Justitie wil strafbaarheid schijnhuwelijk

DEN HAAG, 9 JAN. Betrokkenheid bij het sluiten van een schijnhuwelijk wordt strafbaar. Het ministerie van justitie bereidt een wetsvoorstel voor op grond waarvan behalve de partners ook getuigen en bemiddelaars strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. De strafmaat voor dit misdrijf is nog niet vastgesteld omdat het gaat om “een voornemen tot een wetsvoorstel”. Dat heeft een woordvoerster van Justitie vanochtend meegedeeld.

Het ministerie van justitie wil het net rond de praktijk van het schijnhuwelijk strak aantrekken. Dergelijke verbintenissen zijn volgens Justitie vaak bedoeld om een vreemdeling aan een verblijfsvergunning te helpen.

De strafbaarstelling van schijnhuwelijken is een verdere uitbreiding van het eerder bekendgemaakte voornemen van Justitie om het naar Nederland smokkelen van illegalen strafrechtelijk te vervolgen.

Justitie wil schijnhuwelijken ook tegengaan door middel van civielrechtelijke maatregelen. Bij de Tweede Kamer ligt een aanvulling van het Burgerlijk Wetboek (art. 58) op grond waarvan ambtenaren van de burgerlijke stand de bevoegdheid krijgen de motieven van de vreemdeling om in Nederland te trouwen “nader te onderzoeken”. Wanneer de vreemdeling niet kan bewijzen dat hij een verblijfsvergunning heeft, of daarvoor een aanvraag heeft ingediend, mag de ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren om aan de voltrekking van het huwelijk mee te werken.

Een tweede aanvulling op het Burgerlijk Wetboek (art. 71a) gaat binnenkort naar de Tweede Kamer en biedt het openbaar ministerie de ruimte om een huwelijk te ontbinden wanneer dit “in strijd is met de openbare rechtsorde”. Volgens Justitie is dat met een schijnhuwelijk het geval. Het OM heeft nu al de mogelijkheid om een huwelijk “te stuiten”, bijvoorbeeld in geval van bigamie.

Over het aantal schijnhuwelijken dat jaarlijks gesloten wordt met het oog op het verkrijgen van een verblijfsstatus bestaan geen exacte cijfers. Uit recent onderzoek van de Vreemdelingendienst in Rotterdam naar 130 huwelijken tussen een Nederlandse en een partner van buiten de Europese Gemeenschap bleek dat er in 104 gevallen geen sprake was van samenleving. In de overige gevallen kon een schijnhuwelijk niet worden bewezen, maar bestond daarvoor wel de verdenking. Volgens Justitie komen soortgelijke situaties voor in andere grote steden in Nederland.