Verzekeraars willen premies niet verlagen

HOUTEN, 9 JAN. De ziektekostenverzekeraars zullen niet toegeven aan de toenemende druk vanuit de politiek en consumentenorganisaties om de particuliere ziektekostenpremies te verlagen. Dat kan ook niet, omdat het grootste deel van de veranderingen in premiehoogte wordt veroorzaakt door factoren waarop de verzekeraars geen greep hebben, zoals de wettelijke bijdragen en de gevolgen van het plan-Simons.

Dat zegt directeur drs. O.E.M. Hehne van het KLOZ, de overkoepelende organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars. “Wij zijn de boodschapper van het slechte nieuws, niet de veroorzaker.” Dat slechte nieuws is dat particulier verzekerden dit jaar meer ziektekostenpremie gaan betalen, soms wel 100 gulden per maand. Volgens staatssecretaris Simons (volksgezondheid), een meerderheid in de Tweede Kamer en consumentenorganisaties kan de premie omlaag omdat de verzekeraars niet langer zelf de kosten van medicijnen hoeven te vergoeden. Hehne bestempelt dat als een te simpele voorstelling van zaken en zal dat volgende week donderdag op het ministerie van WVC ook duidelijk maken aan de staatssecretaris.

Hehne heeft met toenemende verbazing kennis genomen van de stroom beschuldigingen in de richting van de verzekeraars. Met name de roep van het Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA) om een prijsmaatregel die de premiestijging beperkt zou moeten houden kwam als een verrassing. Van Otterloos pleidooi, waar een Kamermeerderheid voor is, is volgens Hehne ronduit naïef. Voor zover er tot nu toe sprake is van premieverhogingen heeft de politiek die welbewust gewild, zegt hij. Hehne wijst erop dat veel verzekeraars pas op 1 april hun premies zullen aanpassen. Premieverhoging ligt als gevolg van de sterk gestegen kosten vorig jaar in de gezondheidszorg voor de hand, maar premieverlaging is niet uitgesloten. “Als enkele verzekeraars daartoe besluiten, zullen anderen volgen. Wie dat niet doet, raakt klanten kwijt.”

Met een rekenvoorbeeld probeert Hehne het gelijk van de verzekeraars aan te tonen. De stijging per 1 januari van de inkomensafhankelijke AWBZ-premie met 1,5 procent en de invoering van een vaste AWBZ-premie betekent voor een particulier verzekerd modaal gezin met twee kinderen al een premieverhoging van ƒ 725. Aan wettelijke bijdragen betaalt dit gezin nog eens ƒ 125 extra. Alleen al als gevolg van deze door de overheid opgelegde premies komt dat voor 1992 neer op een premieverhoging van ƒ 850.

Pag 2:

KLOZ: verzekerde betaalt hoge prijs voor solidariteit

“Als we de gemiddelde premie van 1.250 gulden per jaar bijvoorbeeld met 10 procent zouden verhogen of verlagen, hebben we het over 125 gulden. Dat geeft de verhoudingen aardig weer”, aldus KLOZ-directeur Hehne. “Op het grootste deel van de premieverhogingen hebben we geen greep. Daar zijn overheid en politieke partijen, die beide inkomenspolitiek bedrijven, verantwoordelijk voor. Iedereen wijst nu naar de verkeerde.”

Volgens Hehne is de rekening die de particulier verzekerde nu krijgt gepresenteerd, “de prijs voor de solidariteit tussen verzekerden. Solidariteit die Simons en de politiek gewild hebben. En dat in een tijd dat iedereen vindt dat de grenzen van de solidareit zijn bereikt of overschreden, kijk bijvoorbeeld naar de discussie en de maatregelen op het gebied van de WAO. In de gezondheidszorg wordt die discussie nog niet gevoerd.”

Hehne wijst erop dat de toenemende kostenoverschrijdingen in de gezondheidszorg, met name in de ziekenhuizen, ergens uit betaald zullen moeten worden. “De kosten zijn in 1991 met ten minste 10 procent toegenomen en daar worden de verzekeraars mee geconfronteerd. Sommigen staan wel zo ontzettend buiten de realiteit als ze zeggen dat de verzekeraars met hun premiemaatregelen potjes aan het vormen zijn. Daaruit blijkt dat het niet best is gesteld met de opvatting van de gemiddelde Nederlander over hoe een onderneming opereert. Ziektekostenverzekeraars werken op het scherp van de snede.”