Mijn liefste

Wat schreef koning David aan Bathseba? Zij zit - nog tot 1 maart in het Rijksmuseum - met zijn brief in haar hand te staren naar de dienares die haar grote teen manicuurt.

Alle weemoed van de wereld spreekt uit haar gezicht. Davids brief, een groot vel in haar grote hand (ook haar benen en voeten zijn fors, zij is geen poppetje) schijnt haar in één klap de toekomst duidelijk te maken. Hoe zij weer zwanger zal worden, hoe haar man, de trouwe Uria, op een misselijke manier aan zijn eind zal worden geholpen door de koning, hoe zij in het paleis zal moeten wonen. Hoewel in die brief misschien alleen maar staat: wat bent u mooi mevrouw, hebt u zin om iets te komen drinken op mijn dak, weet zij alles al.

Het is vreemd hoe een brief op een schilderij voor een dergelijke spanning kan zorgen, terwijl toch iedere kijker wel weet dat het volkomen futiel is om je af te vragen wat er nu ”eigenlijk' op zo'n geschilderd stuk papier staat. Vermeer, bekend van de Liefdesbrief, heeft het heel veel gedaan. Er worden op zijn schilderijen brieven geschreven, gelezen en bezorgd - dat laatste meestal door dienstbodes die zo te zien niet van plan zijn de kamer te verlaten voordat zij zelf ook precies weten wat er in staat. Natuurlijk zijn het allemaal liefdesbrieven; wat kunnen het anders zijn? Als een man een brief ontvangt komt die van zijn zaakwaarnemer in Lyon, of van een collega-astronoom in Minsk. Vrouwen doen in liefdesbrieven.

Ook in de literatuur zijn er brieven die ontroeren zonder dat je weet wat er in staat. Neem Tristan, die met zijn geliefde spreekt door middel van een beekje dat door de paleistuin van koning Mark stroomt, maar ook door de vertrekken van koningin Isolde. In mijn herinnering waren het briefjes die hij aan het water toevertrouwde en die zij er vervolgens uit viste; in de boeken zie ik nu dat het takjes waren, waar hij zijn boodschap in had gekerfd. Hoe kerf je ”mijn liefste' in een takje?

Sommige mensen weten niet eens hoe zij ”mijn liefste' op een gewoon stuk papier moeten zetten. Het zeggen is al zo moeilijk. Een vriend van mij las op een dag de keurig uitgegeven correspondentie van een beroemde schrijver en sprak zijn verbazing uit over diens liefdesbrieven. “Hij schrijft het gewoon op, ik houd van je, mijn lieveling, ik mis je, zomaar! Ik wist eigenlijk niet dat dat gedaan werd...” Nu wist ik heel goed dat hij wist dat een verliefd meisje tot zulke ontboezemingen in staat was; maar dat telde kennelijk niet zo.

Het is wel waar, zoals Jacob Groot in de inleiding van de poëziebloemlezing De liefste mijmert, dat wie zegt ”ik houd van je', eigenlijk iets anders zou moeten zeggen, of doen, om aan te geven dat hij van iemand houdt. Maar ja, wie ver weg is mist al een heel arsenaal aan middelen om zich te uiten. Al kan hij natuurlijk altijd iets anders schrijven, iets wat ook leuk is.

Helaas heeft de kennismaking met enige vorm van literatuur bij de meeste mensen tot gevolg dat zij brieven schrijven die zo veel mogelijk lijken op het ideaalbeeld van wat een brief zou moeten zijn. Van die ideale brieven bestaan voorbeelden. Ik heb een oud boekje, getiteld The Complete Letter-writer, waarin brieven staan die, met kleine aanpassingen, dienst kunnen doen voor alle mogelijke situaties in het leven. Uitnodigingen, condoléances, maar ook liefdesbrieven en boze brieven aan verloofden die op een soirée te veel met een ander hebben geflirt. Tenenkrommende lectuur is het, omdat het hele burgerlijke bestaan hier wordt ontmaskerd in zijn clichématigheid. Echt Brits, echt vooroorlogs, dacht ik.

Tot ik deze week in een winkel een boekje zag met de titel Zelf brieven schrijven, uitgegeven in 1985. En het stond er allemaal in, felicitatiebrieven aan goede vrienden die trouwen, brieven van ouders aan zoonlief die naar Brazilië vertrekt, warme gevoelens, gepast verwoord. Het is heel belangrijk, staat schijnheilig in de inleiding, dat u in uw brieven geen plechtige standaardformuleringen kiest, maar persoonlijke bewoordingen zoals u die zelf zou uitspreken. Van die laatste soort bewoordingen worden, heel handig, meteen een paar voorbeelden gegeven.

De aardigste brieven zijn die waar je bijna niet aan merkt dat het brieven zijn. Brieven zonder een zweem van ”nu wordt het toch tijd dat ik iets van me laat...' of ”verder is er niet zo veel te...' Zulke brieven schreef Evelyn Waugh aan zijn vriendin Lady Diana Cooper. Hun correspondentie is kort geleden uitgegeven. Er zijn veel meer brieven van hem bij dan van haar, niet omdat hij er meer schreef, maar omdat zij ze zorgvuldig bewaarde en hij niet. Waugh was geen echt aardige man.

Maar ze hielden van elkaar, en ze schrijven dat ook, met veel lieverds en Sweet Baby's en ik verlang naar je's, terwijl zij volgens de kenners nooit gelieven in de concrete betekenis van het woord zijn geweest. Hun correspondentie, drieëndertig jaar lang, is als een aanhoudende conversatie vol roddels en vrolijke verhalen, vermaningen, vragen, kleine ruzies, spijtbetuigingen. Je zou er jaloers op worden. Zij speelden een beetje rollen: zij de verwende, mooie aristocrate, hij de mopperige intellectueel. Allebei hadden ze veel andere aanhang en vrienden. Maar zij waren vriendjes. En zeker tegen het eind, als hij zegt dat hij graag bij haar wil komen eten maar helaas alleen maar pap en roerei omdat zijn tanden er uit zijn, en zij zich afvraagt of zij zijn laatste brief nu wel of niet heeft beantwoord, moet zo'n liefdevolle correspondentie een groot goed zijn geweest.