Strategie VS en Japan contra Duitsland

ROTTERDAM, 9 JAN. Het klinkt als een internationaal plan van de arbeid wat president Bush en premier Myazawa gisteren in Tokio hebben ondertekend: de Strategie voor wereldgroei. De Verenigde Staten, gedompeld in een hardnekkige recessie die al anderhalf jaar duurt, hopen in Japan een nieuwe bondgenoot te hebben gevonden om de wereldeconomie los te trekken. Met extra overheidsuitgaven en lagere rente moet de groei gestimuleerd worden.

De opmerkelijke overeenstemming tussen Tokio en Washington is gericht tegen Europa en in het bijzonder tegen Duitsland. Vorig jaar al probeerden de Amerikanen om Duitsland te bewegen tot renteverlaging, maar de Duitsers gaven toen geen krimp. Sindsdien is de rente in Duitsland en daarmee ook in de rest van Europa nog verder gestegen. Hogere rente leidt op den duur tot afzwakking van de economische groei. De Amerikaanse rente is het afgelopen jaar voortdurend omlaag gebracht en eind vorig jaar verlaagde ook de Japanse centrale bank de rente.

Ter geruststelling van de Europese bondgenoten is de Amerikaanse onderminister van financiën, David Mulford, deze week op bezoek in Parijs, Londen en Bonn om de groeistrategie toe te lichten. Veel steun zal hij waarschijnlijk niet krijgen. Duitsland is vastbesloten om de inflatiebestrijding met hoge rente voort te zetten zolang de economische schok van de Duitse eenwording niet is verwerkt. Groot-Brittannië en Frankrijk zouden graag een lagere rente willen om de groei in eigen land te bevorderen, maar dat kan niet buiten Duitsland om en een onafhankelijk beleid zal onmiddellijk de positie van het Britse pond of de Franse franc ondermijnen.

Bovendien hebben de Europese landen een beter geheugen als het om economische experimenten gaat dan de Verenigde Staten. In 1978, op de jaarlijkse economische top van de belangrijkste industrielanden in Bonn, oefenden de Verenigde Staten zware druk uit op Duitsland om een groeistrategie te omarmen. De Amerikaanse economie zat toen ook in het slop en Duitsland moest de functie van locomotief voor de wereldeconomie spelen die nu aan Japan is toegedacht.

Dat experiment is Duitsland slecht bevallen. In 1979 brak de tweede oliecrisis uit en de industrielanden kwamen terecht in een spiraal van inflatie en recessie. In het economische beleid maakte stimulering plaats voor aanpassing.

Midden jaren tachtig werd een nieuwe poging gedaan tot coördinatie van het economische beleid. Deze inflatie van de financiële markten is na 1989 weer in elkaar geklapt. Opmerkelijk detail: Kiichi Miyazawa, de toenmalige Japanse minister van financiën, is nu premier van Japan. Directe aanleiding vormde toen de koersstijging van de dollar. Na een geheime wereldreis van David Mulford, ook toen al onderminister van financiën, sloten de ministers van financiën van de zeven belangrijkste industrielanden in 1985 in New York een akkoord voor een geordende koersdaling van de dollar.

Twee jaar later, in 1987, volgde een akkoord in Parijs om de dollar te stabiliseren en de wereldeconomie op te peppen met lagere rente. Dit Louvre-akkoord, waarbij de dollar kunstmatig op een te hoge koers werd gehouden, was mede aanleiding tot de beurskrach van september 1987. In Japan leidden de stimuleringsmaatregelen van de economie tot de explosie van onroerend goed- en aandelenprijzen.