Potma's hebben succes met experimentele boten

TAURANGA, 9 JAN. De beslissing wie voor de Nederlandse zeilploeg naar de Olympische Spelen in Barcelona gaat zal het moeilijkst worden in de Flying-Dutchmanklasse. Dat zegt bondscoach Jeroen Pels. Het verschil tussen de gebroeders Willem en Gerhard Potma uit Sneek en Serge Kats met bemanning Jeroen Harderwijk is volgens Pels minimaal. Beide teams hebben bij de WK in Tauranga (Nieuw Zeeland) een goede serie gevaren. De Potma's haalden met hun zevende plaats in het eindklassement de olympische limiet. Kats (achttiende) heeft nog tot mei de kans een betere prestatie te leveren.

In overleg met de zeilers en de bond bedacht Pels twee jaar geleden een nieuw puntensysteem op grond waarvan de zeilers zullen worden geselecteerd. In die nieuwe structuur heeft de bondscoach zelf geen invloed op de keuze. Voor iedere klasse zijn drie belangrijke internationale wedstrijden aangewezen, die gezamenlijk uitmaken wie aan het Nederlands Olympisch Comité worden voorgedragen. Het NOC neemt uiteindelijk de formele beslissing, die puur op punten is gebaseerd. Hoe belangrijker de wedstrijd, hoe zwaarder het resultaat telt. Zo telt de einduitslag van het WK Flying Dutchman het zwaarst, samen met de WK 1992 in Cadiz in maart. In de andere klassen zijn het overwegend de Europese- en wereldkampioenschappen die tellen, terwijl de Spa-regatta in Medemblik belangrijk is voor de zeilers in de Soling en Star.

Dat de gebroeders Potma aan de olympische limiet hebben voldaan is van belang. Want het staat nu vast dat er van het NOC in deze klasse zeker een boot wordt uitgezonden. Wie de boot uiteindelijk zeilt staat nog niet vast. Pels waagt zich niet aan voorspellingen over mogelijke prestaties van de Nederlandse zeilploeg bij de Spelen - volgens hem zet dat de zeilers onnodig onder druk. “Je kan wel zien wie er de meeste kans hebben, maar het voorspellen van een medaille gaat weer een stap verder”, aldus Pels. “Natuurlijk werk ik met bepaalde doelstellingen, maar dat je die moet rondbazuinen, daar geloof ik niet in.”

Wel hebben enkele kernploegleden zich de afgelopen twee jaar regelmatig in de kijker gezeild door constant hoog te eindigen in de belangrijkste internationale evenementen, waardoor zij zich volgens Pels hebben opgewerkt tot zogenoemde teletext-namen. Internationaal gelden plankzeiler Stephan van der Berg (eerste op het EK in 1991), de gebroeders Kouwenhoven in de 470-klasse (tweede op het WK en de EK, eerste tijdens de pré-olympics) en het Tornado-team bestaande uit Ron van Teylingen en Paul Manuel als zulke teletext-sterren. Voorafgaande aan de zware internationale evenementen worden zij automatisch tot de favorieten gerekend.

Pels verwacht dat Nederland in elke klasse een vertegenwoordiger naar de Spelen zal zenden behalve in de één-persoons Finn-klasse. In iedere klasse - “behalve de Finn, dat zit er niet in” - heeft een team zich al bij de eerste acht landen geplaatst, hoewel dat in de 470 bij de vrouwen nog niet officieel vaststaat. Wilma Kramer en Henneke Stavenuiter finishten onlangs op de WK in Brisbane bij de eerste acht landen, maar dat resultaat moet nog in de papieren worden opgenomen.

Ook in de Flying-Dutchmanklasse - de crème de la crème van de open zeilboten - zal dus een team worden uitgezonden, maar wie gaat valt nog te bezien. De gebroeders Potma lijken op papier de beste kans te maken. Zij varen al vier jaar Flying Dutchman en hebben daardoor veel ervaring met het materiaal. Concurrent Serge Kats, twee maal wereldkampioen in zowel de Optimist als de Europe-klasse, geldt als één van de meest talentvolle zeilers in Nederland, maar volgens Pels breekt het gebrek aan tijd in de klasse hem op. Beide teams hebben een totaal verschillende aanpak.

Het team van Potma past veelal eigen ideeën toe, heeft eigen zeilen ontwikkeld en beschikt over twee experimentele boten. Verbondssponsor Akzo werkte in laboratoriumonderzoek de optimale combinatie tussen de nieuwste aramide- en koolstofvezels uit, en die combinatie werd toegepast in Potma's boot. Akzo en Potma lieten in de afgelopen drie maanden twee nieuwe boten bouwen, elk goed voor 40.000 gulden.

Bij Kats, die geen tijd heeft om met het materiaal te experimenteren, ligt de prioriteit meer op het zeilen. “Het kan best dat de gebroeders Potma een materiaalvoordeel hebben omdat ze langer bezig zijn”, zegt Pels. Pels opereert als coach voor beide teams - ook bij de WK in Tauranga - en reist hun op de verschillende trainingslocaties achterna. In augustus 1991 besloten Potma en Kats, die tijdens in Tauranga verschillende accommodaties hebben geboekt, in onderling overleg ieder hun eigen pad in te slaan op weg naar Barcelona. Ze trainen niet met elkaar, maar met verschillende buitenlandse teams. “Zo willen ze het zelf nu eenmaal. Er zijn absoluut geen problemen. Het is gewoon een individuele strijd”, aldus Pels.

Potma zeilt veel met het Duitse team van Andreas Willin en Carsten Kemmling - op de huidige WK lange tijd eerste - terwijl Kats regelmatig traint met wereldtitel- en gouden-medailleverdediger Bojsen-Moller uit Denemarken. Na afloop van het WK vertrekt Potma naar Spanje, terwijl Kats doorreist naar Israel - waar hij onder andere met de Russen zal trainen. Pels zal hen volgen en zegt beide teams evenveel te zullen helpen: “Voor mijn succes is het belangrijk dat wie het beste zeilt naar de Spelen gaat”. Een voorkeur heeft hij niet.

Pels zegt dat de resultaten van Kats nu misschien wat tegen lijken te vallen omdat de Flying Dutchman een moeilijke boot is. “Je hebt eindeloze ervaring nodig om zo'n boot op snelheid te brengen. Je moet veel varen - en dat kost tijd. In deze klasse ben je nu eenmaal niet het enige wereldwonder. Daarvan varen er hier in Tauranga minstens tien rond. Maar het gaat niet slecht”, zegt Pels. “Het verschil tussen de eerste dertig boten is minimaal.”

De 27-jarige jurist uit Rotterdam, die drieeneenhalf jaar geleden de bondscoachfunctie van Bep Thijs overnam, heeft er wel plezier in. Of hij na de Spelen zal aanblijven is nog onzeker, hoewel er momenteel besprekingen gaande zijn om zijn contract te verlengen. Als Pels blijft zou hij in de toekomst graag meer personeel hebben. Dan hoeft hij niet steeds zelf naar alle uithoeken van de wereld te reizen, waardoor zijn organisatorische werk in Nederland wordt bemoeilijkt.