Ozonsmogbestrijding in VS blijkt achteraf geheel ineffectief

Het Amerikaanse beleid ter bestrijding van de ozonsmog, die astmapatiënten 's zomers de adem afsnijdt, heeft de afgelopen twintig jaar gefaald omdat de bijdrage van een van de beide veroorzakers, namelijk de Vluchtige Organische Stoffen (VOS), ernstig was onderschat.

Dat is de belangrijkste conclusie van een rapport van de National Research Council, onlangs besproken in Science. Als gevolg hiervan is het gemiddelde ozongehalte in de buitenlucht de afgelopen jaren gestegen. 67 miljoen mensen worden nu routinematig blootgesteld aan een ozon-belasting die de normen van de Clean Air Act overschrijdt.

Ozon, O3, komt vooral in het nieuws door het verdwijnen van de ozonlaag, hoog in de stratosfeer. Het bestaan van die laag is gunstig voor het leven, omdat het de schadelijke UV-B straling tegenhoudt. Maar ozon zelf is giftig voor mens, dier en plant. Op grondniveau is ozon dus ongewenst.

Kern van het probleem is volgens het rapport dat de emissies van Vluchtige Organische Stoffen, die vrijkomen door uitlaatgassen van auto's, verdamping van oplosmiddelen, lozingen van chemische industrie en olieraffinaderijen, chronisch zijn onderschat.

Onder invloed van zonlicht ontstaat in de troposfeer (de onderste laag van de atmosfeer) ozon door reacties tussen Vluchtige Organische Stoffen (VOS) en NOx, de stikstofoxiden die vrijkomen bij verbrandingsprocessen met hoge temperaturen. Voor de vorming van ozon is dus zowel VOS als NOx nodig.

Het Amerikaanse beleid was tot nog toe vooral gericht op het terugdringen van VOS, omdat het NOx-proleem nu eenmaal moeilijker aan te pakken is. Volgens de jongste inzichten echter is er in sommige regio's zo'n grote overmaat aan VOS ten opzichte van NOx in de atmosfeer, dat een beetje terugdringen van VOS geen zin heeft.

Pas vrij onlangs zijn onderzoekers gaan inzien dat ook natuurlijke oorzaken bijdragen aan VOS en dus de ozon-smog-problemen: in gebieden met uitgestrekte naaldwouden ademen de bossen grote hoeveelheden vluchtige harsachtige verbindingen (isoprenen) uit.

NOx vormt in het algemeen de beperkende factor bij de ozonvorming. Wil men ozonvorming tegengaan dan loont het om de meest beperkende factor, namelijk NOx, terug te dringen. Halvering van het NOx-gehalte betekent dan ruwweg een halvering van het onzongehalte. Dat dient te geschieden door betere katalysatoren op auto's, aangepaste verbrandingsprocessen en "afgasbehandeling'.

Volgens het ministerie van VROM is in ons land, anders dan in de VS, steeds op beide paarden gewed en is zowel aan de VOS- als de NOx-problematiek gewerkt. In het jaar 2000 moeten de VOS- en NOx-emissies ten opzichte van 1980 met respectievelijk 60 en 50 procent omlaag. Erkend wordt dat door de sterke toename van het verkeer niet mee zal vallen. De afgelopen jaren zijn de NOx-emissies min of meer constant gebleven. De invoering van de katalysator heeft de groei van het autoverkeer in dit opzicht kunnen compenseren. (Science, 3 januari)