Persfusieregeling waarschijnlijk te laat

AMSTERDAM, 9 JAN. In het regeerakkoord van het kabinet Lubbers III is ze opgenomen, de persfusiecontroleregeling die zou moeten tegengaan dat slechts enkele uitgevers de controle krijgen over het wel en wee van de Nederlandse kranten. “Maar het kabinet is er over verdeeld”, zegt algemeen secretaris Hans Verploeg van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). “PvdA en CDA zijn er echter wel voor. Maar als ze er komt, dan komt ze te laat.”

De NVJ bekijkt de huidige golf fusies van uitgevers en samenvoegingen van titels in de regionale krantenwereld met grote argwaan, in de eerste plaats vanuit een oogpunt van werkgelegenheid (minder kranten, minder werk). Fusies van uitgevers kan de journalistenbond moeilijk tegenhouden, maar waar mogelijk probeert de NVJ samenvoegingen van titels te verhinderen. Zo heeft de bond in Brabant, waar VNU-dochter Brabant-pers drie dagbladen wil samenvoegen tot één krant om te komen tot kwaliteitsverbetering, de redactie van het Tilburgse Nieuwsblad gesteund in zijn verzet tegen opheffing van de krant en met een staking een onderzoek afgedwongen naar de noodzaak ervan.

“Kwaliteitsverbetering lijkt ons prima, maar we hebben de indruk dat de uitgevers hier bezig zijn met achterstallig onderhoud. Waarom is al dat geld dat in de afgelopen jaren is verdiend - en uitgevers hebben gouden tijden beleefd - niet eerder naar de redacties gegaan”, vraagt Verploeg zich af.

De uitgevers hebben daar een duidelijk antwoord op: dat geld is in dure drukpersen die kleur kunnen draaien geïnvesteerd (tegen de zin van sommige uitgevers in omdat op kleur eigenlijk geld moet worden toegelegd), in computers, in stijgende kosten, in meer personeel onder wie redacteuren.

Maar voor de NVJ is dat maar een gedeelte van het antwoord. De bond maakt zich zorgen over het groeiend aantal kranten dat in een groot concern terechtkomt dat meer doet dan alleen maar dagbladen uitgeven en dat kwetsbaar is voor overneming via een beursnotering. Op de regionale markt zijn dat VNU (dat in 1988 Audet verwierf en daarmee dagbladen in zijn pakket opnam) en Wegener (dat verder uitbreidt door een fusie met ODC en belangstelling heeft voort de Noordelijke dagbladen), terwijl De Telegraaf via een belang in de onlangs gefuseerde regionale uitgevers Damiate en Verenigde Noordhollandse dagbladen meer zeggenschap krijgt over meer kranten. “In het buitenland zijn kranten in grote concerns vaak als melkkoetjes gebruikt, waarbij de winsten vaak werden aangewend voor financiering van hele andere activiteiten. Ik zeg niet dat dit binnen VNU, waar de zaken niet zo goed lopen, is gebeurd, maar we zijn er niet gerust op dat zoiets helemaal uitblijft in Nederland. Concerns zouden geneigd kunnen zijn kranten verder samen te voegen om tot nog betere rendementen te komen.”

De uitgevers kennen de angst van de NVJ. “Wegener doet veel andere zaken, maar het uitgeven van kranten is nog altijd activiteit nummer één”, zegt directeur C.P.J. Appeldoorn van Wegener. “Daarbij maken we echt niet alleen kranten dood. Op 1 februari start een nieuwe krant, Het Gelders Dagblad, een samenvoeging van drie kleine kranten die samen veel sterker zullen staan.”

“Binnen VNU”, zegt directeur drs. J.A.M. van Tienen van de VNU-dagbladengroep, “hebben we met z'n allen afgesproken de buikriem aan te trekken. Nu doen wij het een beetje beter dan de anderen, straks steunen zij ons. Dat is juist de waarde van een concern.”

“De Nederlandse uitgevers”, zegt prof.dr. J.M.H.J. Hemels, hoogleraar in de geschiedenis van de pers aan de Universiteit van Amsterdam, “hebben het allemaal helemaal niet zo slecht gedaan. In de jaren zestig vielen kranten door de versnelde ontzuiling enigszins in een vacuüm met het loslaten van cultureel-politieke lijnen. Er was voor een aantal kranten een markt door een groeiende behoefte aan intellectuele bevrediging, maar waarop je je nou precies moest richten bleef een gok. In die tijd hebben juist door concernvorming een aantal kranten het hoofd boven water gehouden. De dagbladondernemers hebben daarna veel geld gestoken in redacties, in journalistieke vernieuwing. Aandeelhouders hebben soms lang moeten wachten op hun dividenden.”

Veel minder te spreken is Hemels over de houding jegens dagbladen van de overheid, die in zijn ogen nog maar nauwelijks het tijdperk van het dagbladzegel is overstegen. “De overheid heeft met bij voorbeeld het radio- en televisiebeleid soms danig de markt weten te verstoren. En neem nu zo'n milieuheffing op dagbladen, of de BTW. Die mogen wat mij betreft zo worden opgeheven.”

Het Bedrijfsfonds voor de Pers, een overheidsvoorziening voor noodlijdende kranten, functioneert volgens Hemels niet. “Het bedrijfsfonds is een trage, bureaucratische instelling die veel te veel geld in kas houdt. Zo'n jongerenkrant Primeur die niet lekker loopt krijgt pas na twee keer zeuren geld, terwijl het een prachtige manier is om het lezen te bevorderen onder jongeren. Als overheid steun je zo'n project dan toch onmiddellijk?” Hemels pleit ervoor niet langer het het aanbod van kranten te steunen, maar de vraag. “Steeds meer mensen lijken geen abonnement meer te kunnen veroorloven. Verstrek daarom iedereen onder een nader te bepalen belastbaar inkomen van overheidswege een dagblad.”

Ook de NVJ hekelt de aangekondigde milieuheffing en de BTW op kranten. Het Bedrijfsfonds wil de bond juist versterkt zien. Maar de enige echte waarborg voor behoud van verscheidenheid in de Nederlandse pers en daarmee voor behoud van werkgelegenheid en kwaliteit van het journalistieke werk, is voor de NVJ de persfusiecontroleregeling. Hemels ziet er weinig in, gelooft dat markt zich het beste zelf kan reguleren maar wil, om winstmaximalisatie door concerns te voorkomen, de redactie via het redactiestatuut een duidelijkere inzage geven in het financiële reilen en zeilen van een bedrijf met eventueel een soort vetorecht. Prof.dr. J.P.S. van Neerven, bijzonder hoogleraar in de economie van het dagbladbedrijf in Amsterdam en evenmin een aanhanger van een controleregeling, pleit op zijn beurt voor het opnemen van de hoofdredacteur in de directie, opdat deze eerder een duidelijker financieel beeld krijgt en daarop zijn journalistieke beleid kan aanpassen. De uitgevers zijn mordicus tegen een persfusiecontroleregeling. “Die zou kunnen verhinderen dat uitgevers samengaan om overname door een grote buitenlandse concurrent tegen te gaan”, zegt Van Tienen van VNU.

“Tegen de tijd dat de persfusieregeling er is”, zegt Verploeg van de NVJ, “zijn in Nederland de kaarten waarschijnlijk grotendeels geschud met nog slechts vier uitgevers voor regionale kranten. Maar zij is dan altijd nog goed om te regelen dat grote uitgevers ook niet nog eens televisie naar zich toe trekken en ook om in Europees verband een rol te spelen. Dus laat die regeling maar komen.”