Rechter: bedrijf moet WAO-ers maximaal helpen

DEN HAAG, 9 JAN. Een werkgever moet zich “maximaal inspannen” om het werk aan te passen aan de handicap van een werknemer die - gedeeltelijk - arbeidsongeschikt is geworden. Is de werknemer arbeidsongeschikt geworden op het werk dan moet de inspanning groter zijn dan bij arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van bij voorbeeld een sportblessure.

Tot deze uitspraak komt de Hoge Raad in een zaak tussen een vrachtwagenchauffeur en zijn voormalige werkgever.

In het arrest van de Hoge Raad gaat het om een werknemer die na vijfeneenhalf jaar chauffeurswerk arbeidsongeschikt was geworden. Na advies van de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) en conform de WAO-beslissing van de bedrijfsvereniging eiste de werknemer van zijn werkgever aangepast werk. Hij wilde chauffeurswerk verrichten met uitzondering van “bijkomende rugbelastende taken”, zoals laden en lossen. Het transportbedrijf weigerde.

De Hoge Raad heeft bepaald dat de werkgever verplicht is de werknemer aangepast werk aan te bieden omdat het bedrijf zich onvoldoende heeft ingespannen om de chauffeur aan een aangepaste baan te helpen. Of zo'n arbeidsplaats in de onderneming vrij is, doet niet ter zake.

Het arrest is uitgelokt door de rechtskundige dienst van de FNV. Op basis van het arrest komt de vakcentrale tot de conclusie dat werkgevers verplicht zijn werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden, aangepast werk aan te bieden.

Volgens mr. W. van Nispen van de Hoge Raad is dit “een zeer eenzijdige interpretatie”. De werkgever moet de mogelijkheden van passende arbeid “maximaal onderzoeken” en “zeer gedegen” motiveren als er geen passende baan is. In deze zaak is dat niet gebeurt, aldus Van Nispen.

De Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers (WAGW) verplicht werkgevers al sinds 1986 om binnen de onderneming te zoeken naar passend werk voor arbeidsongeschikte werknemers. Volgens de FNV is die wet echter een papieren tijger, omdat er geen sancties in zijn opgenomen. “Wetten zijn maar wetten”, aldus FNV-jurist W. van Veen. “De uitwerking komt pas als de rechter zich er, zeker zoals nu in hoogste instantie, erover uitspreekt”.