Tegen gedwongen zuilvorming

Marc Chavannes begint zijn pleidooi tegen het verzuilingsmodel voor etnische en confessionele minderheden (in zijn Kroniek van 14 december 1991), met te vermelden dat hij als derde generatie immigrant dankbaar is dat zijn grootvader “zich na aankomst in Nederland niet hoefde te melden bij zijn zuil”. Verderop schrijft hij: “En nu moeten die Turken en Marokkanen (...) opeens met Lijphart in de hand een zuil oprichten.” Hij gaat er blijkbaar van uit dat de aanhangers van het verzuilingsmodel de verzuiling verplicht willen stellen.

Dit uitgangspunt is echter volledig onjuist. Ikzelf ben ook blij dat ik als eerste generatie immigrant in de Verenigde Staten niet genoodzaakt ben om mij daar bij een Nederlandse zuil aan te sluiten. Waar het bij het verzuilingsmodel om gaat is dat minderheden het recht hebben om een zuil te vormen en dat hiertoe ook de reële mogelijkheid wordt geboden, met name door de mogelijkheid om van overheidswege gesubsidieerde bijzondere scholen te kunnen oprichten. Van essentieel belang hierbij zijn het principe van vrijwillige groepsvorming, het recht van individuele leden van een etnische of confessionele groep om zich wel of niet bij een groep of organisatie aan te sluiten en het principe van de democratische rechtsstaat.

Het door Chavannes gebruikte voorbeeld van de Zuidafrikaanse grondwet van 1983 is dan ook geheel niet van toepassing, aangezien tegen al deze principes gezondigd werd. (In mijn boek Power-Sharing in South Africa, Berkeley, Californië, 1985, heb ik uitvoerig kritiek geleverd op het misbruik van het verzuilingsmodel door de Nationale Partij in Zuid-Afrika).

Wat ik me afvraag is aan welk alternatief Chavannes de voorkeur geeft. Wil hij echt de verzuiling verbieden of subsidie weigeren voor door nieuwe immigranten te vormen bijzondere scholen? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit het geval is. Als hij echter slechts tegen een gedwongen verzuiling is, maar zich niet verzet tegen vrijwillige verzuiling, dan is er tussen ons geen meningsverschil meer.