Oormerk voor runderen blijft nog verplicht

DEN HAAG, 9 JAN. De verplichting tot het aanbrengen van gele oormerken voor de registratie van runderen wordt voorlopig niet opgeschort. De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren had in een kort geding om uitstel van de maatregel gevraagd naar aanleiding van de vele klachten van rundveehouders over ondeugdelijkheid van de kunststof labels, die sinds 1 oktober 1991 verplicht zijn.

President A.H. van Delden van de Haagse rechtbank zei gisteren in het kort geding te willen wachten op de resultaten van nader onderzoek door het ministerie van landbouw naar de problemen met de oormerken, alvorens te beslissen. Daarmee ontkrachtte hij de eis van de Dierenbescherming. Het onderzoek werd door staatssecretaris Gabor toegezegd na vragen van de Tweede Kamer over de oormerken.

Volgens de dierenbescherming leiden de oormerken tot veel onnodig dierenleed. De vereniging verzamelde 2562 klachten van rundveehouders, waaronder irritaties, afstervend weefsel, amputaties van oren en gevallen waarin runderen moesten worden afgemaakt. Het ministerie acht oorzakelijk verband tussen ernstige klachten en het aanbrengen van de oormerken niet bewezen. Bovendien is het aantal klachten dat Landbouw bereikte zeer gering. Het gaat om 184 van de 46.000 rundveebedrijven die ons land telt, een percentage van 0,4 van het totaal. Daar staat volgens Landbouw tegenover dat uitstel van het oormerken een bedreiging vormt voor de Nederlandse export en niet in het belang van het dier is, omdat effectieve dierziektenbestrijding daardoor onmogelijk zou worden.

De Dierenbescherming toonde zich na afloop van het kort geding bij monde van haar advocaat mr. F.N. Grooss tevreden over het resultaat, die verder zei “vertrouwen te hebben in de uitkomst van het onderzoek van het ministerie.”