en ook al kennen we het lijden dat ons kan overkomen - dat de plicht die het volk individueel en collectief moet uitvoeren (...) is dat iedereen moet opstaan om de gerechtigheid en de barmhartigheid toe te passen ... ”

Sjeikh Sakhnoun en de twee andere islamitische rechtsgeleerden riepen iedereen op “om de keus van het volk te verdedigen, de veiligheid van het land en zijn mensen te beschermen, het bloedvergieten te staken en niet in te gaan op de manoeuvres van hen die zich verborgen houden, alsmede van de vijanden van het volk die de vijanden zijn van de godsdienst, namelijk de joden, de christenen en hun dienstknechten”.

Zij citeerden een Koranvers: “Christenen en joden accepteren je nooit, tenzij je christen of jood bent” en vervolgden: “Daarom waarschuwen wij een ieder die het bloed van het volk wil verspillen of hij nu de orders geeft of ze uitvoert, dat hem een verschrikkelijk lijden hier en in het hiernamaals wacht (...) Wij, als uitleggers van de islamitische wet, beslissen en zijn het erover eens dat het verboden is het bloed van moslims te laten vloeien. Degene die dat wel doet en degene die zich niet houdt aan hetgeen wij hebben gesteld, zullen voor God rekenschap moeten afleggen”.

Het stuk werd met een Koranvers afgesloten, dat altijd wordt gebruikt als men gewicht wil geven aan hetgeen men voordien heeft gezegd: “Dit is een wet van God, de wet die U bestiert. En God is de grootste van alle wetsgeleerden”.