Oorlogskinderen

Er komt een jongeman uit het struikgewas tevoorschijn, huilend en met de handen omhoog en volgens de ondertiteling zegt hij iets als: “Dat was toch niet de bedoeling? Dat hadden jullie nou niet moeten doen.” Hij wordt afgevoerd en achter zijn rug slepen zij zijn bloedende maatje weg. Of het een Serviër was of een Kroaat weet ik niet meer, maar wel dat ik ietwat lacherig dacht: ja jochie, dat komt ervan. Schieten gaat van au!

Dit was een journaal van eind juni 1991; in december, zes- of tienduizend doden verder, wordt er een enquête gehouden waarbij het Nederlandse publiek wordt gevraagd wat er het afgelopen jaar absoluut niet had mogen gebeuren. Als nummer vijf wordt Roken genoemd, de WAO-discussie scoort hoger en de Golfoorlog staat nummer één. Joegoslavië komt er niet aan te pas; de presentatrice, Sonja Barend, verbaast zich daar kennelijk niet over en Harmen Siezen, die nog even mag komen vertellen hoe spannend dat toen was, met die gasmaskers enzo, evenmin. En dat terwijl de avond tevoren collega Noraly Beijer nog had gemeld dat het aantal journalisten dat was omgekomen tijdens de uitoefening van hun beroep zo spectaculair was gestegen. 1991 was een topjaar en wij konden zelfs nog even, - nee, het duurde heel lang - meeleven met een cameraman, Joegoslaaf, maar of het een Serviër was of een Kroaat weet ik niet - die steunend zijn laatste adem haalde, zijn camera nog steeds op ooghoogte dus liggend op de grond en registrerend wat hij niet meer zien kon. En bijna gelijktijdig hadden er bijna gelijkluidende artikelen gestaan in NRC Handelsblad en De Volkskrant die een aanmaning behelsden aan de vredesbewegingen: doe er iets aan!

Afgelopen dinsdag kwam een van de auteurs, Anet Bleich, daarover in de KRO-studio napraten met onder anderen Mient Jan Faber die zei dat hij er juist wel veel aan deed, maar dat het zo moeilijk was zijn artikelen, interviews en oproepen van de vredesbewegingen daarginds, geplaatst te krijgen. En waar dat nou aan lag, dat on-verschil van de media en dus ook van ons? Het argument: “Te ver van m'n bed” kon niet gelden want Vietnam was ook ver weg. Nee, het was, - en daar waren alle deskundigen het over eens - in dit geval te moeilijk voor ons om partij te kiezen. Wij zouden ons niet kunnen identificeren: dat was het.

Welnu, daar weet ik wel wat op. Erg voor de hand liggend en misschien ook wat al te makkelijk en sentimenteel, maar als wij het eens allemaal met elkaar zouden gaan opnemen voor de kinderen daar? Dat oude gebouwen kapotgeschoten worden lijkt eeuwig zonde, maar die kunnen wel weer worden opgebouwd. Terwijl de beschadiging van een kind zich wreekt tot in de tweede generatie: dat weten wij toch? Ter ere van het laatste bestand waren zij weer tevoorschijn gekomen: twee stuks met appelgroene jackjes aan en opkijkend naar de volwassene die bij hen bleek te horen. Ergens anders waggelde een dik ingepakte peuter weg zoals alle peuters ter wereld waggelen kunnen.

En in mijn verbeelding, zoals bij iedereen gekleurd door mijn ervaringen, ben ik zo'n kind, daar. En ik ben bang voor de nacht omdat knallen zo hard klinken in het donker. En bij de grote mensen heb ik niks meer te zoeken want die praten met elkaar over verschrikkelijke dingen en dan huilen zij. Soms geven zij mij, om mij zoet te houden, een vel papier en een potlood en als vanzelf teken ik dan vliegtuigen waar als drolletjes de bommen uitrollen op de bomen en huizen daar beneden. Of een brandende tank, een raket, een hoop stenen waar een stippellijn van kogels uitkomt: makkelijk zat. Op straat spelen is er niet meer bij want daar liggen de doden te stinken. Ik weet niet of ik dat erg moet vinden, dat hangt er vanaf of het Servische doden zijn of Kroatische. Iets leuks of iets lekkers heb ik in lang niet gehad. Ik verlang naar mijn vader maar die is ergens anders; hij vecht of hij is dood. Ik wou dat het weer werd zoals het vroeger was; pas nu weet ik hoe dat toen heette: vrede. Wat ik nog niet weet is dat ik dan oorlogsslachtoffer zal worden genoemd. Dat ik dat nu al ben en dat het moeilijk schijnt te zijn zich met mij te vereenzelvigen.