Nadere afspraak over juridische betekenis onontbeerlijk; Milieuconvenant in gevaar

ROTTERDAM, 9 JAN. De basismetaalindustrie en minister Alders (milieuhygiëne) staan sinds kort als kemphanen tegenover elkaar. Alders heeft de Stichting Basismetaalindustrie en Milieu een boze brief geschreven omdat de betrokken ondernemers vorige maand op het laatste moment niet bereid bleken het concept-convenant met vergaande afspraken om de milieuvervuiling in deze sector aan banden te leggen, te ondertekenen.

Het nieuws van Alders' brief kwam gisteren, tegelijk met de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die uitwijzen dat de emissie van koolstofdioxyde door het verbruik van brandstoffen vorig jaar flink is toegenomen. Dat onderstreepte nog eens de noodzaak om snel zaken te doen op milieugebied met de industrie, want de grote metaalbedrijven behoren tot de energie-intensieve sector.

De minister wil nu uiterlijk 20 januari weten of de basismetaal bereid is alsnog met dit convenant door te gaan. Anders ligt een compleet wettelijke regeling voor het terugdringen van de metaal-milieuvervuiling voor de hand, vindt hij.

Alders verwijt de ondernemers, waaronder een aantal zeer grote zoals Hoogovens, Nedstaal en de aluminiumbedrijven Alcoa en Pechiney, een gebrekkig inzicht in de democratische procedures omdat zij vlak voor de geplande ondertekening van het convenant op 19 december bij leden van de Tweede Kamer aanklopten om het milieu-convenant meer rechtszekerheid te geven. Vlak tevoren had de minister nog uitvoerig overleg gevoerd, waarbij niet was gebleken dat de ondernemers vraagtekens hadden bij de juridische betekenis van de afspraken.

Het basismetaal-milieuconvenant behelst een stelsel van vergaande afspraken die minister Alders hard nodig heeft om voor deze sector tijdig handen en voeten te geven aan zijn beleid, ontvouwd in de regeringsverklaring en het Nationaal Milieubeleidsplan. Een compleet wettelijke structuur met gedetailleerde verplichtingen voor de ondernemers om emissies en vervuiling van bodem en water terug te dringen zou veel te lang gaan duren, want het kabinet wil snel resultaten boeken met het milieubeleid. Nederland wil in dit opzicht een beter voorbeeld geven, want we nemen nu qua vervuiling de tweede plaats in op de ranglijst van tien vergelijkbare industrielanden.

Door de haast die minister Alders wil maken, lijkt het ultiumatieve karakter van zijn brief en zijn dreigement met een wettelijke regeling niet veel hout te snijden. Want ook bij het ontwerpen van een wet is hij afhankelijk van medewerking van de industrie. Als er onhaalbare eisen worden gesteld, loopt hij het risico dat de grote bedrijven uiteindelijk afhaken en zich op termijn verplaatsen naar regio's in de wereld waar het milieubeleid minder streng is.

Achtergrond van het plotselinge verzet van de basismetaalbedrijven is dat zij kennelijk pas in een zeer laat stadium het bindende karakter van het convenant goed hebben onderkend. Juristen hadden de Stichting Metaalindustrie en Milieu in dit opzicht met twijfels gevoed. Bovendien bleek uit uitspraken van de Raad van State dat bij juridische procedures de wetgeving zwaarder weegt dan een convenant met vrijwillige afspraken.

De basismetaalindustrie hecht toch zwaar aan de betekenis van een convenant, vooral in verband met de hoge investeringen die voor een langere periode gedaan moeten worden om de milieuvervuiling in te perken. Daarom zou een nadere afspraak die de rechtszekerheid an het convenant onderstreept, en daarmee mogelijke conflicten met de overheid beperkt, de beste en meest constructieve uitweg zijn in het meningsverschil.

Friesland geeft aan de EHS een geheel eigen invulling waar men in Den Haag niet goed raad mee weet. In 1991 bedongen de Friezen dat zij de EHS niet voor 1996 maar pas in 2021 begrensd hoeven te hebben. Eind '93 sloot gedeputeerde Sicko Heldoorn met de landbouworganisaties een akkoord waarin bepaald werd dat geen 14.500 hectare begrensd zou worden, maar 9.000 hectare. De resterende 5.500 hectares zouden verspreid over heel Friesland flexibel ingezet kunnen worden. Omdat ze niet op een vaste plaats liggen werden ze 'vliegende hectares' genoemd. In Den Haag is men niet blij met Heldoorns 'fleanende hektares'. Minister De Boer van VROM liet in haar reactie op het Friese Streekplan weten zich zorgen te maken over de invulling van de EHS.