Nieuwe zuil waarschijnlijk geen bijdrage aan integratie

Professor Zijderveld voert een pleidooi voor verzuiling als de meest verkieslijke variant voor emancipatie en integratie van islamieten in toekomstig Nederland. Kenmerken van zijn verzuilingsbegrip (NRC Handelsblad 23-12-91) zijn: geen etnische, maar een (brede) religieuze grondslag; politieke machtsvorming naast culturele; geen apartheid.

Zijderveld spreekt over een "oproep tot verzuiling' als gewenste daad. Eerder sprak premier Lubbers in soortgelijke bewoordingen, in een soort beleidsterminologie dus. Het is opmerkenswaard, dat een term die ooit diende als benoeming achteraf van een omvattend maatschappelijk proces, nu ten tonele verschijnt als receptuur in de wereld van het beleid.

De daar achter liggende veronderstelling moet wel zijn, dat de "oprichting' van een zuil met alles erop en eraan, inclusief scholen, omroeporganisatie en politieke partij, ook in de samenleving van nu nog garanties biedt voor emancipatie èn integratie. Vooral die laatste pretentie brengt mij steeds weer Bomans' woord in herinnering: “ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen”.

Immers, de integratieve kracht van de verzuilde samenleving bestond uit de zeer specifieke politiek-bestuurlijke constellatie in ons land, waarbij de toppen van de zuilen elkaar in coalities en allianties vonden. Let wel, het gaat hier om bestuurlijke integratie binnen de nationale samenleving als geheel. Het is nodig dat op te merken, omdat een kenmerk van het bestel aan de basis nu juist het ontbreken van integratie was. De zuil omsloot het totale bestaan van de burgers. Behoud van identiteit, zelfs separatisme aan de basis, integratie aan de top(pen) van de samenleving. De hamvraag is, of deze situatie nog aanwezig is of zal zijn, zo zich een islamitische zuil vormt. Dat is geen vraag naar de mogelijke structuur van zo'n islamitische zuil, maar naar de constellatie van de "rest' van Nederland.

Het is toch curieus om juist van de kant van Zijderveld, die nog recent sprak over staccato-cultuur, over anomie, over fragmentatie en verdamping van het ideologische gehalte van zuilen (Zijderveld, Staccato-cultuur, Lemma, blz. 85) als dominante karakteristiek van de Nederlandse samenleving anno 1991 nu weer te horen over springlevende verzuildheid.

Natuurlijk zijn in veel maatschappelijke organisaties K's en C's aanwezig. Zelf noemde ik eerder het CDA de meest moderne partij van ons land, maar dat al neemt niet weg, dat het holistische, het besloten karakter van de vroegere zuil voor het overgrote deel is verdwenen. Dat brengt met zich, dat het integratieve potentieel - in de zojuist aangeduide betekenis van inter-zuil integratie - van die zuilen dan ook grotendeels is verdwenen. Hun onderlinge samenhang is fundamenteel aangetast.

De komst van een nieuwe klassieke zuil herstelt op zichzelf dat potentieel natuurlijk in het geheel niet. Daarmede ontstaat grote onzekerheid over de toekomstige rol, die een islamitische zuil politiek-bestuurlijk zal kunnen spelen. Er zijn ook plausibele scenario's te ontwerpen, waarin institutionele vormgeving als zuil nu juist een belemmering zal opleveren voor invloed en integratie. Bijvoorbeeld een veel te lang voortdurend isolement van die bevolkingsgroep zou in de samenleving van morgen het gevolg van verzuiling kunnen zijn.

Juist degene, die zich toelegt op herkenning van maatschappelijke dynamiek en op de veranderlijkheid van institutionele arrangementen, kan toch niet de mamzmoet van een klassieke zuil binnenvoeren in de post-moderne toonzaal van staccato-cultuur.

Had het voorafgaande vooral betrekking op twijfel aan het succes van zuilherstel met betrekking tot integratie, evenmin is zo overduidelijk waarom een zuil effectief zou zijn met het oog op emancipatie. Immers, veel maatschappelijke verbanden die rollen vervullen op emancipatoir terrein, zijn heden ten dage opgetuigd als onverzuilde single-issue-organisaties die nu juist geen deel uitmaken van een holistisch stelsel. Ligt het niet in sterke mate voor de hand te veronderstellen, dat participatie in dit laatste type van organisaties juist zou worden belemmerd - voorzover een zuil tot stand zou komen - voor degenen die zich binnen zo'n zuil bevinden?

Is deze stelling plausibel, dan is daarmee fundamentele twijfel gezaaid aan de emancipatie-functie van een nieuwe zuil. Kortom, de samenleving waarin verzuiling succes opleverde voor emancipatie en integratie, bestaat niet meer.

Een bijdrage aan integratie van een nieuwe zuil is onwaarschijnlijk, omdat de specifieke samenhangen, die aan een vroeger verzuild bestel integrerend potentieel verschaften, niet meer bestaan.

Emancipatiebevordering is door nieuwe verzuiling geenszins gewaarborgd, omdat de institutionele context van destijds duurzaam is vernietigd en vervangen door een fundamenteel andere.

De aanbevelingen van Lubbers en Zijderveld zijn daarom als beleidsperspectief onvoldoende doordacht, en alleen daarom al zeer riskant te noemen. De armoede van het historicisme is ook daarin op de voorgrond getreden.